Verlichting, 1999

Categorieën: 1995, 1 januari – 1999, 31 december | Archief

Trefwoorden: Jezus | Krishnamurti (Jiddu)

Jaap Schot, 7 december 1999

Naar wat Jezus en de Boeddha en al die andere verlichten bedoelden, d.w.z. als onderwerp hadden, zal ik altijd slechts kunnen raden, want het komt via via [= via woorden en soms ook nog via anderen] tot mij.
Als ik dan raden moet:
1. ze beseften, zagen in, dat het verleden voorbij is en de toekomst er nog niet is. [Krishnamurti: "laat het verleden los".]
2. ze beseften dat wat verzonnen is, verzonnen is. Dat ieder mens zich dus moet houden voor wat betreft zijn voor-waar-houden aan wat hem daar dan gegeven is, meerzintuiglijk, inclusief hanteerbaar, tastbaar. Veel woorden zijn slechts namen van voorstellingen, gemaakt van angsten en van verlangens en begeerten. Weg daarmee, terug naar en blijven bij wat hier nu voorhanden, binnen bereik, waarneembaar is. Maar:
3. dat dit zich beperken tot 'wat is' juist is, dat is (resp. gaat) tegen wat de machtigen zeggen (en dat is: bevelen) in. Het ontkennen van het bestaan en het eerbiedwaardig zijn van wat niet is, komt neer op het afwijzen van de eisen van de koningen, die hun positie boven de anderen ontlenen aan onwaarheden. Er is niets bijzonders aan hen, alle macht komt uit de loop van een geweer, bedreigen met lijfelijke mishandeling is de basis van alle macht. Aan dat dreigen kleeft geen luister, dat wekt geen bewondering, maar angst.

Samenvattend:
- wat is, is nu;
- wat is, is zintuiglijk gegeven, zij het partieel;
- deze twee waarheden zijn niet zintuiglijk gegeven, moeten worden ingezien;
- dat inzien moet ieder voor zichzelf doen en daartoe moet iedereen zich los en zelfstandig waarnemend opvatten, herkennen en erkennen. Niemand kan voor een ander iets inzien, zo min als je voor een ander kunt bestaan, ademen, denken of leven: dat moet die ander zelf doen.
- Voldoen aan deze eis om leven (inclusief waarnemen en denken) zelf te doen komt neer op het de heersers uit handen nemen van hun gereedschap waarmee ze de mensen onder hen psychisch vasthouden om ze te gebruiken, uit te buiten, onder zich te brengen en te houden.
- het voldoen aan deze eis komt neer op het verlaten van alle verzonnen gebied waarop de hoorder van de boodschap nu juist zijn glorie beleeft, zijn glorie van zijn maat, behorend bij zijn rang. Dat is onaanvaardbaar voor iedereen die ook maar enigermate de vorsten / heersers kan imiteren (zich daarmee kan identificeren zodoende). De rijke gaat moeilijk de vrijheid binnen, moeilijk terug het paradijs in, moeilijk terug naar wat hem gegeven is, (naar) wat hij beleeft als ‘slechts’ wat hem gegeven is.
- de verlichte eindigt op zijn vel en met zijn dood.
- als de verlichte iets wil zeggen tot zijn tijdgenoten moet hij hun taal spreken en dat betekent niet slechts hun woorden, maar helaas ook: veel aanklevend vuil: hun begrippen, beelden, verhalen en associaties.
- redeneren, logische gevolgen trekken, dat houdt dat aanklevend vuil vast in de loop van het denken. Dat leidt tot het uitspreken van de waarheid dat wie het (verlicht-zijn) wil bereiken, nu ja, tot zijn enig bezit wil maken, al zijn kleine parels moet verkopen, wegdoen: zijn fantasie en andermans beeld van (= fantasie over) hem.
Samenvattend: wie zelf is, is klein in de ogen van wie zich met verzinsels oppompten en/of door anderen daarmee werden opgepompt. De gegeven mens is in de ogen van wie niet op hun vel en met hun dood eindigen klein, te klein voor hen, verachtelijk klein, van te mijden kleinheid. Ze willen niet. En de anderen onder hen mogen niet (van hen), want wie zijn eigen verzinsels als zodanig herkent, ziet ook dat de keizer geen kleed aan heeft.

- Wie als machteloze ophoudt te bewonderen voelt ineens weer de angst die bij het bedreigd-worden hoort. Wie als machtige zijn macht herkent als gevolg van dreigen, dat is van wangedrag, van terroriseren namelijk, wordt daar ook niet blij en ontspannen van. Er is dus best gebruik (psychisch) voor een Vader in de Hemel die je liefheeft en almachtig en alwetend en aanspreekbaar is.

Die kleine mens hoeft ook ineens niet meer iets te weten van wat buiten het bereik van zijn zintuigen (inclusief zijn handelen) is. Die kleine mens is dus niet meer voor oorlog te porren. Die kleine mens is o.k. als hij doet wat zijn hand vindt om te doen. De wereld is van de anderen, de wereld is van de IETSen, in diverse waarvan de kleine mens gevangen zit, fysiek, lijfelijk, maar niet langer psychisch (of mentaal of zo).
Die kleine mens is verlost van zijn aangeleerde geciviliseerde opvattingsgewoonten ten aanzien van zijn omgeving (inclusief vooral omstanders, anderen). Die kleine mens heeft zijn rol opgegeven, speelt niet meer mee in het illusiespel van de anderen, de geciviliseerden, zijn tijdgenoten / landgenoten. Die kleine mens ervaart niets meer dat WIJ kan worden genoemd. Dus ervaart hij ook niets meer dat ZIJ kan worden genoemd. Hij ervaart geen behoren onder deze of gene vorst, behoren tot deze of gene groep of behoren in dit of dat IETS meer. Zijn afstand tot alle andere mensen is een en dezelfde: enerzijds oneindig, anderzijds zo nabij als die Samaritaan bij die beroofde man langs zijn weg.
Die kleine mens aanbidt niet meer, goden noch mensen noch dingen noch verschijnselen noch ideeën.
Zo is de verloste, verlichte mens steeds voor staat en gebruikte religie een onbruikbare, ja een gevaar. De verlichte onderkent de onwaarheden van staat en gebruikte religie als zodanig, ja, als leugens. De leugen is de opzettelijk en bewust doorvertelde onwaarheid, die met geweld tegen ontmaskering verdedigd wordt en die gebruikt wordt om degenen die er in geloven van txaenz te beroven.
dinsdag 7 december 1999 12.20 =/\=
dinsdag 7 december 1999 13.37:
=============
Maar hoezeer ook opstand nog wel eens inspireert, klein worden en belangeloos en de wereld de wereld laten, daar is weinig vraag naar.
Wie verlicht (oftewel verlost, los dus) wordt, verliest niet slechts zijn meerderen, maar ook zijn minderen: hij verliest zijn rang, stelt zich buiten de gerangschikte bemanningen van de IETSen, de gevangenen van de civilisatie.
=============
Het [overigens totaal onnodige en proefondervindelijk vruchteloze] spreken over het verloste zijn zal moeten gebeuren in de termen [ woord-begrip-combinaties] van wie toegesproken worden. Die termen zijn altijd al (reeds) geladen met een betekenis die past in het wereldse zijn, opvatten, voelen, willen en handelen.
Het [zich] verlossen [los maken door los laten en door de ander die vast wil houden zijn aangrijpingspunten te ontnemen] moet inhouden het buiten gebruik stellen van die genoemde termen. Voor zichzelf moet wie zich verlost dus die termen buiten gebruik stellen en zodra hij tijdgenoten / taalgenoten wil toespreken moet hij die termen weer gebruiken, omdat die anderen die nog als enige aanvaarden en (menen te) kennen.
==================
Men wil wel een prediker aanvaarden, maar die moet dan wel een soort koning worden, iemand waar de hoorders en volgelingen trots op kunnen wijzen: 'onze' verlichte. Dat soort volgelingen kiest gewoon een ander IETS om als lid in te verblijven, om in te gebruiken en gebruikt te worden, om onveranderd geciviliseerd in te zijn. Het beste dat die lieden doen kunnen is letterlijk de profeet citeren en niets erbij uitleggen, want ze begrijpen niet wat ze zeggen, nazeggen.
De boodschap van een verlichte is ongeschikt om in een IETS bewaard te worden en de vraag is: gaat ze in de civilisatie zonder zo'n bewaarIETS verloren?
"Velen zijn geroepen, weinigen zijn uitverkoren": zo'n bewaarIETS is bedoeld om een massa mensen te verlossen. Het is ook bedoeld om de boodschap tegen vernietiging te beschermen. "Waarheid", zo sprak Krishnamurti, "heeft geen verdedigers nodig". Kennis kan toch slechts worden genomen, niet overgedragen, want bij overdracht verwordt het immers tot informatie.
Voor de op anderen gerichte verloste, is er de vraag "hoe verlos ik de gevangenen".
Daarnaast is er voor ouders ook de vraag:
"Hoe hou ik mijn kind vrij (zoals het geboren is dus),
m.a.w.: 'hoe voorkom ik dat de civilisatie het opslokt',
dat is:
- dat het gaat bewonderen en begeren,
- dat het zich laat definiëren ( = anderen toestaat vast te stellen wat het is, door zich te laten benoemen, te laten indelen),
- dat het zich gaat rangschikken, m.a.w. zich minderen en meerderen aanschaft,
- dat het gaat streven zich en anderen te overtreffen?"

Wie zijn kind vrij houdt levert de mensheid weer een licht, een levend alternatief voor een exemplaar van de massa. Die man van 'Summerhill' had het een en ander door, toen hij zei dat het maatschappelijk slagen van een ex-leerling een bewijs zou zijn dat de school wat die leerling betrof gefaald had. Overigens: in de goot terecht komen zou daarvan ook een bewijs zijn. Voor de vrije mens is de civilisatie wat het bos is voor de eekhoorn: om van en in te leven, niet om brand in te stichten en niet om bosbouw en landschapsonderhoud aan te plegen. De civilisatie is er niet om geheel te kennen (qua actuele bemanning en stand en gang van zaken) en geheel te doorzien qua structuur en/of om er in mee te spelen.

Een van de belangrijkste dingen die de gevangene moet afleren is het bewonderen, onverschillig van wat, de bezigheid is fout. De echte slaaf is een gevangene, ja, maar hem kenmerkt dat hij niet vrij wil worden en als hij ophoudt zijn cipier / slavenhouder / meester te bewonderen wijkt hij uit naar het bewonderen van de verlosser of van de kosmos of van de structuur van een kathedraal of een muziekstuk of een kristal. Alle bewonderen is fout. Bewonderen is het wangedrag van de slaaf: zich vernederen, zich onderschikken. Er valt niets te bewonderen, alles is zoals het is en daarmee basta. Bewonderen maakt deel uit van rangschikken en ook esthetische oordelen zijn rangschikkende oordelen. De esthetica is een schuilplaats voor het mentale wangedrag van de slavenhouder: het zich verheffen boven wat hij waarneemt en dat beoordelen.
Er zijn nog veel meer schuilplaatsen. Het is niet mijn taak ze op te sporen.
Oordeel niet, opdat gij niet beoordeeld worde.

Interessant is in dit verband de nadruk die menigeen legt op het niet in een machine of routine onder te brengen zijn van het echte (bijv. esthetische of ethische of morele) oordeel. Dat klopt met de betekenis die ik hierboven aan 'beoordelen', de bezigheid, opmerk.

Zich verlichten of verlossen (dat is hetzelfde) komt neer op het ophouden op buitenbesturing te staan. Er gaat de betrokkene een licht op: hij merkt op dat hij [net zoals zijn taalgenoten, medeonderdanen, medegevangenen in de civilisatie (in de IETSen)] bedrogen wordt, en wel bedrogen via zijn taal (begrippenapparaat) en dus langs binnen, via wat hem invalt aan gedachten, beelden, voorstellingen, verhalen, gevoelens, verlangens en alle onnodigs. Er is maar één begaanbare weg meer: die om de begrippen heen, rechtstreeks naar het waarneembare. De aangegeven weg blijkt drijfzand, daar moet je dus geen voet meer op zetten. Maar op die weg lopen alle anderen nog, inclusief diegenen die je bemint en die je beminnen. Dat het daar op die weg zo zwaar loopt, jij weet nu hoe dat komt: zij nog niet. Zij denken dat het leven zwaar is, jij weet dat ze uitgezogen (van txaenz beroofd) worden. Nou, dan is het niet zo moeilijk te begrijpen dat je hen dat wil melden, wilt mededelen.

