Jaap Schot, 24 november 1991
De maatschappij lijkt niet op een gezelschapsspel, het is er een. In "onze" moderne kapitalistische liberale democratische maatschappij wordt het spel 'Overtreffertje met bezit' gespeeld: die maatschappij en dat gezelschapsspel vallen geheel samen.
Zo gaat het spel:
Spelen in dit spel betekent: pogen bevoorrecht te geraken ten opzichte van minstens enige, liefst zoveel mogelijk anderen. Zijn eenmaal verworven voorrechten poogt elkeen te behouden. Het bevoorrecht zijn vertoont men voortdurend: door zich door anderen te laten dienen (inclusief dingen voor zich te laten maken). Daaraan vast zit het aanvaarden van het bestaan van de reeds tot stand gekomen ongelijke verdeling, maar slechts voor zover die niet met legale middelen te veranderen is. Door ieder verwerven (resp. verworven hebben) van voorrechten te bewonderen, bewonderen alle spelers via via ook zichzelf.
Zij die spelen pogen te overtreffen, bevoorrecht te geraken, enz., maar het geldt ook andersom: niet alleen als je speler ben doe je het, vertoon je het spelersgedrag, maar ook: als je het doet, het gedrag vertoont, dan ben je speler. Of je dat nu van jezelf weet en erkent of niet.
Wie anderen pogen te overtreffen, wie hun voorrechten vertonen en wie de ongelijkheid aanvaarden en bewonderen zijn deelnemers en bijdragers aan het spel, het zijn spelers. Onder de spelers zijn winnaars en verliezers. Heel veel mensen kunnen vaststellen dat ze tot meedoen in het spel gedwongen werden en worden. Velen verlangen in verloren ogenblikken desgevraagd best naar een alternatief voor het besteden van al hun txaenz in het spel.
Ontevredenen en verliezers zijn echt ook spelers, met alle wensen van dien: zo is bijvoorbeeld zelfs iemand die maar enkele guldens te besteden heeft volstrekt tegen inflatie.
Soevereiniteit.
Als klant (part-time heerser / soeverein) moet aan elke betrokkene in dat spel het recht gelaten worden op zijn eigen onbetwistbare voorkeuren ten aanzien van de te kopen diensten (resp. spullen) waarmee hij zijn bevoorrechting vertoont.
Pas de ook onredelijke is echt soeverein, want ook de rede laat de redelijke niet de mogelijkheid zomaar wat te zeggen, zomaar iets te doen of zonder reden iets na te laten. De deelnemers aan het spel moeten als soeverein ook boven de rede verheven zijn. Als soeverein word je door niets en niemand overtroffen. Als soeverein beleven ze eventjes het allerhoogste: niemand en niets boven zich hebben. Als klant en als kiezer is men "bij ons", "in het vrije westen", "in de vrije wereld" soeverein. Daar moeten we blij mee zijn van de propagandisten.
'Bovenredelijk' zouden ze zich als soeverein willen noemen, want 'onredelijk' (onaanspreekbaar) heeft uit de geschiedenis van het leven buiten spel een afkeurende bijbetekenis meegekregen. 'Keuzevrijheid' is de naam die ze er voor gebruiken. Als ze er al ooit over spreken, geven ze als voorbeeld het kiezen van de kleuren van hun kledingstukken. Nu is het zover gekomen dat ook 'naar smaak' een levensstijl gekozen kan worden, dat het iedereen vrij staat een geloof te kiezen of geen geloof, geheel naar believen, geheel zonder enige verantwoordingsplicht jegens wie of wat dan ook, geheel soeverein.
Soevereiniteit en gesprek.
Het voeren van gesprekken en zelfs van discussies is nu dan ook nog slechts een vorm van vermaak. Het moge vroeger, voor de democratische tijd, toen nog niet iedereen ten aanzien van alles op zijn beurt soeverein werd geacht, ooit enige zin hebben gehad anderen een reden [een reden is nooit een koopsom of een prijs] voor het eigen doen en nalaten te geven of te vragen, nu, in dit spel, is alle verwoording, doordenking, uitleg, fundering, verdediging enz. zinloos, archaisch en dus nog slechts aanvaardbaar te brengen als vermaaksvorm, licht opgenomen, het moet leuk zijn en blijven.
