Jaap Schot, 15 april 2011
Voorvoegsel
dit is de zoveelste keer dat ik het uitschreef: zonder erg suggereren we elkaar een hoop onzin en gevaarlijks, via de taal. Die taal, die wij leerden doordat ie om ons heen gesproken en geschreven werd en wordt. We leerden praten, dat deden we niet, dat gebeurde, en wat ons als tekst om te zeggen invalt, is niet ons maaksel, maar ontstaat door de actieve en/of wakker te roepen begrippenapparatuur en verhalenverzameling in onze schedel.
Wij gebeuren, wij doen ons niet. Geen eer dus en geen schande, geen verdienste en geen schuld. Er zijn geen geesten en zielen en goden, geen inspiratie, geen spiritualiteit, geen stem van het hart en geen enthousiasme. Er is van die hele bovendierlijkheid, die “humaniteit”, slechts sprake. Om met Rousseau te spreken: wij, exemplaren van de diersoort mens, zijn als dier al o.k., er is geen bovendierlijkheid en geen buitennatuurlijkheid nodig. Als we niet meedoen met het ‘wereldje’ spelen, hoeft er helemaal niet voor allerlei kwaad dat in ons zou zitten en van ons uit zou gaan, gecompenseerd* te worden door die massa verzinsels.
____________________
*) voor de onvermijdelijke cognitieve dissonantie in de kennis van binnensoortelijk parasiteren door de “edelen” op de “tot gereedschap gemaakte overwonnenen / onderdanen”. Soortgenoten ervaren wij van nature en door ervaring met wie ons bemoederen als medemensen. En daarmee is onverenigbaar het leren kennen van andere soortgenoten (die ons bevaderen, in oude termen: die ons mores leren) als ‘functionerend als parasieten en gebruikers’. En dát is nu precies wat menigeen op puberleeftijd duidelijk krijgt.
Onderdrukkende verhalen
Het zijn de juristen en de priesters, die over ons spreken als over dwars en onwillig vee, dat met geweld in een orde moet worden geperst en gehouden. Deze priesters en juristen zijn fictie aanmakende dienaren van de koopkrachtigen. Die koopkrachtigen zijn de erfgenamen van de overwinning. De overwinning is: de gelegenheid om als overwinnende bewapenden de verslagenen en hun kinderen te terroriseren, te beroven, te mishandelen, te doden en te gebruiken. (Denk aan de SS in Rusland en in de KZ’s.)
Zorgvuldig voorzien priesters en juristen in verhalen. Oude, maar bijgewerkte , ge-update verhalen. [Schoolvoorbeelden zijn ‘Vaderlandse Geschiedenis’ en ‘de preken van de dominee in het kader van het kerkelijk jaar’.] Het zijn verhalen die het zelf verkennen ontmoedigen. Verhalen, waarin de stichting van de civilisatie, - in feite resultante van het gevecht, met geluk en pech als wezenlijke ingrediënten -, wordt voorgesteld als het resultaat van de daden van goden en helden. Zo’n verhaal is geen wetenschappelijke theorie, het is geen verwachtgereedschap, het is OPVATGEREEDSCHAP, ten gebruike bij het ZICH SCHIKKEN IN (in plaats van, of ten minste ten koste van het verkennen van) de eigen macro-omgeving (m.a.w. van het onderwerp ‘onze (nu tldistische) maatschappij’).
15-4-2011 10:55: Die jonge man die een stuk of zes winkelende mensen dood schoot en toen zichzelf, was, zo hoorde ik zojuist vertellen, volgens wat ze van hem gelezen hebben op zijn computer:
‘boos op God, op (de?) mensen en op de maatschappij’.
Al eerder hoorden wij dat hij ‘een gek was’ en dat de beschikbaarheid van vuurwapens heel erg slecht is.
----
Net zo’n te betreuren voorwaarde als de aanwezigheid van vuurwapens en munitie, was die begrippenapparatuur, die ik al jaren als onderwerp heb: het orthodox geloven in een god, in daderschap (= in het kunnen nalaten van dat wat via ons gebeurt) en in het propagandistische ‘wij’, die samen in de maatschappij het gebeurende dóen.
-----
Dit is glashelder voor mij, als enige die mijn teksten heeft gelezen en doordácht.
-----
Die jongen had beter reflecterend taalonderwijs moeten krijgen, in het kader van de leerplicht én later. Hij was 24 (jaar oud) en dus nog niet oud genoeg om, - zoals ik -, te denken: ze kunnen op eigen kracht met z’n allen doodvallen, en oh troost: ze zúllen dat ook, ieder op zijn tijd. Als de voorwaarden daarvoor vervuld zijn. Mensen zijn ook slechts ‘dingen die gebeuren’, zoals cyclonen, vuren en levende wezens. Allemaal bewegingen in materie, veroorzaakt en met gevolgen, willoos, zij het dat de dieren leren en dus verwachten en vrezen en vluchten, trekken, jagen of vechten.
-----
Dieren die een taal hebben geleerd, horen met hun geestesoor (analoog aan dromen) meldingen in die taal. Ik heb geen reden om aan te nemen dat daar iets uniek menselijks hoeft te worden gesteld.
---- Om die jonge man heen sprak men van een bestaande en doende almachtige Enige God, van mensen die verantwoordelijk zijn voor wat er via hen (door hen heen) gebeurt, en van een maatschappij die in volzinnen (meldingen) dader was van en baas over allerlei toestanden, wetten, regelingen, enz. . Dat hoorde die jongen, want dat horen wij allemaal, het is het ondoordachte geklets in ons aller macro-omgeving.
15-4-2011 11:21|344||15-4-2011 11:54:
Ismen zijn wolken van arrogantie, waaruit het isten (= druppels) regent en strijders (debaters en propagandisten) hagelt.
Reflectisme is er niet, en de zon van de wijsheid moge volop schijnen achter dit gesloten wolkendek van ismen, ze schijnt in deze wintertijd niet recht genoeg er op om het istische geklets te verdampen. En onder dit wolkendek is het zo koud en nat, dat er geen vuur aan te maken is voor een gewoon jong mens alleen. En alleen zijn wij allen, dat is wat de propaganda juichend brengt als individuele vrijheid (met beschermwaardige privacy). Spreken van de beschermwaardigheid van privacy is het aanmoedigen van het alleen zijn en blijven, het nalaten van het uitproberen van samen zijn en samen spreken bij (dus niet over) de zaken zelf. Het spreken bij een onderwerp, is het tegendeel van je mening geven over die zaak. Wie zijn mening geeft, vertelt mede over de sporen die zijn vroegere omstandigheden in hem hebben achtergelaten. Dat wat hij daar toen leerde is het namelijk wat zich in hem roert doordat het wakker geroepen wordt (in daderschap veronderstellende bewoordingen: wat hij zich herinnert’ ) bij het zien van het onderwerp (de zaak in kwestie).
Dat wat in een opmerker van een zaak / verschijnsel / gebeuren wakker wordt is uniek, eenmalig. Bij geen twee opmerkers zijn die associaties gelijk: ze verschillen qua gevoel, qua neigingen en qua cognities.
Je weet nooit wat je met een woord (met een tekst, een gebaar, een tonen, - vertoning is een verbruikt woord -.) in de ander wakker roept. In ieder geval ZÍJN UNIEKE BETEKENIS ERVAN woordbetekenis / waarnemingsbetekenis.
========
DE ISMEN ZIJN OOK SPEELGOED, van de mensveehouders, dat zijn zowel privaatpersonen als de regeerders. De priesters en de juristen spelen het spel voor hen: zij bedenken de regels en verplaatsen de stukken.
Deze spelers zijn onderling tegenspelers, geen vijanden. De gelovige exemplaren van het mensvee waarmee ze spelen, - zoals kaarters met kaarten spelen -, kunnen in vijandschap voelen vervallen. Dáártegen is het hier geldende tolerantisme: dat is het niet ter zake verklaren van waarheidsgehalte in het spreken van de gebruikte mensen (het menselijk gebruiksvee). En zoals er in wat ze zeggen geen waarheid hoeft te zijn, zo hoeft er in wat ze aanschaffen van hun vrij besteedbaar inkomen ook geen enkele rem op schaden of (laat staan) een spoor van nuttigheid of een dergelijke positieve waarde te vinden te zijn.
Dát is tolerantisme. En vooral: daartoe strekt tolerantisme. ER ZIJN (zoals altijd overal) MEER GEVOLGEN DAN DOELEN. Het tolerantisme is een medicijn tegen geruzie. Het medicijn heeft bijwerkingen.
===============
Wij hier spreken van vrijheid van meningsuiting en wij hebben de sociale media (er wordt wat af getwitterd, getelefoneerd, gesmst, enzovoorts). Het grote goed is de emotionele ontlading, niet eens meer inspraak, nog slechts spraak.
Het maakt niet uit of wat je laat horen een melding is (= waar, nu het geval en door jou nu zintuiglijk waargenomen, is). DE ANDEREN ZIJN GEHOUDEN (worden geacht, dat is: gedwongen) DAT WAT JIJ ZEGT ALS PUUR EEN UITING VAN JOU TE ZIEN (= op te vatten, in hun al of niet reageren en in hun zus of zo reageren te verrekenen, als factor te nemen).
=====
Als ik iets meld en die melding impliceert dat een derde bezig is iets laakbaars of lofwaardigs te doen, dan is dat BIJWERKING. De hoorder is gehouden daar niet op te reageren, ISMEN MOGEN NIET HAGELEN. ISTEN MOGEN UITEENSPATTEN IN KLEINE DRUPPELTJES (meningen).
====
Wie in ons paradijs met meningsvrijheid leeft, dient er tegen te kunnen ononderbroken bespetterd te worden met istische uitspraakjes (“tweets”). De anderen, die hij zich hoort uiten, leert hij te negeren en/of te verachten in deze zo geregelde omgeving. Heel af en toe kan hij het ook hartgrondig eens zijn met een tweet van een ander. Om die pret waarschijnlijker te maken valt er ook wat te regelen. Zoals je elders en vroeger kerkdiensten en dominees kon uitzoeken en er nu de vele televisiekanalen ter keuze staan.
====
Tolerantisme ondersteunt het liberalisme ( = de vrijheid om alles op de markt te brengen, wat niet uitdrukkelijk verboden is). Met alles waarmee je verwacht winst te kunnen maken, mag je VAN DE LIBERALISTEN de markt op.
Maar: er moeten ook verboden zijn, want de ervaring leert dat er koopkrachtige vraag is naar VERBODEN WAAR.
Die vraag is er vooral bij (kort na de geboorte al ingevangen) menselijk jongvee dat (in de kranten staat dan: ‘jeugd, die’) wordt opgezadeld met “verantwoordelijkheid”. De jongeren merken dat ze gevangen zitten, doordat ze nu ze geen kind meer zijn. Ze worden tot koper van onnodigs, in het kader van het zich tooien met RANGAANDUIDEND spul, spullen en gedrag.
Juist het vertonen van gedrag dat verboden is, levert een hoge score en dus een hoge rang op.
De ondernemenden willen ook aan deze vraag naar ‘verboden waar’ tegemoet kunnen komen en dringen er dus bij de politici op aan NIET TE ONDERWIJZEN, MAAR DOM TE HOUDEN. En te zorgen voor merkbaar veel politieoptreden tegen deze ondernemers. MERKBAAR VEEL, MAAR VOORAL NIET DOELTREFFEND VEEL, niet genoeg voor het genoemde doel: het verschijnsel uitroeien.
====
Het voorkómen van het uitblijven van dit ondoordachte protesteren van de jeugd tegen “onze” tldistische : “samenleving” heeft DE prioriteit van ‘de politiek’ (het trekpoppendom van de aandeelhouderij, via de lobbyistenmassa).
Dit gezuip, gespuit en geslik mag (van de heersenden) niet voorkómen worden. Het ís te voorkomen, door onderwijs met als onderwerp HET VERKENNEN VAN DE GESPEELDE WERELD (naast de natuurwetenschappen). Verkennen begeleiden is volstrekt ongelijk aan propageren (1) en aan tot deelname dwingen (2).
=====
15-4-2011 13:59|1.280||15-4-2011 15:14:
Het gevecht waarin de jongere gebroken wordt, zijn verzet opgeeft, moet door de ouders en andere naasten (medemensvee) worden gevoerd. Daarvoor is de politie in die functie die deze in het tldisme heeft, niet bestemd.
Ze (de kapitalisten) willen niet weten (niet erkennen dus, ze zullen, onvermijdelijk het spel dat zij spelen en de regels ervan kennen). Dat zij de erfgenamen zijn van de in geld ondergebrachte gelegenheid tot roven, bevelen en verkrachten, die de overwinnende kolonisten toen hadden, zó willen ze het niet onder woorden gebracht zien (horen).
De aandeelhouders gokken op de beurs zoals de toeschouwers bij gevechten van honden, hanen, e.d. verboden vertoningen, en bij stierengevechten en bij kooigevechten tussen mensen en bij bokswedstrijden. Zo gokken de aandeelhouders bij productiewijzen waarbij mensen bij bosjes dood gaan. Hun bondgenoten, de mensen van het nieuws, doen dan alsof de schande van die zaken dáár ligt, bij de bazen van die scheepswrakslopers op die verre stranden en bij de mijnbouwers en hun regeringen daar in die verre landen.
Het is met de schuld en de verantwoordelijkheid in het TLDisme als met dat uitvoeren van doodstraffen in de USA: achtereenvolgens doen verschillende medewerkers één deel van de behandeling die als geheel dodelijk is.
15-4-2011 15:31|1.485||
0 Reacties