140622n23horenzeggen
------------------------
zondag 22 juni 2014 en maandag 23 juni 2014
------------------------
22-6-2014 20:50:/ 23-6-2014 12:20:
Als ik iemand iets hoor zeggen is dat horen zeggen mijn gegeven. Met eigen oren en ogen neem ik het waar en zolang het verschijnsel duurt neem ik kennis.
Ik kan me later herinneren dat ik die spreker dát heb horen zeggen. Tegenwoordig kan ik zelfs een opname van beeld en geluiden maken. Dat ligt dus mooi vast.
Wat er NIET gebeurt is: dat ik zonder eigen onderzoek met eigen zintuigen en handen WEET, te weten kom, of dat wat die spreker zei 1. ergens op sloeg, een onderwerp had en 2. waar was of niet.
Ik heb geen antwoord op de vraag: WAS HET BIJSPRAAK OF GESPREEK. Via het laten afslijten van die woorden zijn we beland bij ‘bespreken’, waarvan we zelfs spreken als spreker nóch hoorder zich bij het onderwerp (kunnen) bevinden. Dat afgesleten woord (bespreken ván bij spreken) levert de mogelijkheid om te doen alsof ‘de romanfiguur Robinson’ of ‘de historische figuur Napoleon’ nu te bespreken zijn. NEE DUS.
Het ‘laten afslijten’ verruimde de mogelijkheden zodat ook het in de oorspronkelijke term aangeduide werd weggewerkt. Een schoolvoorbeeld daarvan vinden we in de term ‘gesprek’, die de beschrijvende naam van de bezigheid: gespreek verving. De afkeurende waarschuwing in dat voorste ‘ge’ vinden we ook in gedoe, gevoel, gepraat, enz..
--------
Als ik bewezen zou krijgen dat de spreker onwaarheid sprak, dan weet ik nog niet of hij loog, dat is: of hij bewust en opzettelijk doelgericht zijn hoorder(s) tot GELOVEN wilde brengen. Of dat ie (met of zonder erg, dat is: boze opzet) vertelde wat ie gedroomd had of verzonnen of zo, en nu al of niet zelf geloofde.
Wat er in het brein van een spreker aan zijn woorden vastzit, is voor ons, hoorders, niet waarneembaar. Bij mij kan het gebeuren dat ik zelf diverse impliciete mededelingen in mijn teksten niet opmerk. Vooral als ze erg ‘vanzelfsprekend’ zijn. Ik heb als kind mijn taal van mijn omlevenden geleerd, overgenomen, ‘afgekeken’ met mijn oren. Dat doen alle kinderen. En alle kinderen leven in de wereld en niet in ‘primitieve’ omstandigheden, waar de mensen voordeel hebben van elkaars succes. Dit in onderscheid van “onze” competitieve aanwezigheid in een mensenmassa, waaruit zoveel mogelijk structuur verwijderd werd en gehouden wordt. Zo’n primitieve volksstam is, uit op ieders eigen voordeel en overleven: boordevol eerlijkheid en goedheid en wijsheid. ZO IS DAT VÓÓR DE UITVINDING VAN DE BELANGENTEGENSTELLINGEN**.
|**: We kunnen op tv niet zelden ouders zien protesteren bij hun kinderen als die zich het hebben van belangentegenstellingen, het streven naar overtreffen, het de baas spelen, het afpakken omdat ze het kunnen, EIGEN MAKEN. Die kinderen hebben dat gedrag uit “ons” systeem afgelezen. En nu doen ze wat ze winnende ‘grote mensen’ hebben zien doen. NEE, het is uiterst onwaarschijnlijk dat het ingeboren zit of een originele eigen vondst is.
Ze hebben het zien doen en zien lonen.
Waarschijnlijk, niet restloos zeker. Enige verdenking mag zeker naar de omgeving van die kinderen gaan.
Het zou zeer, zeer de moeite waard zijn de kinderen te leren nagaan bij zichzelf, wie of wat ze aan het nadoen zijn. Vooral als het ons lukt de afkeurende opmerkingen in te houden tot we daarnaar gevraagd hebben, en er ook naar te vragen bij (door ons als opvoeders) positief gewaardeerd gedrag, bouwen we in onze kinderen geen rem in om uit te zoeken, zich in te laten vallen en te melden WAT ZE NADOEN.
Een schoolvoorbeeld dat ik vaak gebruik is dat ‘doopdienstje’ spelen van kinderen van wie die zondag een broertje is gedoopt. Dat mag niet meteen, op voorhand, zo al überhaupt ooit, als ‘spotten’ worden verworpen. =/\=
---------
Hoe dat in een concreet geval ook zit: van wat ik van horen zeggen heb, kan ik alleen door eigen onderzoek aan de zaak KENNIS NEMEN. Kennis komt alleen via eigen zintuigen binnen. Informatie is wat de kijker ‘van tv’, de lezer gelezen en de hoorder ‘van horen zeggen’ heeft. Informatie is en wordt geen kennis. Kennis is niet overdraagbaar.
GELOVEN IS SLECHTS T.A.V. ACUTE WAARSCHUWINGEN O.K., dan, als er een slippende vrachtwagen op je afkomt, is er geen tijd om de waarschuwende schreeuwer te controleren. Uit geloof handelend opzij springen is in zo’n geval levenreddend. Net als bij dat verdronken jongetje het ongeloof in de waarschuwing van zijn moeder voor het dunner wordende ijs fataal werd.
----------------
ELK GELOVEN in geval er tijd en gelegenheid en zintuigen zijn om kennis te nemen IS UIT DEN BOZE. (Deze uitdrukking is geen aandringen op het geloven in het bestaan van die ‘figuur’ ‘DEN BOZE’. Van die figuur IS SLECHTS SPRAKE. Net als van die ‘vrije wil’, die de basis vormt van schuld en verdienste).
---------------
JUIST OOK IN DE TAAL VAN DE JURISTEN is er van heel veel ‘zelfstandige naamwoorden’ en ‘werkwoorden’ slechts sprake. Met andere woorden geen kind of buitenaards verkenner, zal er ooit naar wijzen en de naam ervan vragen. Aanwijzen en de naam ervan vragen, zoals wij dat deden toen we van wie ons bemoederden onze taal leerden. De moedertaal is de woordenverzameling bij dat aanwijsbare, zintuiglijk waarneembare, waarvan die vragende lerende kennis aan het nemen is.
De vadertaal is de taal van de (eerste) bezetters. De regels, wetten, voorschriften, rangen, standen, rechten, plichten. Allemaal bouwmateriaal voor bevelen en verboden. HEERSGEREEDSCHAP. BEDREIG- EN BEDRIEGTUIG.
Om dit te verduidelijken is het idee van Defoe (in zijn ‘Robinson Crusoe’, man in z’n eentje aangespoeld op eiland en aan het leven) zeer bruikbaar. En er moet bij bedacht worden dat er een tijd met menselijk leven was, die voorafging aan de eerste bezetting.
--------------
Dit alles alleen maar om te hebben getoond dat ik niet door te zwijgen heb ingestemd met het volgens U door de bewoner van 32 gezegde.
-------------
Er is door mij, noch in mijn opdracht door anderen, iets aan die bomen gedaan. Dat gaat pas woensdag a.s. (waarschijnlijk, voor zover voor die ingehuurde mensen mogelijk) gebeuren. Dat mág “van de wet” sinds het verlopen van de nodige tijd na het ontvangen (door ‘32’) van mijn aangetekende brief, toch?
Thesinge, 22-6-2014 21:30|400woorden|||
Thesinge, 23-6-2014 12:51|603woorden|||
Thesinge, 23-6-2014 17:45|1.021woorden|||17:48|1.028|||
0 Reacties