Taaldier mens

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden:

Jaap Schot, 23 maart 2000

HET TAALDIER MENS

Het taaldier mens leeft in omstandigheden en gebruikt daarom op die vele, vele manieren de taal. Eerst dus die omstandigheden.

Door omstandigheden wordt in nodigs èn in onnodigs gefunctioneerd.

Het taaldier 'mens' houdt zich bezig met veel onnodigs, nu het doen van het nodige (om als exemplaar van de diersoort volledig en harmonieus te functioneren) door organisatie nog maar zo'n klein deel van de beschikbare txaenz kost en niet het volledige en harmonieuze functioneren oplevert 'als bijproduct', 'als geschenk-erbij'.
Onnodigs wordt alleen door onnodigheid gekenmerkt, er zit dus een reusachtige variatie binnen die categorie. Het onnodige dat gedaan wordt, varieert bijvoorbeeld van onbruikbare dingen maken, met grote kunstvaardigheid tot en met verkrachten. Het onnodige gaat nergens over, het is surrogaat-bestedingsgelegenheid voor de txaenz die de bezige niet aan nodigs hoeft te besteden. Hadden wie nu onnodigs doen de omstandigheden van Robinson Crusoe en flinke dorst en honger, dan zouden hen hun huidige bezigheden niet eens invallen. Maar wij allen in deze tijd, in deze civilisatie, worden door onze specialisten-tijdgenoten om den brode verzorgd (= het werk uit handen genomen) als waren wij invalide of baby.
Het onnodige komt pas in aanmerking voor txaenz als aan het mogelijke (i.t.t. het hem onmogelijke) nodige niets meer gedaan kan worden door de betrokkene zelf. 'Kunnen' slaat op gelegenheid en op vaardigheid. Het komt daardoor voor dat iemand al onnodigs doet, terwijl hij nog niet zijn volledig en harmonieus functioneren heeft verwerkelijkt. De meeste mensen zijn disharmonisch en onvolledig aan het functioneren en vervelen zich toch al, doordat ze de vaardigheden en/of de gelegenheid om te voorzien in wat ze nodig hebben, missen (dat is: niet kregen. Het aanleren van die vaardigheden werd verhinderd, bijvoorbeeld door scholing in onbruikbaars; de gelegenheden zijn andermans bevoegdheid en/of de nodige spullen en het nodige spul zijn andermans eigendom). Deze onvolledig en disharmonisch functionerende gefrustreerden zijn ongelukkig, of en hoe ze dat aanvoelen is oninteressant: ze zijn het, als dier. Hun onnodige gedrag is ook (naast al het andere dat het is) een vlucht: weg van het tot zich laten doordringen van dat gefrustreerd-zijn, dat onvoldaan-zijn. Dat wordt gekend, kennen is niet te verhinderen, wat te verhinderen is, dat is: dat er aan dat kennen txaenz (aandacht) wordt besteed, dat verhinderen deze geoefend-ongelukkigen door iets anders met geweld veel aandacht te geven, centraal te stellen. Dat verklaart de voor een buitenstaander niet na te voelen mate van betrokkenheid bij totaal niet inspirerende, wezenloze onderwerpen: sport, kunst, verzamelingen, sex, 'muziek' genoemd onnodig geluid (voor ieder ander gewoon als lawaai te herkennen) en zo voorts, inclusief rangrelaties.
==============
Onvoldoende bezigheden voor parasiet zowel als voor slaaf-specialist.
Het zou allemaal totaal onbegrijpelijk blijven [= niet te verwachten te maken te zijn in een verhaal, een theorie erover], als we bij de mensen in deze tijd niet te doen hadden met als vee gehouden dieren. Aanvankelijk werden de slaven gehouden door slavenhouders, er waren twee groepen. Het leek alsof de een (als heer) voordeel had van de slavernij en de ander (als slaaf) nadeel. Maar de werkelijkheid had een straf in deze maatschappelijke organisatievorm ingebouwd: de straf op de zonde, geen vergeving. Genadeloos. De slavenhouders werden invalide (ze konden de bezigheden die nodig waren/zijn en slavenwerk waren, na enige generaties zelf volstrekt niet meer, net zo min als de voor die speciale dienst niet opgeleide slaven: alle