Jaap Schot, 11-12 april 1987
"Vandalisme, verschijnsel en bestrijding" is de titel van een boekje van Hoefnagels en Karman , uitg. Samson, 1986, isbn 90-14-03613-2. Naar aanleiding van dat boekje volgen hieronder enige opmerkingen.
Er wordt in dit boekje niet gezocht naar oorzaken van het gedrag in kwestie en evenmin bij de daders naar redenen voor, overwegingen bij en doelen met dat gedrag. Het gedrag wordt waarschijnlijker gemaakt door omgevingsvariabelen en 'factoren' (onpersoonlijke covarianten) die ermee samengaan, dat wil zeggen: in de buurt van en tegelijkertijd met het gedrag in kwestie als verschijnsel optreden en waarvan tellingen en metingen een positieve correlatie vertonen met tellingen en metingen van het in dit geval 'vernielingen aanrichten', "vandalisme".
Zien vernielen doet vernielen, geweld zien plegen (op het voetbalveld) doet geweldplegen (om het voetbalveld), vernielen en geweldplegen doe je samen en je doet het om aan aanzien in de groep te komen.
Ik denk dat mensen doen wat ze op een bepaald moment doen omdat ze daar en dan geen eenvoudiger en doeltreffender manier om aan lust te komen als voor hen mogelijk zien, voor zich beschikbaar achten, menen te kunnen 'maken'. Niet de gelegenheid maakt de dief, maar de afwezigheid van een voor de dief beschikbare/ mogelijke en door hem geziene/ opgemerkte positievere, dat is: meer voordeel opleverende manier om zijn situatie (met gelegenheid) te benutten, te baat te nemen. Lees in de voorgaande zin voor 'dief' 'dader', van welke verdienstelijke of laakbare daad dan ook.
Ze doen wat ze doen omdat ze niet iets voor hem beters (kunnen) verzinnen. Het niet zien van voordeliger handelingsalternatieven is niet altijd, ja zeer zelden, het resultaat van diepgaand onderzoek van de eigen situatie en de mogelijkheden daarin voor het diepgaand gekende zelf. Zo hebben mensen niet leren leven.
Wat kan er? Wat kan ik? Wat kan er mogelijk gemaakt worden? Wat kan ik leren?
Zo wil immers 'niemand' de mensen hebben in dit systeem van in loonarbeid gebruikte producenten / dienstverleners die ook als consumenten verlokt en gebruikt moeten kunnen worden om afzet te hebben. Dat niet willen blijkt uit het niet onderwijzen van het vak 'eigen situatie en kunnen analyseren'. Men onderwijst hier te lande heden ten dage (nog steeds) niet het besteden van txaenz (mogelijkheden voor jezelf openen)
a. aan de inventarisatie en analyse van de eigen mogelijkheden
(= 1. vaardigheden en 2. kansen / gelegenheden)
en
b. aan het creatief zoeken en verantwoorden van keuzen daarbinnen.
Zelfs als men de wenselijkheid zou aanvaarden van dat zoeken naar en doordenken van wat er reeds kan en van wat er mogelijk-te-maken is, dan nog zou men daarvoor deskundige adviseurs wensen op te leiden, in het uiterste geval zou men genoegen nemen met een doe-het-zelf industrie in deze. Hoefnagels schrijft: (blz.20) "... en het mag ons een zorg zijn of iemand vernielzuchtig is, als hij maar niet vernielt. (Zoals het ons een zorg mag zijn of iemand wraakzuchtig is, als hij maar geen wraak uitoefent)." De ander als denkend, voelend, ervarend (psychisch, geestelijk) wezen laat ons koud en dat is juist. Dat staat daar toch, nietwaar? De andere mens is voor ons een zwarte doos, voor de inhoud waarvan wij ons niet interesseren, wij interesseren ons alleen voor wat eruit komt.
= = = = =
Over de reden waarom mensen doen wat ze doen is vooral dit van belang: er zit niets achter hun doen en laten. er zit alleen iets om hun doen en laten heen, namelijk leegte. De leegte in kwestie is het geheel van bestaande maar door hen niet opgemerkte (want meestal niet gezochte) alternatieve bezigheden, die voor hen aantrekkelijker en voor anderen minder schadelijk en soms zelfs ook aantrekkelijk en positief zouden zijn (indien verwerkelijkt, gedaan, gekozen, uitgevoerd).
Menigeen wil onwaarschijnlijk maken dat negatieve bezigheden gekozen en uitgevoerd (gedaan) worden, bezigheden zoals geluidsoverlast bezorgen, onterecht bomen planten, onterecht vernielen van eigendom (vandalisme), het lijfelijk lastig vallen van mensen (molest). Wie echt serieus is, wil deze bezigheden voorkomen, het aanvaarden van uitzonderingen is al voor het verstand onzinnig en dus psychisch ongezond.
Wat de mensen doen en laten komt niet door iets (een constellatie van krachten) achter of ("factoren") om dat gedrag, maar door niets, leegte ernaast. Ze doen wat ze doen omdat ze niets anders aan het doen zijn. Wie binnen de civilisatie, die enkelingen met verantwoordelijkheid bedenkt teneinde ze strafbaar te kunnen stellen, wil blijven noemt dan als oorzaak 'verveling", weer iets binnen in de dader (resp. de negator, de nalater van het besteden van voldoende txaenz aan de ander en zijn belangen, zijn leven en welzijn). De dader heeft het te druk, wordt te zeer afgeleid, heeft onvoldoende opmerkend vermogen om te komen tot het niet negeren.
De werkelijkheid van hufterachtig gedrag kan worden beschreven zonder verzinsels, zonder oorzaken, redenen, factoren: dat beschrijven zonder verzinsels kan zoals ik boven deed: door te stellen dat het de leegte naast het niet gekozen, maar slechts de dader ingevallen en nu door hem uitgevoerde gedrag.
De bewijslast dat er een overweging achter of bij het doen en laten van een ander zou zijn, rust op de dader, de nalater. Zelfs aangeleerd hebben is niet de moeite van het achter het gedrag denken waard: lawaai maken, negeren en vernielen hoeven niet te worden aangeleerd. Juist gedrag waarvoor geen aanleren nodig is, wordt zo vaak vertoond door diegenen die ondoordacht en onopzettelijk de samenleving tot een hel maken.
Het is nodig voor de anderen, die door deze plaag geplaagd worden, (let op een plaag is geen dader !), de "leden" van de plaag niet langer als medemensen op te vatten maar als wat ze blijken te zijn: reageer-automaten, die dat doen waartoe de gelegenheid voor hen een "uitnodigingskarakter" heeft, die dat doen, omdat ze niet met iets anders bezig zijn. Wie op weg is naar een of ander doel, gaat niet in op dat uitnodigingskarakter, slechts wie geen doel heeft, nergens aan bezig is, doet dat.
Ook het verwerven van status in een groep zomaar door de wijk dwalende jongetjes van 12 tot 15 jaar is niet meer dan het ingaan op een (in dit geval de enige) uitnodiging die uitgaat van de situatie van daar zomaar samen lopen.
De wereld is veranderd voor wie eenmaal de plaag die de anderen zijn heeft herkend en erkend als een voorwerpelijk gegeven, zoals een sprinkhanenplaag dat is. Tegen sprinkhanen mogen de geplaagden een oorlog voeren, met alle middelen, zelfs chemische. Tegen de "medemensen"-plaag mogen wij dat niet. O.K., dan rest ons nog slechts de oorlog met niet-fysieke middelen.
Die middelen zijn:
1. positief en werkzaam: verleiding tot alternatieven en
2. negatief en onwerkzaam : ontmoediging (verachting en straf).
Het verleiden van de plaag-exemplaren dus tot alternatief gedrag, het totstandbrengen van tot alternatieven uitnodigende omgevingen: elke omgeving uitnodigend tot een enkel alternatief, anders moeten ze kiezen en dat is te moeilijk voor ze. Ze hebben geen behoefte aan het stukgooien van ruiten, het is dan ook niet nodig een bijpassende ballentent ter keuze te openen. Er zit geen behoefte of wens achter wat ze doen.
De txaenz die we hen op school afpakken moet gedeeltelijk besteed worden aan het aanleren van bezigheden, zodat die een 'shunt' vormen voor het stromen van de levensenergie, met andere woorden: ingeoefende bezigheden waarvoor ze gelegenheid hebben zijn waarschijnlijker dat de bezigheden waartoe de situaties uitnodigen. Er moet onderzoek komen naar de bezigheden van kinderen die niet aan vandalisme doen. Die kinderen hebben vaak gelegenheid voor andere bezigheden, die voor hen kennelijk aantrekkelijker zijn dan zomaar met anderen op de uitnodigingen van de wijk te gaan lopen ingaan.
Het aanleren van hobby's zal onverwijld ontaarden in het instellen van een competitie (een vergelijken en wedijveren, naar het model van de 'tour de france' wielerwedstrijd:) een groot peloton, weinig winnaars, veel verliezers, velen die het plezier in de bezigheid in kwestie (fietsen in ons voorbeeld) verliezen. De onderwijzers die men voor het vak 'hobby's aanstelt moeten duidelijk een alternatief voor de civilisatiereligie hebben: opdat zij geen wedijver en geen perfectionisme invoeren. Wedijver en perfectionisme maken fabrieksmatig altijd een rest van uitgestoten onderpresteerders aan, die elk plezierig bezig zijn zijn kwijtgeraakt. Wedijver en perfectionisme maken vandalen en hufters aan. Doordat in wedstrijd en vergelijking en keuring niet iedereen wordt aanvaard, niet alleen wordt er niemand aanvaard zoals hij is (en presteert) maar er moeten verliezers zijn opdat er winnaars zullen zijn, er moeten buitenstaanders, uitgeworpenen zijn (komen dus) opdat binnen zijn, lid zijn, mee mogen doen, enige lonende waarde zullen hebben.
Belangstelling van anderen,
- de gelegenheid over wat je doet te praten met anderen en
- de gelegenheid hetgeen je doet te laten zien,
is nodig voor het behouden van een bezigheid als alternatief
- voor 1. het verwoestende ingaan op het uitnodigingskarakter van de omgeving
waarin je 'zomaar' aanwezig bent en
- voor 2. het negeren van alle anderen in je buurt.
Wie genegeerd wordt moet wel beseffen dat hij waarschijnlijk op eigen initiatief is gebleven buiten de aandacht van degene die hem negeert. Wie nam het initiatief tot het negeren van wie?
Wie is er begonnen?
0 Reacties