Wie voor argumenten vatbaar is, niet soeverein is dus, is een leuk voorwerp, binnen zo'n vermakelijke praatzitting, want de anderen kunnen hem in verlegenheid brengen. Winnaar zijn steeds degenen die in de meerderheid zijn en/of degenen die soeverein (bovenredelijk) zijn.
Voor argumenten vatbaar zijn moet niet verward worden met 'zijn prijs hebben'. Iedere speler heeft zijn prijs. De onomkoopbare haalt zijn reden(en) voor zijn onkreukbaarheid van buiten het spel, van buiten de pragmatiek.
Woord, daad en gevoel.
Wie nog denkt in de tegenwoordige tijd een gesprek te kunnen voeren, dwaalt. De gedragfunderende werking van gedachten is weggevallen. Woorden waarbij geen daden gevoegd worden zijn puur klanken, lage kwaliteit muziek. Dat blijft zo, hoeveel gevoel er ook aan toegevoegd wordt.
Gedrag, het doen en nalaten, van vrije mensen in de geldeconomische democratische maatschappij, is soeverein, dat wil zeggen dat elke fundering die er onder ontdekt zou worden, door de dader als vreemd en ongewenst zal worden ervaren, want als onvrij. Het bepaald zijn van de mens door zijn onderbewuste (restanten en nawerkingen van zijn biologische erfenis en van zijn verleden) is een hem onwelkome vondst, resp. bewering. De deelnemer aan het spel 'overtreffertje met bezit' wil soeverein zijn, geen door genen bepaald/beperkt en door instincten gebonden dier en ook geen in tradities gevangen primitief. Het enige wat de speler als erfenis aanvaardt is bevoorrechting die hem door de positie van zijn ouders toevalt.
Soeverein zijn heet in de volksmond: 'zelf moeten weten'.
Ten aanzien van alles brengt de tot speldeelnemer gevormde naar voren dat hij 'zelf moet weten' of hij het keurt of niet en of hij het, al keurend goed dan wel af wil keuren. Verder weet de voorgevormde dat hij bij die keuring niet hoeft te blijven, het nu verplicht de soeverein niet tot iets later. De soevereine vrijheid is onvernietigbaar en heeft geen andere grenzen dan de in geld uitdrukbare. Koopkracht is de gelegenheid eigendomsoverdracht te veroorzaken.
Geld en geweld (direct fysiek en structureel).
Geld is het ondoorzichtige papier waarin het fysiek geweld (- dat de enige oorzaak van beweging in het spel is -), is verpakt. Werken met onverpakt fysiek geweld wordt tegenwoordig het allersterkst afgekeurd. Fysieke geweldpleging wordt onder de aandacht gebracht en gehouden, buiten de aandacht blijft het structureel geweld, dat is: het in geld verpakte fysieke geweld. Veel van dat fysieke geweld blijft druk, dat wil zeggen: kracht die beweging voorkomt en/of geen beweging veroorzaakt.
"'Deze maatschappij' of 'De Bijbel'" is als "Mussert of Moskou".
Kijk, het gaat in dit verband niet om de keuze tussen het soevereine kiezen van eigen doen en laten enerzijds en anderzijds het handelen met een of ander oud boek of een oude mondelinge overlevering als leidraad, gids of voorschrift. Doen alsof dat de keuze is, is even onvolwassen als de reden voor het begeren van soevereiniteit [ dat is het nawerken van de wens van ooit (als kind) met geboden gedwongenen om op hun beurt te zeggen wat er MOET.
Het uitleven van het HEER - KNECHT trauma.
De gelegenheid om telkens weer eventjes zonder dwang te zijn, zonder meerdere. Die gelegenheid geeft hen dit spel: ogenblikken van heersen, ogenblikken van ongedwongen zijn, van zelfstandig zijn.
Redelijk is ongelijk aan berekenend.
Het gaat in dit verband ook niet om het propageren van BEREKENEND worden. Gegeven 'de stand en gang van zaken om mij heen' en 'dat wat ik nu hier nodig heb' moet ik manieren van doen vinden om aan het nodige voor mijn leven en welzijn te komen. Daar kom ik niet onderuit (waarom zou ik daar overigens onderuit wensen te komen?) en bij dat bedenken, kiezen en uitwerken van die manieren van doen kan rekenen een rol spelen.
Binnen het genoemde spel 'Overtreffertje met bezit' is rekenen vrijwel altijd belangrijk. Veel belangrijker dan in het echte leven buiten spel, want binnen het spel is via het geld alles gekwantificeerd, in hoeveelheden uitgedrukt, berekenbaar gemaakt.
Daar gaat het mij hier dus niet om.
Onredelijk (onaanspreekbaar) zijn is doel, geen ongelukje.
Het gaat mij er hier om te wijzen op het feit dat onredelijkheid doel is van de spelers [de telkens als klant (=als geldbesteder) en als kiezer in het stemhokje eventjes soevereinen]: zij ervaren de gelegenheid om onredelijk, onaanspreekbaar, en ondoordacht te zijn als een voorrecht, niet als een gemis of falen, maar als het positieve kenmerk van hun ogenblikken van heerser-zijn. Eventjes als God zijn, zonder iets boven hen, dat is het loon dat het spel hen geeft, loon voor het er aan bijdragen van hun TxAenz (voor het toevoegen van hun diensten aan de grote dienstenstroom waaruit allen ongelijk putten, zoveel als ze tegen het streven van alle anderen in maar kunnen). Bij het streven naar het zo groot mogelijk maken van het deel dat zij nemen worden ze door elkander tegengewerkt; tegenwicht voor die tegenwerking is het toestaan van soevereiniteit bij het kiezen van wat ze nemen voor die hoeveelheid voorrechten (in geld of in enige andere vorm) die hen uiteindelijk wordt gegund, c.q. niet meer wordt betwist.
De rede is onwelkom. Die soevereiniteit oefenen ze uit in die schaarse ogenblikken dat niet alle anderen hun vijanden, tegenspelers, beperkers, bepalers, frustratoren zijn. Dan moet er niet een niet-menselijke beperker/beperkster [in dit geval:DE REDE] tussen komen, oh nee. Er moet niet een verzameling vragen komen die deze schaarse momenten van heersen bederven: geen gevraag van rekening houden met 'het milieu', met nodig of onnodig voor je leven en welzijn, met nuttig of schadelijk voor eigen en andermans leven en welzijn, [DAT GEZEUR OVER OVERLAST], met wat dan ook.
Het piekervarinkje van macht.
Geen gevraag, geen rekening houden met. Even niet nu, dit is hun korte moment, dit is hun MACHTORGASMEtje. Het is heel klein en heel kort, maar de hoedanigheid (kwaliteit) ervan wensen ze niet te laten aantasten. Die kleine wens om onaanspreekbaar te zijn vermenigvuldigen we met enkele miljarden en dan, jawel, dan is het wereldgebeuren volstrekt niet langer onbegrijpelijk. Miljarden hersenen zijn op de momenten dat het er op aankomt door het spel uitgeschakeld als instrumenten voor de rede.
Feitelijk, exacter: metterdaad bij het kiezen van hun doelen (bij het plaatsen van hun bestellingen) zijn de mensen niet intelligenter dan bijvoorbeeld de dinosaurussen, omdat het intellect buiten werking is gesteld, uit staat, NET EVEN niet werkt, dus NET EVEN NIET IS, niet 'aan' staat, niet bestaat.
Zien bij een lamp die niet brandt, dat gaat niet, ook al heb je zo'n lamp. Wij mensen hebben een brein en wij kunnen het licht van de rede laten schijnen bij wat we te doen hebben. Allen die het genoemde spel meespelen laten hun lamp uit.
Wat zou redelijk zijn dan wel inhouden als het niet het rekening houden met milieu en nut en zo is?
Dat is de resterende vraag, nu we gezien hebben dat het verstand buiten gebruik gewenst wordt en deze vraag dus ook volstrekt ongewenst is. Niemand die meedoet in het genoemde spel wil weten hoe van zijn machtorgasmetjes af te komen, hij wil weten hoe er aan te komen. Beschrijven wat redelijk-zijn zou zijn komt voor een deelnemer / bijdrager / speler neer op het beschrijven van iets dat hij moet vermijden. Zelfs dat beschrijven kan beter worden vermeden, omdat er toch weer txaenz in gaat zitten die beter besteed kan worden: om aan geld te komen.
Nodig voor het leven of onmisbaar voor het spel?
Arbeidsdeling levert topprestaties en de gelegenheid tot bestellen (tot het beleven van de genoemde orgasmetjes) op. Winkelen en kopen zijn de meest geliefde bezigheden van de spelers, die we allen als besteljunks kunnen opvatten. Edeljunks in de ogen van hen die hen omwerven: de verkopers en de politici.
Arbeidsdeling is fundamenteler dan geldgebruik, zit dieper. Nog dieper zit het bezitten.
Zoals elke junk kan ook de besteljunk slechts het afkicken worden aangeraden als redelijk alternatief voor het voortzetten van zijn bestaan, dat onaangenaam wordt door de moeite die hij doen moet om aan zijn stuff / zijn kicks te komen en door de schade die hij aan lijf en geest / ziel / verstand oploopt en voelt.
De inhoud van het redelijk-zijn is: het ophouden met het genoemde spel, dus met de arbeidsdeling, dus met de verslaving aan het bestellen [en aan het laten zien dat men gekocht, dus besteld (=bevolen, dus geheerst) heeft]. OPHOUDEN DUS.
DAN KEERT DE GEZONDHEID TERUG EN ER KOMT EEN ONOVERZIENBARE HOEVEELHEID VERANDERINGEN, die alle telkens weer met het verstand doordacht moeten worden. Er is weer enorm veel te doen, de verveling is als verschijnsel meteen weg. Men heeft meteen weer iets om handen, te doen, maar: zolang en naarmate het bezitten blijft, heeft menigeen nog niets in handen en gaat het spel gewoon door.
De onderwerpen van de redelijke.
In ieder geval is 'redelijk bezig zijn' bezig zijn met wat is en het is individueel bezig zijn, zelf bezig zijn, met wat de redelijke gegeven is; gegeven in tegenstelling tot afgesproken, voorgelogen en/of verzonnen.
Het gesprek.
En hoe wordt redelijk zijn dan weer tot : aanspreekbaar zijn, tot-gesprekken-in-staat zijn?
Wel, dat is eenvoudig, het meeste van wat is, is ons allen gegeven. Ik bedoel hier met 'gegeven': zintuigelijk en voor het begrijpen gegeven en ook: als nodig gegeven.
Niets unieks.
Wie een begrippenapparaat gebruikt kan niet meer zeggen wat hij wil, nog slechts ware en onware uitspraken met dat begrippensysteem. Wanneer hij ervoor kiest slechts de ware uitspraken te doen, vervalt nog eens de helft of zo van de mogelijkheden die na de keuze voor dat begrippensysteem resteerden. Het maakt niets uit wie het systeem voor een bepaalde hoeveelheid gegevens gebruikt, er komt toch hetzelfde uit. Wat mensen nog zou kunnen onderscheiden zou kunnen zijn de hoeveelheid ware uitspraken die hen inviel bij het uitvoeren van die taak: omtrent deze gegevens met deze begrippen de desbetreffend waarheid verwoorden. En daar komt het gesprek als redelijken-bezigheid: twee vallen misschien meer ware uitspraken in dan een.
.. [211191]
Als tegendelen van redelijk heb ik in het voorgaande 'soevereiniteit' (dat is wat ze zelf 'vrijheid' noemen) genoemd en impliciet ook 'eenmaligheid', uniekheid die niet toevallig zou zijn. Dat hangt allemaal samen: daar waar anderen ook zijn ben jij niet in je eentje boven die anderen. Als dus het redeneren, [het gebruiken van verstand bij het verzinnen en kiezen van alternatieve gedragingen] bij deze en bij gene, bij jou en bij elk ander hetzelfde oplevert, dan is redelijk zijn geen vorm van boven zijn, geen vorm van heersen, geen manier van overtreffen. Daarmee is dat dus buiten spel. Je kunt er in het spel niets mee winnen.
Binnen het spel 'overtreffertje'( met of zonder bezit) is er voor zulke egalitaire bezigheden, bezigheden waarin niet uit te blinken is, geen gebruiksgelegenheid. Vandaar dat spelers waarheid slechts willen invoeren (resp. ingevoerd zien door een ander) onder voorwaarde dat die waarheid wordt opgevat als een mening zoals alle andere meningen: "waarder" dus als er meer lui achter staan. Dat nu kan niet, waar is niet te overtreffen. Punt uit.
"Objectiviteit bestaat niet."
"Iedereen heeft een eigen waarheid.",
deze en soortgelijke volstrekt waanzinnige uitspraken worden door spelers dan ook gedaan.
Democratie als vorm van waanzin.
Slechts volstrekt van alle verstand beroofden kunnen het nemen van besluiten bij meerderheid van soevereinen bedenken en/of voorstaan. Slechts daar waar er omgegaan moet worden met de buitenmenselijke natuur, met voorwerpen, spullen en natuurverschijnselen, die niet zoals de democraten gek gemaakt konden worden, doet men afstand van deze procedure om tot besluiten te komen. Niet door meerderheid van stemmen, maar door onderzoek wordt vastgesteld of Natrium Kalium uit verbindingen verdringt of andersom. Natuurwetten (resp. waarschijnlijkheidsuitspraken enz. enz., neem gerust de modernste natuurwetenschappelijke categorieen) zijn zo objectief omdat de niet-mensen, de niet-menselijke werkelijkheid niet mee doet aan het genoemde gezelschapsspelletje ["Overtreffertje"]. Hier doet een overmachtige niet mee en zie toe: de procedure vervalt. Niet langer (of exacter gesteld: niet daar) is een meerderheid nodig, nee, ineens geldt: "one man in the right is a majority" [wat ooit een Amerikaanse theoreticus waar wou hebben in de echte (dus: ideale) democratie]. Een overmachtige doet niet mee en zie toe: ineens is er (in de natuurwetenschappelijke pers) een volstrekte censuur, een anonieme keuring voorafgaand aan elke publicatie. Ineens geldt er een ventielregel: eenmaal onwaar gebleken uitspraken worden niet herhaald. De sociologie van de wetenschap, ook van de natuurwetenschap, toont en verklaart allerhand corruptie in de praktijk van binnen 'Overtreffertje' beoefende wetenschap.
De verdedigbare democratie.
Democratie kan alleen redelijk verdedigd worden als het het systeem is dat er voor zorgt dat het beste voorstel wordt aangenomen en uitgevoerd, ongeacht van wie het komt en hoevelen het doorzien, aanvaarden, goedkeuren en voorstaan. Wie besloten heeft redelijk te zijn kan niet meer doen wat hij "wil". Dat hele willen is een bedenksel dat binnen het spel nodig is, om de spelers verantwoordelijk te kunnen stellen voor wat hen overkomt. In feite is het meedoen een puur kansspel / gokspel, maar het wordt verkocht als een behendigheidsspel, want er wordt weinig tot geen waardigheid toegekend aan het puur fortuinlijk zijn.
Het is echt niet zo moeilijk het omgaan van en met mensen in 'de vrije samenleving' te herkennen als een gezelschapsspelletje zonder enige waardigheid. Een gezelschapsspelletje waarin voor het redelijk doordenken [van gedragskeuzeregels en omgangsregels] geen plaats en gelegenheid is. Dat er binnen dat spel die ruimte voor de rede niet is, is begrijpelijker en minder erg dan het feit dat degenen die in dat spel meedoen geen TxAenz buiten het spel besteden aan het scheppen van die ruimte daarvoor, voor de rede dus.
De deelnemers/bijdragers aan het spel reserveren geen TxAenz voor het bestuderen van de vraag of het spelgebeuren en vooral HET SPELEN de toets van de rede kunnen doorstaan, of ermee doorgegaan zal worden gezien de gevolgen ervan voor 1.datgene wat niet meedoet en 2.datgene wat nodig (dus overmachtig) is.
De ongerustheid over het milieu is slechts in gebruik genomen om de ongerustheid over de dreiging van het communisme (dat is voor privaatpersonen in onderscheid van voor staten: het breken van het spel) te vervangen. Voor dat vervangen is het nu de gelegen tijd doordat gebleken is dat met eenmaal geciviliseerde volkeren geen terug naar het samenleven mogelijk is uit het met elkander in gevecht om rang bezig en bijeen zijn. Dat wist iedereen al uit het voorbeeld van de Joden: 40 jaar in de woestenij tussen het land waar ze slaaf waren en het land waar ze vrij hadden kunnen zijn. Maar nee hoor, de proef mislukte, ze wilden bezitten en een koning, dus rang en stand: Overtreffertje spelen dus, op hun beurt. En de instelling der Jubeljaren zal ongetwijfeld gecorrumpeerd zijn.
De ruimtevaart hangt zich nu op aan het waarnemen van de aarde als ecologisch en klimatologisch geheel, afhakend van haar oorsprong: het bewerken van militaire overmacht.
Het herstellen en bewaren van het milieu kan tot een enorme industrie (nijverheid / dienstenstroom) gemaakt / uitgewerkt worden. Daartegenover zal dan een geldstroom staan waaruit men al vechtend ongelijke hoeveelheden 'loon' zal kunnen putten. Als het (wat dan ook) eenmaal gecommercialiseerd is, is het onderdeel van het spelen. Dan heeft het evenals elk georganiseerd speldeel (speelveldhoek) een eigen kracht tot zelfbehoud, net zoals de gezondheidszorg, het leger, het onderwijs en de ministeries. Die kracht tot zelfbehoud van zulk een organisatie is de som van de krachten tot zelfbehoud van wie er in werken. Het is niet de kracht van de uitkeringsgerechtigden, niet de kracht van hun recht, het is niet de kracht van het milieu of van de oorlogsdreiging, het is niet de kracht van de noodzaak die de organisaties draaiende houdt die voorzien in het noodzakelijke. Men speelt het spel, men streeft naar het vermeerderen van het deel dat men neemt, de met de organisaties volgens de statuten beoogde doelen doen niet ter zake, ze kunnen weg zonder protest. Dat is bij het jeugdwerk en bij veel andere wegbezuinigde organisaties onlangs nog weer herhaaldelijk gebleken. Er wordt eindeloos afgevloeid zonder gedwongen ontslagen, dat gaat soepel, want het wegvallen van banen is een probleem, niet het wegvallen van de bezigheden (en de doelen daarmee zogenaamd nagestreefd) der afvloeienden. 'Zogenaamd nagestreefd', want iedere doelstelling is een smoes. Belangrijk vinden sommige spelers die doelen wel, maar ze doen dat slechts om in hun denken (in dat onvermijdelijke piepkleine stukje reflecteren dat bij het vertellen zo nu en dan even ter sprake komt) 'een Gestalt te sluiten': ze bewijzen lippendienst aan het 'ook buiten spel bestaan', waarvoor overigens verder geen TxAenz besteed wordt. Wat eenmaal in een organisatie binnen het spel is ondergebracht hoeft verder niet doordacht te worden. Elke organisatie is een groep deelnemers en hoe meer delen er genomen worden, hoe kleiner vele delen worden. Iedereen is elkanders rivaal: allen putten hun water uit een enkele, dezelfde rivier: allen hun geld uit dezelfde omloop: de compensatiestroom van hun inspanningen.
Het invoeren, onderbrengen en wegwerken van zulke organisaties is super-politiek. Slechts de jongsten en allerzwaksten van deze organisaties zijn nog weg te krijgen.
Een betere baan in een andere organisatie en de werknemer vertrekt getroost. Ook ominvesteren in een andere organisatie is zeer aanvaardbaar bij een zelfde of een hoger dividend. Arbeid noch kapitaal stellen belang in die doelen die zogenaamd worden nagestreefd met de organisaties in kwestie.
Het gaat er dan ook niet om die doelen te bereiken, het gaat er om die organisaties aan het werk te houden. Daarom is er ook geen mogelijkheid om efficientie in te voeren bij het nastreven van die doelen.
Voorbeeld: als de USA een tiende van het geld dat ze nu voor het vernietigen en verliezen van Vietnam hebben uitgegeven had geinvesteerd in dat land, dan zongen de inwoners daar nu nog elke morgen een loflied op de USA en alle yankee-ondernemers. Maar dat was helemaal niet het echte doel. Leger en wapenindustrie draaiende houden was onder andere het doel.
Een ander voorbeeld: als het het doel was om alle mensen in Nederland zo geleerd mogelijk te maken, dan zou het leren beloond worden en het onderwijzen zou vrije-ondernemingsgewijze worden geproduceerd. Alle doeltreffende manieren van onderwijzen ("didactische werkvormen") zouden toegepast worden, wat nu niet gebeurt. Iedereen die meedoet in het genoemde spel zou leren wat hij kon, want daarmee was dan aan geld te komen. Betaald zou dat systeem kunnen worden met het geld dat nu ook aan onderwijs wordt besteed.
Maar doeltreffen is geen doel. Geld vangen, dat is het doel.
Zo nodig schijnbaar naar het doel strevend.

.. =211191=
Toch klinkt dit niet als een goed antwoord op de vraag wat
'redelijk zijn' nu is. Is die vraag een goede vraag? Dat moeten
we weten voordat we gaan proberen een antwoord te formuleren.
241191
Jaap Schot, 4 december 1991
Eerste vervolg op file 'ratiokil.txt'.
De in 'ratiokil.txt' beschreven stand en gang van zaken is feitelijk iedereen bekend. Het zal menigeen lukken te erkennen dat het in het genoemde opstel gebruikte begrippensysteem geschikt is om er enige ware uitspraken mee te doen. De gebruiker van dat begrippensysteem beweert met het doen van die uitspraken zelfs niet impliciet dat dit begrippensysteem het enige voor dit onderwerp bruikbare zou zijn. Ieder begrippensysteem levert wel wat ware uitspraken op. Ware uitspraken, uit welke begrippensystemen ook afkomstig (met behulp van welk begrippensysteem ook gemaakt) zijn nooit met elkaar in tegenspraak, nooit onverenigbaar, nooit strijdig. Waar onverenigbare uitspraken voorliggen ligt er minstens een onwaarheid tussen, misschien een leugen. Een leugen is een opzettelijk aangemaakte en als middel tot een ander doel dan waarheidvinding gebruikte onware uitspraak.
Een techniek (onder diverse andere) om een leugen te formuleren is: in dezelfde uitspraak begrippen uit verschillende systemen gebruiken.
Wat beroofde ons van het gesprek als verschijnsel? Antwoord: het juridische systeem (dat ten onrechte met de term 'recht' wordt aangeduid). Dat systeem erkent geen verantwoordelijkheid van mij voor het doen en nalaten van diegenen met wie ik omga, op wie ik invloed uitoefen. Geen verdienste en geen wandaad of falen van mij is het volgens dat systeem als iemand die zich door mij laat beinvloeden iets doet (presteert) of nalaat. Iedere sociaal-psycholoog weet zelfs wetenschappelijk zeker dat mensen niet los van andere mensen besluiten nemen en daden stellen. Op de voor de curve van Gauss nodige extreme uitzonderingn na staan alle mensen op buitenbesturing: ze doen wat zij vermoeden dat anderen (van hen) willen, wensen, verwachten, zullen bewonderen enz.. Gewone mensen zijn met andere mensen (exacter: met hun beeld van andere mensen) bezig, dag en nacht, wakend en dromend, in werk en in vrije tijd, in plichtsvervulling en verzet. Het losse individu dat de hoofdpersoon is van het juridische, justitionele systeem is een verzinsel, dat past in het spel 'overtreffertje met bezit', niet in de werkelijkheid. Dat feit kent ook iedereen. Aan het kennen mankeert het niet. Als er een probleem is, dan in het erkennen. Het is namelijk niet te verteren dat de beschrijvingswijze niet op de feiten past. Alle uitspraken die met een niet passend begrippensysteem gedaan worden, zijn onjuist: niet goed waar en niet goed onwaar. Er zou geen probleem ontstaan indien het systeem onomwonden zou worden aangeboden als een verzameling spelregels in plaats van als een beschrijvingswijze van de werkelijkheid. Maar dat zo aanbieden zou het feitelijk erkennen van het bestaan van het spel inhouden. Dat het een spel is mogen de nieuwkomers niet weten, het moet voor de kinderen geheim blijven. Geheimen en onwaarheden zijn de wapens waarmee gestreden wordt tegen het verstand van de kinderen die men in het spel wil gaan gebruiken. De onwaarheden in kwestie zijn leugens, want middelen tot een doel, zetten in het spel. Juiste, heldere onwaarheden, onware uitspraken, gedaan in een systeem van heldere, goed onderscheiden begrippen, die (onder andere door benoeming/naamgeving) herkenbaar zijn als verzonnen, resp. aangetroffen, zijn niet zo gevaarlijk als onjuiste onware uitspraken, zoals bijvoorbeeld die welke uit een spelregeling afkomstig zijnd, gebracht worden als waren het beschrijvingen, constateringen.
.. =291191= .. 041291:
Spelers:
Hun positie gaat voor hen boven het volmaakt doen plaatsvinden van dat wat hun taak is. Dat blijkt uit het feit dat ze nooit hulp vragen als ze weten dat hun prestatie onvolmaakt is. Eindeloos zijn de voorbeelden. Op de avond van de derde december 1991 werd vastgesteld dat de best mogelijke manieren van ondervragen van getuigen niet door rechters en politie geeist resp. toegepast worden. Iedereen weet dat belastingwetten ononderbroken ontdoken worden, dat regelingen tegen de bedoelingen van de wetgevers gebruikt worden enz. enz.. Het blijkt dat ze hun taken onvolmaakt uitvoeren en dat ze zich er niet bij willen laten helpen, de functionarissen die het algemeen belang moeten behartigen en de productieleiders die 'het milieu' en de gezondheid en dergelijke van de consumenten en aanmakers van koopwaar moeten beschermen. Het volmaakt plaatsvinden van wat hun taak is, is voor hen geen doel. Het gaat hen er slechts om te voorkomen dat ze met de onvolmaaktheid last krijgen.
Ze zijn niet van goeden wille en denken dat ze dat wat daaruit voortkomt kunnen oplossen met 'checkes and balances': als er maar een consumentenbond en consumentenrecht en een ombudsman en vakbonden en verkiezingen en deskundige sollicitatiecommissies enz. enz. zijn, dan is de organisatie van hun gevecht wat hen betreft in orde. Hetgeen zij doen is een groot allesomvattend gevecht: geweldpleging en bedrog, misleiding, geheimhouding enz. enz.. Dat is alles.
In dit gevecht heeft de rede geen kans en is wie streeft [naar het volmaakt uitgevoerd worden van het werk waaraan hij bezig is, beroepsmatig, (dat is de hier en nu bij het aanwezige: technische middelen, spullen en kunnende mensen dus, beste prestatie)] degene over wie alle anderen zich vrolijk maken, degene die zij een belachelijke idealist vinden.
Het aanwezige is bezit en dus niet zomaar voor die prestatie beschikbaar, het wordt door de bezitters niet zomaar omwille van de zaak beschikbaar gesteld.
==//==
0 Reacties