Van waarheidsvinding tot en met onderwijs

Categorieën: 1970-1973 Stafdocent psychologie, Sociale Academie Twente | Archief | Eigen boek (1984-1987) | Opstellen | Overwegingsopstellen

Trefwoorden: eigen boek

Jaap Schot, 1984

De werkelijkheid is niet van woorden gemaakt.
Wanneer we met iets omgaan, iets doen of iets zintuigelijk waarnemen of iets ervaren, dan leren we dat iets kennen.
Wat wij dan daar actueel kennen kunnen we altijd waarheid noemen. Onwaarheid kan men niet kennen. Kennen doen wij waarheid omtrent werkelijkheid.
We kunnen ons dingen herinneren, die toen we ze kenden waar waren, zonder dat onze herinneringen bruikbaar zijn als passende bronnen voor verwachtingen omtrent wat nu is. De werkelijkheid kan namelijk veranderd zijn.
Wij kunnen ook vermoeden, denken noemen we dat dan, denken dat dit of dat zus of zo is. We vermoeden dat, we weten het niet zeker, we kennen de waarheid omtrent de werkelijkheid waarover het gaat nu niet.
We kunnen vanuit een vermoeden handelen. Om vanuit een vermoeden of vanuit kennis van een stand of gang van zaken te handelen is het volstrekt niet nodig eerst onze kennis onder woorden te brengen.
Het onder woorden brengen van onze kennis doen we niet direct, maar via het eerst begrijpen er van. Met begrijpen benoem ik de bezigheid die bestaat uit het gebruiken van analyse en schema en beeld. Aan het in de analyse, in het schema en in het beeld onderscheiden delen worden namen gegeven : woorden. Door het invoeren, gebruiken oftewel beschrijven van het beeld, de analogie, worden ook relaties aangeduid tussen onderdelen, relaties die geen naam krijgen, maar duidelijk moeten worden aan de luisteraar via: A:B = C:D.
Een van de vaste werkwijzen die ik invoer in deze cursus "uitschrijven" is : het uitputtend opsommen van de met het invoeren van de analogie wel bedoelde onbenoemde relaties.
Het bespreken van een deel van onze kennis, het onder woorden brengen van wat we hier nu zeker weten omdat we het nu ervaren en/of waarnemen doet zich aan ons bewustzijn voor als het als het ware in onszelf van onszelf horen van uitgesproken volzinnen. Die volzinnen zijn ware uitspraken. Als we ze zorgvuldig afgemaakt in ons bewustzijn willen krijgen helpt het om ze uit te schrijven.
We raken onze formuleringen van onze gedachten dan ook niet meer zo gauw kwijt als wanneer we ze alleen maar denken of alleen maar uitspreken. In dat laatste geval verklinken ze heel snel, al is het wel zo dat we onszelf iets kunnen horen zeggen, tot onze eigen verwondering of ergernis.
Kennis is altijd actueel (anders heet het herinnering) en altijd waar, dat wil zeggen : passend bij de werkelijkheid. Wanneer we kennis onder woorden hebben gebracht nadat en doordat we ze begrepen hebben, dan hebben we er informatie van gemaakt. De naam 'informatie' geef ik dus aan geformuleerde, gecodeerde kennis.
Door decoderen kan de lezer of luisteraar er weer iets van maken, geen kennis, maar :'weten van horen zeggen'.
Hier moet ik het verschijnsel bedriegen invoeren. Mensen zijn in staat onware uitspraken te doen. Wanneer anderen die uitspraken nu decoderen en er 'weten van horen zeggen' van maken, kunnen ze handelen vanuit dat 'weten van horen zeggen' en zodoende maken ze dan fouten.
Zulke fouten vanuit gebrek aan kennis kan iemand ook maken door te handelen op grond van zijn herinneringen, in het geval namelijk dat de werkelijkheid in kwestie intussen is veranderd. Anders gezegd: in het geval dat de werkelijkheid in kwestie is veranderd in de tijd tussen het opdoen van de kennis, het aantekenen, memoriseren, inprenten er van en het weer gebruiken van die herinnering als ware het nog kennis.

We kunnen naar wat we niet kunnen kennen, doordat we het hier nu niet als gegeven hebben, ook gissen. Daarbij kunnen we ons dan vergissen. Handelen we nu vanuit die vergissing, dan geraken we in dezelfde fout waarover we het al hadden: het handelen vanuit iets anders dan kennis, kennis is altijd eigen kennis en altijd actueel, dat wil zeggen: hier en nu verkregen en waar. Let wel de kennis van de werkelijkheid is nog onbegrepen en dus nog niet door het begrijpen vertekend. De gekende werkelijkheid is ons gegeven in zintuigelijke waarneming en in ervaring.
Als er niemand is die een stand of gang van zaken kent, dan is dat geen reden voor (ons om te veronderstellen dat die stand en gang van zaken er) niet zijn. Het kennen schept niet het gekende werkelijke. Het kennen schept waarheid. Het kennen is waarheid kennen. De werkelijkheid kan bestaan zonder gekend te worden, zonder gekende te zijn. Kennis kan niet bestaan zonder dat de
gekende werkelijkheid, beter: de betrokken werkelijkheid, er is.

Zodra, zolang en in zoverre informatie een nog onveranderde werkelijkheid betreft, kan er veilig en terecht uit gehandeld worden alsof het waarheid ware. De kennis moet eenduidig gecodeerd zijn en correct gedecodeerd worden. Dan moet ze ook nog op dat stukje werkelijkheid worden toegepast waarover ze gaat.

Van die nog bruikbare informatie spreken we als van het bekende.
Het bekende is dus slechts onder voorwaarde van correcte decodering gelijk aan het rechtstreeks gekende.

Zie verder 'kennen', 'verkennen', 'ontkennen', 'bekennen', 'herkennen', 'erkennen' en 'onderkennen'.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *