Veralgemenen kost wat tijd

Categorieën: 2005, 1 januari – 2009, 31 december | Archief

Trefwoorden: Descartes (René) | Jezus

Jaap Schot, 15-17 maart 2005

Het heeft Jezus ook wat tijd gekost om er toe te komen de verlossingstruc die hij zag (en leefde en predikte) te veralgemenen. Hij begon er mee joden te verlossen van hun letterlijk opvatten van de bijbel (het oude testament) zodat ze snapten dat ze geen oude muntjes moesten offeren, maar iets wat waarde had. Zoals de moslims moeten snappen dat niet het ‘om zich te ontremmen drinken van alcohol’ hen verboden is, maar ‘het innemen van psychotrope middelen om anders dan nuchter te worden’.
Jezus legde de joden uit: “de priesters die aan de macht zijn belazeren jullie en dat is onterecht.1 Jullie goedgelovigheid wordt door hen tot een leidsel gemaakt waarmee ze jullie voeren naar waar jullie niet hoeven te gaan (van god).”
Ik vertel over ons hier nu het verhaal van (de) mensen die (nu reeds globaal) als productievee worden gehouden op de wijze van legbatterijkippen, die mede (deels dus) met elkaars eieren worden gevoed.
Ik vertel dat de aangeleerde manieren van opvatten, onderscheiden, benoemen, beschrijven, kortom taal gebruiken, ook worden toegepast op woorden die naar geen enkele aan te treffen gebeuren verwijzen (wegwijzer zijn). Men lult verder en maakt lege tekst aan, die nergens bij hoort, maar de hoorders ertoe brengt aanwijzingen van sprekers te volgen. De hele juristentaal is zulk een massa naar niets wijzende ANWB-borden. Er is nergens een iets (gebeuren) in de werkelijkheid bij aan te treffen: niemand trof ooit goden, schuld, verdienste, zin des levens, enz. enz. aan. Toch kon het schoolvoorbeeld der ‘doorpraters zonder bespreekbaar eigen waarnemen’ Descartes zijn zogenaamde rationalisme aan de man brengen.
Wij zijn daar niet langer vatbaar voor, als we eenmaal doorhebben dat het bij het alternatief voor rationalisme, voor doorpraten dus, voor het gespreek dat geen bespreken is, geen spreken bij iets non-verbaals, bij iets dat zintuiglijk of anderszins gegeven is, bij iets dat gebeurt, gaat om een mentaliteit, namelijk de mentaliteit van het ongeloof en dus de gezagloosheid. Het alternatief voor doorpraten met alleen woorden, grammatica, logica en consistentie is niet een methode (zoals Descartes' ‘Discours de la methode’ suggereert), maar een mentaliteit. Zoals sportiviteit een mentaliteit is en geen trainingstechniek of zo.

Wat ik te melden heb is natuurlijk na zoveel mensen die vóór (= eerder dan) mij leefden en zoveel mensen naast mij niet eenmalig en ik zal echt wel niet de eerste zijn. Daar gáát het ook helemaal niet om.
Het is interessant te zien dat elke keer dat dit gevonden en gepubliceerd wordt, het ook weer wordt weggepraat en/of doodgezwegen. De gevestigden, de lui met voorrechten, hebben er belang bij dat de gebruikten (die de productieveestapel vormen) niet beseffen wat hen overkomt.
We zien echter overal ter wereld mensen zich bekeren tot het christendom, ondanks het feit dat dit als ware het nog de staatsreligie wordt doorgegeven: met de verlossing door het lijden van een als historische figuur geschilderde Jezus. Wat de Japanners en Chinezen bijvoorbeeld doen, die christen worden, dat is dat ze zich als IK tegenover hun ama opstellen en ‘deze oude mens’, deze zonden, tot niet-IK verklaren.
Velen gaan enorm de mist in en worden van een andere ama voorzien en zijn dan weer IK áf. Het land is vergéven van de oud-roomsen die communist of atheïst werden en dat al of niet bleven. Jammer, maar het gevoel (éven) bij dat bekeren, dat is voldoende motief. Ze laten heel even het verleden los. En niet alles keert via de nieuwe ama weer tot hen terug: er is vergeving bij de roomsen. Al die aangeleerde Chinese en Japanse kul zijn ze kwijt. Zoals velen hier uit Europa naar China en Japan gaan om daar van hun spel-ik, hun zich rangschikkende, vechtende EGO te ontdoen, bij Zen-meesters en dergelijke. En die zijn ook blij. Blij met hetzelfde: ze hebben zich van een hoop aangeleerds (een ama-deel) ontdaan: zich bevrijd van een leidsel, een pakzadel, iets waarmee anderen hen leidden, bestuurden, manipuleerden.

Ze weten niet wat ze doen, de batterijmensen. Ze blijven onder elkaar en betreden de Aztekentrap niet. Ze nemen geen afstand en zoeken ruzie. “En ze denken al die uren in hun eigen, hoe ze de wereld naar hun zin zouden kunnen krijgen”2 : alloplastiek, onder de suggestie dat ze moeten blijven wat hun opvoeders van hen gemaakt hebben [door toevallige veranderingen toe te juichen, te belonen, te bekrachtigen] à la Skinner.
Voor wát je leert ben je evenmin verantwoordelijk als voor dát je leert, dat gebeurt allemaal gewoon, dat doe je niet. Dat hele concept ‘doen’ maakt deel uit van de leugentaal der juristen: voor de aanmaak van het bedrog dat het bedreigen moet vervangen, zover mogelijk. Als ze in een alziend God, die áchter de koning staat, geloven, dan werkt dat nog beter dan jaarlijks her en der brandstapels [met ketters en heksen (andersdenkenden dus) en/of misdadigers/ wetsovertreders/ weggelopen slaven]. Zo’n alziende alomtegenwoordige is beter dan de beste geheime dienst, zéker indien gekoppeld aan een biechtplicht.

Ik kijk televisie (lurk aan media) om aan beelden en voorbeelden te komen voor mijn beschrijven van wat er om mij heen (maatschappelijk) gebeurt en mij vanaf de Aztekentrap gegeven is: zonder dat ik gezichten kan herkennen dus (dus: geen eigennamen) en zonder dat het lot en/of het ‘zo zijn’ en/of het ‘zo voelen’ en/of het ‘dit of dat, zus of zo denken of spreken / uitzeggen bij wat zij doen’ van die onherkenbare eenmalige enkelingen mij ook maar éne moer interesseert. Voor mij vanaf die trap zijn het allemaal stipjes, zoals de mieren in mijn tuin dat voor mij zijn.
Nadat we hadden vastgesteld dat ‘daderschap’ een suggestie (→ illusie) is van de kwaadaardigen die als jurist de mensengebruikerij dienen, vielen weer vele ‘dingen die gebeuren’ op hun plaats.

Ineens was daar het beeld bij van dat houden van menselijk vee zoals men ook productiepluimvee houdt: in legbatterijen: lange rijen kooien met daarin een (een consumptie-eenheid vormend) klein aantal (5 of zo) legkippen, die het samen moeten doen met die ene kant van de kooi waar het eten langskomt. Het is duidelijk dat die kippen niet kopen en verkopen, maar het feit dat mensen dat wel doen en dat ze hun txaenz (als arbeid) verkopen voor geld en dan met dat geld het afsluitende luik voor die langskomende waren (producten van anderen en zelfs van henzelf!) enige tijd open kunnen houden, welk openhouden ‘kopen’ heet, dat feit verandert niks wezenlijks aan ‘dat wat ik beschrijf’: de mensenhouderij als één vorm van veehouderij. Ook dat de slavernij, waarbij de ene mens, de gebruikte, juridisch het eigendom is van een ander mens (een binnensoortelijke parasiet), is afgeschaft heeft niets aan het binnensoortelijk parasitisme veranderd dan de vorm. Ook al die vrijheden zijn futiel en vormen van bedrog, met name van: de gebruikten medeplichtig maken aan wat hen aan frustratie en ellende overkómt. Vrijheden zoals

  • het zelf vrij kiezen van degenen met wie je in zo’n kooi, zo’n consumptie-eenheid jezelf opsluit (een gezin sticht) en
  • het zelf kiezen van opleidingen en
  • het zelf solliciteren naar (≈ smeken om) deze of gene gelegenheid om je txaenz te verkopen voor geld op de arbeidsmarkt.
  • het zelf uitzoeken wát je wilt kopen [om de verachting van de anderen áf te weren / te voorkomen (schoolvoorbeeld: merkkleding)], kopen waarbij ze omworven worden als Koning Klant en zich niet zelden ook even koninkje voelen.

Allemaal kul, dat van die vrijheden, kul die niks wezenlijks verandert aan het feit dat we in gevangenschap geboren werden en levenslang gehouden worden. We worden gebruikt en wel door het systeem, dat bemand wordt door ontelbare profiteurtjes. Zie de winnaarsgrijns die verschijnt op de gezichten van wie bij ‘Kunst en kitsch’ horen een verkoper die niet wist wát hij verkocht te hebben ontdaan van een waardevol stuk. Tot de laatste cent is de armste bedelaar tégen inflatie (geldontwaarding), samen met de allerrijkste. Een centraal begrip waarmee de gebruikte mensen hier in deze vrije wereld, die ze ons ‘samenleving’ willen laten noemen, godbetere het, worden bedrogen, belazerd, is het begrip ‘WIJ’, dat die bedelaar en die allerrijkste omvat. De 22 voetballers die elkaar tegenwerken bij het maken van doelpunten zijn toch ook niet aan het samenspelen, ze zijn zelfs niet samen aan het spelen.

Als we dat beeld van die kooi eenmaal hebben, dan vult de televisie dat in met ontelbare voorbeelden van hoe de mensen worden afgeschilderd als daders van wat hen overkómt en door hen heen gebeurt. [‘Married with children’ heet die USA televisieserie waarin geen rest overgelaten wordt van de romantiek die in de eromheen uitgezonden programma’s ruim gepredikt wordt. Dit is maar één voorbeeld uit duizenden.] Oh, wat moeten we lachen, wat mógen we lachen, alles mogen we, op één enkele voorwaarde, dat we niet beseffen wat ons overkomt en dat niet beschrijven zoals ik dat hier nu doe. Natuurlijk hóefde ik niet te trouwen. Natuurlijk hóefde ik niet te ondernemen. Enzovoort, enzovoort. Niemand hoeft iets van dit, ons, vrij latende systeem. Zo staat het in de formuleringen der juristen. Maar dat systeem is bemand en er wordt gepest, veracht en gemobbed enzovoort, enzovoort. Dat doen de gebruikten zelf, jegens elkaar. Dat is hun spelletje, hun rangschikkerij, hun alledaags fascisme. En dat duurt al zolang als ik leef en er werd en wordt niks doeltreffends tegen gedaan, zo min als tegen diefstal van gebruikten onder elkaar (die hebben voor de politie geen prioriteit, zo heet dat), zogenaamde kleine criminaliteit. Het systeem drijft op dit onderlinge wangedrag, want het leidt de aandacht doeltreffend áf van het systeem. Hoe vaak lees of hoor je nu over de mensengebruikerij, zo genoemd, omdat ze het is? Ik nog nooit. Een fascist is iemand die zich pas iemand kan voelen als hij naast zich een mindere heeft, die wél een soortgenoot is, minstens biologisch. De alledaagse fascist heet gewoonlijk in de gangbare beschrijvingen: de winnaar. Die andere heet de ‘loser’, de verliezer, maar het is altijd goed er een Engelse term voor in gebruik te nemen. Zoals dat vanaf het jaar nul goed was alle rottigheid een Latijns etiket op te plakken. De grote overwinnaar van nu, de echte erfgenaam van het Romeinse Rijk, ja vooral qua mentaliteit, is de Angelsaksische wereld, en die spreekt Engels, vandaar. [Let op, want dit is leuk: als je deze tekst aan iemand zou laten lezen, waar overigens geen reden voor is, dan zou je meteen tegenspraak krijgen. Diezelfde tegenspraak is nergens te vinden bij die geweldige series van de BBC waarin de Engelsen “ons” als gelukkige en terecht trotse erfgenamen van de Romeinen voorstellen.] En stel je niet voor dat het alleen maar een kwestie van het uitzoeken van het positieve is, dat ten grondslag ligt aan het aanmaken van lovende series. Oh nee, Alexander de Grote, die nooit iets anders dan massaal moorden heeft georganiseerd, volgens hun verhaal, impliciet natuurlijk, ja kom, ook die Alexander voeren zij op als Groot. Nou, wat hij anders gedaan heeft dan Hitler is moeilijk te vinden. Maar Adolf heeft recent een oorlog van hén verloren, dát en niks anders, maakt hun kijk op die figuur anders.

Als we dat beeld van die rijen kooien vol legkippen [≈ wijken en wijken, ja steden en landen vol huizen vol gevestigde, wonende ! mensen] eenmaal helder voor ogen hebben, sluiten zich diverse Gestalten. Zoals de in de juiste volgorde geraakte én volledige rij kaarten in Spider Solitaire op mijn computer ratelend tot een stapeltje wordt, zo ratelde het de laatste maanden opstellen. Ik denk niet dat ik overdrijf als ik zeg dat honderden in eerdere opstellen uitgeschreven onderscheidingen en beelden ineens zich samenvatten.

  • Cultuur – natuur – civilisatie
  • Individu – persoon – dier – functionaris
  • Txaenz besteden / verkopen / investeren / verdoen
  • Rangschikken
  • Bestaan – aan te treffen zijn – genoemd worden [ sprake van zijn]
  • Wat is de boodschap van de bijbel (die van vóór 325 is!) en wat is de leer van de kerk die de staat draagt
  • mensengebruikerij – slavernij – batterijmensen houden
  • eigennaam geven als wijze van ‘scheppen van het benoemde’
  • twee manieren van begrippen aanmaken: ‘als een karbonade hakken’ in onderscheid van ‘een rib en een spier uitprepareren (anatomie)’
  • wetenschappelijkheid niet als een vaardig toepassen van methoden maar als uiting van een gezagloze, ongelovige, a-verzinsel-istische mentaliteit
  • taal als uitwas van waarschuwen, oproepen en andere biologische verschijnselen, taal door ons volkomen doorkankerd met [het binnensoortelijk parasiteren verbaal onderbouwende] verzinsels, leugens, etikettenpraat3 en propaganda aangetroffen en aangeleerd, wat elk publiceren vóór je dood tot onzinnig ‘de aandacht van kwaadwilligen trekken’ maakt.
  • Enzovoort

1) Er werd en wordt (na 325 dus in de staatsgodsdienstversie van het christendom) aan vele christenen gesuggereerd dat ze een ingeboren zondigheid hadden, waardoor alle rottigheid die hen overkwam door hun zo in elkaar zitten ook verdiend, terecht, was. Ze hebben en hadden echter geen flauw idee wat die fout dan wel zou kunnen zijn. Ik weet uit ervaring dat geen dominee of onderwijzer ooit in staat was over erfzonde of heilige geest of verlossing ooit iets te vertellen. Niemand van de christenen die ik over radio of televisie hoor, heeft blijkbaar enig idee waar het over gaat bij die ‘dingen’. De nieuwste vertaling van de heilige schrift is ook weer niet ‘om aan te duiden waar het over gaat’, maar ‘om die oude tekst te vertalen’ gemaakt. Ze willen het met z’n allen ook helemaal niet weten, als je het mij vraagt.
2) Een regel uit een liedje uit “Negen heit de klok”, radio, jaren ’50
3) Schoolvoorbeeld: er wordt door de media gemeld dat ‘de islam’ geen ‘verlichting’ gekend heeft en daarom ‘achter’ is. Wie zo iemand die dat zegt óf wil volgen in zijn denken óf wil begrijpen, moet vragen naar de betekenis die de woorden ‘islam’ en ‘verlichting’ in de mond van de spreker hebben én hij moet navragen of de spreker wil uitleggen dat die verandering in het omgaan met en spreken en denken over dingen die hij ‘verlichting’ noemt vooruitgang was, in plaats van slechts gewoon deel van de evolutie, zijnde het Latijn voor het veranderen (een term die geen andere betekenis voor ‘vooruit’ toelaat dan: ‘in de tijd verplaatsend, in die éne mogelijke richting). Wie niet enorm wil áfgaan in de ogen van álle luisteraars en kijkers kan deze vragen niet stellen en de vullers van de mediaruimte (tussen de reclameblokken en op de achterkant van advertenties) laten ook niemand zoveel ruimte, tenzij hij ruzie weet te veroorzaken of een andere boeiende emotie, die de consumenten trefbaar voor de reclame houdt.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *