Txaenz van allen managen

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden: slavernij

Jaap Schot, 8 juli 2002

De regering van een volk heeft de txaenz van allen te managen: dat is: te gebruiken zoals een slavenhouder zijn slaven. Als die slavenhouder als een vader voor zijn menselijk gebruiksvee is, dan zorgt hij ervoor, streeft in ieder geval maximaal na dat zijn ‘kinderen’ zoet spelen, niet staan te lummelen, hun txaenz niet verdoen.
Leren is een vorm van produceren, die kan voortgaan ook als er geen buitenlandse vraag is naar producten.
Luxe is per definitie misbaar, niet onmisbaar. Dat wil zeggen dat de kosten van een deuk in de economische koopkrachtige buitenlandse vraag naar producten van het volk in kwestie dienen te worden verhaald op de luxe en wel: van boven af beginnen de trap te vegen. Als er dan een economische slapte is vallen bijvoorbeeld de onnodige vliegreizen weg dat jaar. Geen volksverhuizingen in de richting van sportevenementen in het buitenland en in het binnenland alleen een met tig procent verminderd autoverkeer. Zulk soort bezuinigingen zijn vrijwel zeker voldoende voor de meeste krappe tijden. Maar het gaat mij hier alleen om voorbeelden om te wijzen hoe ik het bedoel. Er zijn veel betere voorbeelden, maar daar mogen anderen op komen: het is hun wereld, niet de mijne.

Als het leren beloond wordt, ja, met geld, geld is het enige dat geldt, geldig is, geteld wordt, waardoor je telt, meetelt, meegeteld wordt, een rang hebt in deze tot kwantiteit van voorrechten gereduceerde wereld, die jullie vooral moeten blijven bewonen, maar bij dat bewonen zouden jullie je verstand naast je gevoel kunnen gebruiken en zodoende een voorsprong op alle eender blijvende (voelclubs blijvende) volkeren kunnen nemen.
Laat geen txaenz verdoen en op buitenbesturing door anderen verspild worden. Moedig het verstaan van het verschil aan: het verschil tussen

  • nodig en onnodig,
  • ‘persoonlijk zelfbestuur uitoefenen’ en ‘op buitenbesturing staan’,
  • ‘kunnen, in potentie gebeuren’ en ‘gedaan worden, gebeuren’: besef: zonder kunnen geen gebeuren (c.q gedaan worden).

Kunnen moet worden beloond, ook blijven kunnen dus, niet slechts leren, en niet slechts doen. Onderwijzen moet worden beloond, niet omdat het iets is dat iemand met tegenzin doet en zou nalaten zonder beloning, maar om de waardering in echt geld te laten blijken, medailles voldoen niet in jullie eendimensionale wereldje.

Jullie moeten alles in geld uitdrukken omdat jullie te stom zijn gebleken, nu al een eeuw of meer, voor meer dan één dimensie. Je hoeft je niet te schamen, maar je moet, technisch is dat moeten, niet moreel en het is geen bevel, voor je domheid (in dit geval ééndimensionaliteit) compenseren met consequent afzien van beloningen (in dit geval) die op een andere dimensie liggen: geen hemel, geen eer, geen waardering (want die is niet echt: die lintjes opspeldende figuren kennen de gedecoreerden niet en wensen die ook helemaal niet te kennen, want het is – Parbleu – niet iemand uit hun kring.

Jullie hoeven niet moreel te zijn, dat is te moeilijk voor jullie, jullie moeten alleen technisch goed omgaan met wat jullie in je macht hebben: een massa slaven in zelfbezit op buitenbesturing, brein op nul, verslaafd aan genot in alle soorten en volstrekt vervreemd van hun en alle natuur en beroofd, voorgoed van alle cultuur, d.w.z. van alle niet een persoon alleen zijn. Omdat ze volstrekt alleen zijn dromen en praten ze zoveel over liefde en vriendschap en zo. Ik merk dat ik de verkeerde woorden kies, ze ‘zijn op elkaar’ of zo, ik ken dat gebrabbel niet. Ik mijd die tv over ‘spijt’, ‘herinneringen’ en zo voorts. Die tussenpersoonlijke gevoelsblubber in dikke stromen, die compenseert (voor hun onverstand) voor het verloren, oh zo eng afgeschilderde dorpse bijeenleven, gekend en onder bestuur van een traditie, in plaats van op buitenbesturing door soevereine, rijke, klant zijnde, koopkracht op hen uitoefenende anderen en koopkracht van hen eisenden en daardoor, langs die weg, hen als werkdoorgevers commanderende anderen.
Oh God, wat zijn onze minkukels vrij en blij dat ze nu niemand meer hebben die jegens hén een plicht voelt om hen te verzorgen, om hen te kennen om hen in zijn huis vanzelfsprekend, zeker, zonder navraag, onaangekondigd gastvrij te ontvangen en te voeden en zo voorts.
God, wat zijn ze bevrijd. God wat zijn ze onmetelijk en alle genade onmogelijk makend DOM.
Daar deed God dan gemiddeld een IQ van 100 in. Dat doen ze ermee. Dan kan God er ook niks meer aan doen.

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categorieën in Jaap’s teksten

Recente reacties