Er zijn twee manieren van bijeen, in interactie met anderen omgaand, leven mogelijk:
1. die waarin geen rangen zijn en onderling niet gevochten wordt
2. die waarin velen vechten om voor zich voorrechten te vestigen.
Die manieren worden beide ‘samenleven’ genoemd, maar ze zijn zeer verschillend en moeiteloos te onderscheiden. Op beide manieren wordt “de samenleving” begrepen/opgevat hier, tezelfderplaats en nu, tezelfdertijd. Door verschillende lieden zus en/of zo, en door vele verwarden, op beide manieren oftewel helemaal niet.
Met en zonder vaste voorrechten, dat is de fundamentele tweedeling.
Het is een tweedeling zoals die van geel en blauw. Manier geel, manier blauw. Geel plus blauw geeft groen.
Dat beeld van die mengbare kleuren is een spreekbeeld en als zodanig, als beeld dus, is het verschillend van het ermee verbeelde. Het beeld is nooit identiek aan de zaak. Het gaat bij het gebruik van een spreekbeeld altijd slechts om een paar overeenkomsten, niet om de overige. En niet om de verschillen. Aangenomen mag en moet worden dat de gebruiker van een spreekbeeld die verschillen ook wel (en als zodanig) ziet. En ook moet aangenomen worden dat hij wel weet dat alle overeenkomsten die hij niet uitdrukkelijk aanwijst niet bedoeld en niet ter ontdekking gegeven zijn. Ik wil het feit dat geel nooit gelijk wordt aan blauw hebben als centraal argument.
Ik zoek later nog wel een beschrijving in plaats van dit beeld, maar ik wil me even in de ogen van de lezer het recht verschaffen om echt geel en echt blauw te beschrijven hoewel ik weet dat wie kijkt groen ziet. En erger: de meeste mensen willen ontsnappen aan het weet hebben van geel en blauw. Er is een verbod op het analyseren van dit groen.
Ik wil opmerken dat er ex-kinderen zijn die het hen vertelde (dat de wereld geel is) nog steeds als basis voor de keuze van hun gedrag nemen. Ik wil zeggen dat maatschappelijk succes als vrij en ongebruikt mens, alleen is weggelegd voor diegenen die deze geeldenkers weten te misbruiken, hen weten uit te buiten. Deze blauwweters worden, - en daar zit de oorzaak van allerlei ellende -, door de geelgelovers voor soortgenoten aangezien. Die geelgelovers krijgen niet in plaats van het succes in de wereld, dat zij missen, ter vergoeding of zo, het geluk. Zo is het niet. Kijk maar.
Niemand kan op beide manieren tegelijk samenleven met dezelfde anderen. Beide manieren van samenleven zijn volstrekt onverenigbaar. Wie op beide manieren wil leven moet ze afwisselen, a. in tijd en b. voor wat betreft de anderen waarmee hij zo omgaat. Wie voor zich eenmaal ten opzichte van een ander een voorrecht heeft gevestigd kan nooit meer op de eerste manier met die ander omgaan. Dat voorrecht ooit genomen en ooit gevestigd te hebben, dat zit hem en die ander voorgoed in de weg. Het voorrecht kan worden opgegeven en het nemen en vestigen ervan kan worden berouwd en vergeven, maar de ""onschuld"" (= de onbewustheid en ondoordachtheid gebaseerd op de alternatiefloosheid) die de voornaamste eigenschap is van manier1., is vernietigd.
Ik neem bij dit beeld kleuren, omdat ik helder en goed wil onderscheiden. Helder onderscheiden moet, het mag niet slechts, volgens wie Descartes volgen. Maar juist in het denken over het maatschappelijke wordt dat onderscheiden verboden en tegengewerkt. Iedereen zegt, -zodra ik daar onverenigbaars aanwijs-, dat ik aan zwart-wit-denken doe en een extremist ben en niet tot compromissen bereid. En zwart-wit-denken, dat is volgens de sprekers verkeerd, verwerpelijk, fout, dom, primitief.
Dit is een van de redenen waarom ik niets wil publiceren.
Ik wens mij niet die manier van denken (goed onderscheiden) te laten ontnemen. Ik heb geen boodschap. Als er geen vraag is, heb ik ook geen antwoord en ik voel me daar prima bij. Ik prijs het in mijn 'maatschappelijke' / 'sociale' situatie die mij toeviel, die echt door niemand ooit bedoeld werd, dat ik niet alleen eruit gegooid, maar ook losgelaten, vrijgelaten ben. Niemand wou of wil mij vrij hebben, evenmin wil iemand mij gebruikt hebben. Niemand geeft er wat om of ik buiten spel sta of niet. Ik beteken gewoon voor niemand iets. [Niemand in het blauwe. 'Niemand' gebruik ik hier met uitsluiting van die paar mensen die, buiten elke maatschappelijke context, zich wel voor mij interesseren. Buiten elke maatschappelijke context, dat wil zeggen: binnen het als 1. genoemde wereldbeeld.]
Ik ga me niet aanmelden voor 'weer vastgehouden worden', oh nee.
Dat eerste begrip van samenleven, die manier zonder rangen en voorrechten, wordt, zo al, dan toch alleen gebruikt om het aan kinderen als ideaal te onderwijzen, voor te houden, voor te spiegelen. Impliciet in boekjes met informatie over onderwerpen uit de zaakvakken bijvoorbeeld wordt gedaan als ware het de juiste beschrijving van onze samenleving hier en nu.
Bijvoorbeeld: Het is ontroerend te lezen dat ontdekkingsreizen zo toevallig en per ongeluk gevolgd werden door verovering en massale roofmoord.
Het is overduidelijk dat de van vaste voorrechten vrije samenleving de enig goede is. Dat kan bewezen en gevoeld worden. Bijeenzijn in gevecht (competitie en concurrentie) veroorzaakt niets constructiefs. Dat feit wordt overschreeuwd door de aan dit front, - onder bedreiging met verwerping, verwaarlozing, honger, verminking en dood - afgedwongen topprestaties positief te noemen. Noem toppresteren een waarde op zich en je hoeft niet meer te kijken naar het geweld waarmee het wordt afgedwongen. Dat is de truc in kwestie.
Vele mensen blijven op enkele punten aan het werkelijk bestaan van die voorrechtenloze samenleving, aan deze voorspiegeling, geloven en/of deze als ideaal nastreven en/of deze aan anderen als eis en/of ideaal voorhouden.
Op deze wegens overweldigend gevoelssucces geprolongeerde kinderlijkheid wordt zeer vaak en in sterke mate een beroep gedaan als er gecollecteerd wordt en als er wordt aangedrongen op het GRATIS nalaten van wangedrag en het GRATIS doen van goeds.
Iedereen die hier nu leeft doet er verstandig aan helder tot zich te laten doordringen dat we "samenleven" (met elkaar bezig bijeenleven dus) in een democratie genoemde vechtkluwen van allen tegen allen om alles met alle middelen. Geen van ons ontkomt aan het hebben en verdedigen van voorrechten.
Dat is een feit en feiten ontkennen is onverstandig. Tijdens een wedstrijd zijn er twee elftallen samen aan het voetballen. Geen voetbalwijs toeschouwer zal er echter op aandringen dat alle tweeentwintig gaan samenspelen. Dat zou wel de meeste doelpunten opleveren, maar het spel was weg. En dan blijkt dat het om het spel, om het vechten, succes hebben en winnen gaat en niet om de doelpunten. Dat weet iedere voetbalwijze. Nu, iedere wereldwijze weet dat het om het vestigen van voorrechten gaat in het samenleven en niet om het welzijn van allen of om het maximaliseren van het daarvoor nodige. Het gaat niet om het concrete (nodigs, spul) maar om het speldoel-verzinsel, in dit geval: RANG, status, eer, superioriteit.
Al vechtend om hun voorrechten te vestigen komen de spelers (alle deelnemers-vechters samen, denk aan die 22 voetballers) aan het voorzien in veel nodigs niet toe, zelfs niet als ze niet opzettelijk derden schaden om aan meer (ongelijk te verdelen) buit te komen. Dat nodigs (hongerigen voeden, vluchtelingen huisvesten, armen helpen, zie verder de lijst van goede doelen waarvoor gecollecteerd wordt en / of waarvoor vrijwilligers m/v geworven worden) moet dan maar door sukkels met wereldbeeld 1. worden gedaan, gratis. En die geprolongeerde kinderen doen dat nog ook.
Blauwen doen zich vaak voor als gelen. De RK clerus bijvoorbeeld.
Het komt roofridders soms goed uit zich voor te doen als van die liefdadige kindgeblevenen. Vaker echter leven ze zich uit als mecenas, kunstenaarhouders dus (analoog aan veehouders). En niet te vergeten in dit verband is het stichten van wetenschappelijke instituten voor universitair onderwijs en onderzoek.
==//==
Het noodlot wil (met andere woorden: het is nu eenmaal zo) dat ieder van ons voorrechten heeft gekregen voordat hij er erg in had, er erg in kon hebben. Lang voordat het woord 'voorrecht' hem wordt aangeleerd mag Jantje al langer opblijven dan zijn jongere zusje. Maar geloof maar niet dat pa en ma in de gaten hebben wat ze doen, laat staan dat ze bereid zijn toe te geven dat ze op manier no 2. (blauw) samenleven met hun nazaten. Dat ze, met andere woorden zelfs binnen het gezin geen werkelijkheid maken van die voorrechtloze manier van samenleven.
Waar komt dan toch steeds weer dat begrip 'voorrechtloos' vandaan? Is het alleen maar het nabeeld in complementaire kleur van de gekleurde werkelijkheid waarnaar we gebiologeerd staarden? Gebiologeerd: niet in staat onze blik af te wenden, terwijl toch dat wat we zien onaangenaam, dreigend of zelfs verschrikkelijk is. ‘Terwijl toch’, of juist ‘omdat, doordat’?
Al die uitzendingen over ellende in binnen- en buitenland, al die armoe, die honger, dat geweldplegen, die uitzendingen ontlenen hun oorsprong en hun kijkdichtheid alleen aan het bestaan van dat gele maatschappijbeeld: dat blauwe gedoe dat daar vertoond, getoond, wordt, dat moet niet zijn.
Heel veel van hun txaenz besteden (verdoen) de gelen er aan te repareren en te betreuren wat de blauwen kapot maken, niet slechts maakten. Het komt geen moment in hen op het vechten van de blauwen een halt toe te roepen. Integendeel: idere winnaar, elk winnen, wordt bewonderd, benijd, toegejuicht. Integendeel, er wordt steeds opgeroepen tot het aanmoedigen en vrijlaten tot het gaan vechten (ondernemen heet dat dan). Concurreren en competitie, wedstrijden en wedijveren, zich met elkaar meten, woekeren met je godgegeven talenten, streven, je best doen, het ver brengen, dat alles wordt gepropageerd en als onmisbaar en zegenrijk opgevat, het zou kwaliteit en kwantiteit van nuttige dienstverlening en eerlijke verdeling van het nodige garanderen.
Ze missen volstrekt elke neiging de werkelijkheid (groen) te analyseren, in te zien dat onnodigs, hoezeer het ook de rang aangeeft, onnodig is, dat specialisatie weliswaar plaatselijk (bij chirurgen, het eeuwige voorbeeld in deze) verdedigbaar en zelfs positief is, maar niet voor alle nodige bezigheden en voor alle mensen. Ze willen helemaal niet zien dat een specialisatie (en werkervaring) vrijwel overal neerkomt op een veroordeling tot levenslange vervreemde arbeid.
[ Vervreemde arbeid, dat is: 1. doen voor vele, vele anderen wat voor jouzelf op dat moment dat je het doet niet nodig is en 2. doen van wat je met geen geweld meer interessant, leerzaam, boeiend, de moeite waard meer kunt vinden, wat je met andere woorden, niet meer anders dan als middel, - om aan geld te komen - , kunt zien, kunt ervaren; wat je niet meer kunt beleven, dat is: wat dood is voor je, wat je tot een robot reduceert. Met een robot-computer heb je als gespecialiseerde in de rangschikkende samenleving gemeen dat je niet meer kunt nalaten te gehoorzamen aan de bevelen, bestellingen, opdrachten, koopkrachtige vragen.]
==/081292/==

0 Reacties