anderen waren van de specialisten afhankelijk geworden) en de slaven werden als specialisten gebruikt en in het uitvoeren van hun specialisme ging hun txaenz verloren, zodat ze niet meer zelf konden voorzien in het overige voor volledigheid en harmonie van hun functioneren nodige. Wat er zo erg is aan invalide zijn, als je de gelegenheid hebt om te parasiteren, wel: je wordt gedwongen je txaenz te besteden aan onnodigs en wel aan dat onnodigs dat niet door slaven-specialisten al lang veel technisch-beter wordt gedaan. De andere parasieten pakken je je bezigheid meteen af, door die door hun slaven in specialisatie te laten doen. Schoolvoorbeelden zijn de sporten: om daar bewonderend bij te staan gapen en krijsen betalen velen en ziet: nu worden ook die sporten die tot voor zeer kort nog parasieten-status-symbolen waren (tennis, golf) door slaven-specialisten gedaan en wat is daar nu zo erg aan? Nou, dat je als golf-minnende parasiet ineens zo uitdrukkelijk een amateuristische onderpresteerder bent: de middelmatigste slaaf-specialist is beter dan jij. Dat is niet leuk. Al zegt niemand het je en praat je er zelf ook niet over, ook niet in jezelf, het is niet leuk, het is een domper.
==============
Het zou, zonder verwijzing naar die slavenhouderij ook onverklaarbaar (onverwachtbaar) blijven dat er tussen nodig en onnodig gewoon niet onderscheiden wordt. HET onderscheid is: met of zonder koopkracht er achter. Waar koopkracht achter staat, dat moet. Waar geen koopkracht achter staat, dat hoeft niet. Dat is in de plaats gekomen van nodig en onnodig. De soevereine wens van de koopkrachtigen initieert en bepaalt wat moet worden gedaan en nagelaten, en niet langer "de natuur" [dat woord betekent hier: het zo-zijn van mijn lichaam, het lichaam van de lezer, de lichamen der mensen en ons aller levende en niet-levende voorwaardelijke, levensvoorwaardelijke, levensnoodzakelijke omgeving].
==============
Alle kwaad (Engels: evil) is onnodig, want wat nodig is, kan niet kwaad (evil) genoemd worden: schoolvoorbeeld: een krokodil kan niet netjes doden. Cheetahs kunnen niet snel en netjes leren doden met dode dieren als lesmateriaal. Er is geen wreedheid (in the evil sense, als een soort of vorm van slechtheid dus) in de natuur.
Alle 'ook in de natuur voorkomen' is niet ter zake als men poogt het wangedrag van deze of gene aanvaard te krijgen. Het aan zichzelf en anderen eisen stellen vindt niet binnen de natuur plaats, maar binnen het afsprakengeheel (het 'spel') 'civilisatie' waarin we nu eenmaal geboren en getogen en in gebruik genomen en geplaatst zijn. Niks natuur. Puur onnatuur. Wie een beroep doet op de natuur, in deze context, dient zonder bescherming aan de natuur (inclusief zijn boze aanklagers) te worden overgeleverd. Dat zal dat beroep op de natuur intens onpopulair maken.
=============
Alle slechts [denk aan het levend voor de krokodillen gooien van in ongenade gevallen ministers door Idi Amin, leider van Uganda, nu in ruste bij zijn Islamitische broeders die in de olie(handel) zijn] gebeurt binnen het onnodige, binnen dat wat gedaan wordt 1. uit verveling: om de lol, de spanning, de afwisseling, 2. om alsnog, naast het gedane specialistische, anders te functioneren, 3. om te frustreren resp. om aan het weten (bewusthebben) van het gekende gefrustreerd-zijn te ontkomen. De oorzaak-gevolg bespreking van deze (i.c. boze) bezigheden wordt iets ingewikkelder dan die bij het verklaren van biljartbalbewegingen in verband met de queue: er zitten mensen (dieren) actief in het verhaal, die een geheugen hebben, er kan daardoor een tijdsverloop zitten tussen oorzaak en gevolg: 'herkennen' en 'aan de beurt komen' zijn hier van belang. Ook het emanciperen van de aangepasten: het "'nu ik' en 'ik ook' - syndroom". Wie nu aan de beurt zijn, zijn meteen conservatief, want ze willen niet het spel opgeheven en/of beëindigd zien nu zij eindelijk aan zet zijn en voordelen plukken. Vele malen betekent het 'leve de democratie' dan ook niet 'democratisch handelen is goed handelen', maar: 'stil nou, ik ben aan het winnen, voordeel hebben, rust hebben, (eindelijk)'.
[In de politiek sociaal-democratie i.t.t. anarchisme e.d..]
==//donderdag 23 maart 2000 14.57\\==
donderdag 23 maart 2000 19.14:
==========
Naast op onnodigs-doen gericht, blijkt het taaldier mens ook zeer sterk geneigd tot vechten, met alles en iedereen: 'zichzelf', de 'Schweinehund' in hemzelf, zijn naaste, de leden van andere partijen, de dieren, het ongedierte, het kwaad, de verandering, de traditie, je kunt het zo gek en tegengesteld niet opnoemen of 'de mens' (zoals de humanisten dat zeggen) is bereid het te bestrijden en wel met alle middelen. In de middelen die ze kiezen onderscheiden zich dan beschaafden van onbeschaafden, goeden van kwaden, enz. Maar vechten doen ze allemaal, desnoods voor de vrede op aarde, met graagte en/of met grote inzet.
Wellicht komt dat vooral omdat niemand kan ontsnappen uit de omgeving waarin hij geworpen (zogenaamd: geboren) is, op 'uit zijn naaste omgeving' na, maar dat is niet relevant, want: Buiten dat gezin, die kaste, die klasse waaruit hij ontkwam, treft de strever de volgende rangschikking aan, ook daar is alles al lang bezit of 'niet te bezitten'. Alle soorten van buiten-zijn en vrij-zijn zijn al wel uitgeprobeerd: zie India voor vele en vergaande pogingen. Maar als het woord 'vrijheid' ergens de naam van is, dan van wat slechts Robinson Crusoe (op zijn eiland alleen) heeft en niet blijkt te kunnen behouden als er een ander bij komt (Vrijdag). En Robinson staat voor 'de mens', met name de geciviliseerde Engelsman, zij het geen gentleman.
Vrijwel al dat vechten is onnodig, het is afreageren op anderen wat de vechters ervaren als hen aangedaan door weer anderen. 'De mondiale samenleving' is de naam waarmee al deze in gevecht gewikkelden tegelijk worden bedoeld, dus onder een noemer worden gebracht. Zoals men de 22 spelende voetballers de veldbevolking zou kunnen noemen: vat men ze toch nog samen. Maar het is een gotspe om die altijd wel op diverse plaatsen moordende en anders-misdadige massa, altijd wel ergens ijverig en geestdriftig bezig alle mensenrechten te schenden, 'de samenleving' te noemen.
==============
Terug naar het praataapschap, herstellen: het taaldier-zijn. Het gebruiken van taal is voor wie vechten een manier van vechten, zoals elk voorwerp voor wie vechten ook een mogelijk wapen is.
Daarnaast is het onderscheiden en apart benoemen [en wel met een vaste en afgesproken woord-begrip-combinatie] ook een manier om om te gaan met de kennis die men al waarnemend neemt van de omgeving. Taalgebruik vindt ook vredig plaats. Evenals waarnemen en onderzoeken. Maar van alle meldingen kan en zal ook door wie in oorlog zijn gebruik gemaakt worden. De chemische wapens komen er, ook als de scheikundige daar geen voorstellen voor doet.
===============
'Melden' is de vredige manier van berichten. Melden is waarheid spreken, waarheid die de melder daar dan KENT, dat is: zintuiglijk aandachtig meerzintuiglijk waarneemt. Helaas moet deze KENNIS teneinde zonder telepathie gemeld te worden eerst worden omgezet in INFORMATIE en daartoe herkent en begrijpt de a.s. melder die kennis en benoemt zijn begrippen en bespreekt zijn onderwerp, dat zijn bezigheden waarbij vertekenen, vergissen en reduceren niet volledig zijn te vermijden. De bedoeling is echter goed, de melder is niet op (het manipuleren van) de ontvanger gericht, maar puur op het zo exact mogelijk mededelen van zijn kennis.
==//donderdag 23 maart 2000 22.55\\==

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *