Jaap Schot, 19 maart 1992
De schrijvers van wat op school ‘het vak taal’ hebben nagestreefd een voorschrift te maken, dat op school kon worden onderwezen. Zo hoort het, zo moet het, wie het anders doet, doet het fout. Zodoende wordt de taal van alle geschoolden (geleerden) gelijk gemaakt en daardoor wordt het voor hen gemakkelijker om met elkaar van gedachten te wisselen.
De artsen hebben zelfs een internationaal bruikbare eigen medische woordenschat. De scheikundigen ook, compleet met woordvormingsregels. Het leren van al die woorden hoort thuis binnen de specialiserende wetenschappelijke opleidingen.
Scholen dient onderscheiden te worden van opleiden.
Opleiden specialiseert en maakt geschikt voor het uitoefenen van een beroep, dat bestaat uit het toepassen van de in de opleiding aangeleerde vaardigheden: het opmerken, herkennen en hanteren van en binnen het speciale onderwerpenveld.
Scholen maakt overeenkomsten aan tussen de leerlingen. Slechts een deel van de aanvankelijk bestaande en naast de scholing ontstaande verschillen tussen de leerlingen hoeft daartoe bestreden te worden. Algemene leerplicht vergroot bij de plichtigen de overeenkomsten van iedereen met elk ander.
Scholen is echter onverenigbaar met het heilig verklaren van het unieke, zoals de reclame dat doet bij het omwerven van de leerlingen als Koning Klant en Jan Publiek en zoals de religies en -ismen dat in ons vrije landje doen op basis van de vrijheid (sic) voor overtuiging (godsdienstig en politiek). De verkopers van overtuigingen en van het modieuze) maken verschillen aan, hoewel ze gebruik maken van de neiging van de mensen zich bij een groep te voegen: te gaan naar en te blijven bij anderen met wie ze zoveel mogelijk (en wel zo belangrijk mogelijke) overeenkomsten hebben. Ismen en religies splijten hiertelande hedentendage vrij naast elkaar wervend de massa in vele delen doordat ze met velen rivaliserend dingen naar de gunst en de (geldelijke of te gelde te maken) bijdrage van de klanten. Het artikel dat ze verkopen is geborgenheid, identiteit, een antwoord op de vraag WAT BEN JIJ? Ook het antwoord op de vraag WAARAAN MOET IK MIJN TXAENZ BESTEDEN?
Onderwijs politiek of religieus binden perverteert het. Met andere woorden: het vernietigt de eenheid van de nationale staat doordat het de ingezetenen veel meer en voor hun gevoel belangrijker verschillen doet hebben dan overeenkomsten.
De overtuigingen (de groepen overtuigden, de overtuigden in hun groepen) gunnen elkaar (anders overtuigden, exacter: van iets anders op gelijke manier, namelijk zomaar, door een geloofskeuze, overtuigden) de macht niet overeenkomsten aan te maken door middel van het door de overheid georganiseerde onderwijs, het scholen.
De overeenkomsten die iemand met de anderen heeft maken dat hij zich bij, nee: met die anderen THUIS voelt, niet de verschillen. Wanneer de splijtende groepenvormers er in slagen "VERDRAAGZAAMHEID" en "HOERA VOOR ONS VERSCHILLEN" tot morele eisen te laten maken zelfs, niet slechts tot onweersproken slogans, dan gaat het mis. Tevoorschijn komt dan het Toren van Babel-effect, het uiteenvallen van de bijeenlevende massa.
De term 'samenleving' verliest alle betekenis, verwijst niet eens meer naar een nagestreefd ideaal. Er is met de massa niets constructiefs meer te beginnen. Een volk dat in zichzelf verdeeld is kan zich niet staande houden. De enige bron van veiligheid wordt de subgroep waarin men zich bevindt en onveiligheid komt van die anderen uit die andere groepen. Einde verdraagzaamheid en eenheid, want einde overwicht overeenkomsten.
De uitdrukking 'pluralistische samenleving' bevat een tegenstrijdigheid binnen de term. De verschillen zijn heilig verklaard. De WAARHEID is dat al die 'ismen en religies gemaakte (in dit geval van verhalen en theorieen dus: verzonnen) gereedschappen zijn om groepen mee te vormen en bijeen te houden; groepen wier leden zoveel mogelijk zo belangrijk mogelijke overeenkomsten menen te hebben. [Menen, want ze staan vaak zeer verbaasd als ze deugden ook bij niet-groepsleden aantreffen].
Wanneer iemand de nationale staat wil laten voortbestaan, moet hij hem doen voortbestaan. Daarvoor is maar een enkel middel: alle landgenoten voorzien van zoveel mogelijk overeenkomsten en dat kan niet zonder hen te voorzien van een enkele zeer strak gereglementeerde gezamenlijke taal.
Gereglementeerd voor wat betreft de betekenis de woorden niet slechts voor wat betreft de vormen.
Stel je eens voor dat je op school al leerde doorzien wanneer iemand je een citaat, een verzinsel of een herinnering voor een verwoorde waarneming (een constatering) probeerde te 'verkopen'.
Dan zouden de ismen en de religies het al veel zwaarder hebben bij hun pogen het volk op te delen.
Voor allen die in een isme of een religie zijn binnengeboren of verzeild is het vinden van de bovengenoemde waarheid zeer bevrijdend.
0 Reacties