Dit is de verlichting van wie zich met brood, jam, aardappels, groente, vlees en havermoutpap voedt: de voor mystiek onvatbare dus. Geen honger en geen geestverruimende middelen of gedoe. DE PLATTE VERLICHTING koud tl-buis-licht.
Ik heb niet meer dan deze melding te bieden. Deze verlichting toont geen nieuw thuis. Het toont geen eeuwigdurend (everlasting) nieuw leven, maar een afstand van het inzien tot het sterven die gegaan kan worden zonder verleden en zonder toekomst, los, in het heden. Een heden dat aanvoelt als een plek waar je bent in plaats van als een stap in een marathonloop of als een punt op een lijn.

Ik vroeg me bij het lezen van bijvoorbeeld Krishnamurti telkens af van welk soort 'in-de-wereld-staan' er eigenlijk werd uitgegaan: wat werd er (aan aangepastheid, gevangenschap, neurose, ondoordachtheid, gelovigheid of zo) in de hoorders aangetroffen of vermoed?
Daar vond ik natuurlijk geen antwoord op.
Dat blijft dus een open vraag.

DE TAAL, die blijft bruikbaar, die kan ook de verlichte gebruiken, die taal is namelijk niet gebonden aan die weg van allen, aan de woord-begrip-combinaties waarmee de massa werkt. De taal is een stuk gereedschap waarmee nieuwe woorden kunnen worden aangemaakt en nieuwe begrippen zijn ook aan te maken door wie iets nieuw ziet [of iets nieuws ziet (maar dat is onwaarschijnlijk na en naast miljarden soortgenoten)]. De taal blijft dus beschikbaar voor eigen gebruik, ook al gaat ze verloren als communicatiemiddel, wat ze toch al nauwelijks is, nu ze voornamelijk de propaganda dient.

Wie nu zich verlicht, d.w.z. zich terugtrekt op wat hem zelf rechtstreeks meerzintuiglijk gegeven is, valt volstrekt buiten het gesprek en het bespreken van wat dan ook. Jezus liet een hele hoop godsdienstigs vallen, wij zullen alleen geen glimp meer opvangen van wat de natuurkunde en scheikunde hebben ontdekt en bruikbaar gemaakt: de laboratoria zijn voor ons niet toegankelijk. Er is ineens geen WIJ meer en dus geen deelhebben aan het reusachtige weten en kunnen van de bemanning der concurrerende IETSen. Van het op ongelijke afstand van ons 'staan' van de sterren die wij aan de hemel zien, hebben wij geen kennis, maar we weten het van horen zeggen. We weten en geloven het op dezelfde manier als de openbaringen der mystici: ook hun beleven is voor ons in principe bereikbaar, door vasten en zo. En niemand verbiedt in principe aan wie dan ook om natuurkundige te worden en van iedere concurrent winnend toegang te krijgen tot het grote waarneemgereedschap waarmee hij dan eindelijk de feiten kan kennen. Dat is dus eender, eendere onzin, Prinzipienreiterei. Zoals ook iedereen het tegen de Unilever mag opnemen als producent van worstjes in blik of zo.
Nee, wie het WIJ loslaat, wordt enorm klein. Hij wordt zo klein als een ballon die leegloopt, hij keert terug tot zijn oorspronkelijke grootte, die ook zijn uiteindelijke is en die grootte die hij echt verdedigen kan: makkelijk samen te drukken is een lege ballon niet. Wij zijn allemaal zoals opgeblazen ballonnen: we zitten maar een heel klein eindje vol met eigen waarnemingen, doordenkingen, begrippen: de rest is ons ingeblazen informatie, die is als lucht voor ene ballon, die is niet van ons, die kunnen we niet vasthouden.
Dit maakt het heel begrijpelijk dat wie de propaganda voor de civilisatie doorkrijgt, niet zelden toch opgeblazen wil blijven en zich een grote verzameling (bijvoorbeeld Oosterse of New Age) humbug eigen gaat maken. Leeg is niet leuk en wordt niet gewenst en nagestreefd, waarom ook?

Een heel goede vraag: wat is er nou zo nastrevenswaardig aan je beperken tot wat je echt zelf KENT? O.K., je bent zodra, zolang en inzoverre je KENT buiten bereik van de genoemde propaganda, je wordt dan niet bedrogen, want je gelooft niet en je betwijfelt niet, je bent niet met informatie bezig: je leeft zelf, je functioneert met al je zintuigen en met je volle verstand. Nou, dat is niet niks. En al doende oefen je dat en wordt je steeds vaardiger en raak je meer thuis in dat functioneren. Makkelijker stroomt je txaenz door de kanalen die doen nu eenmaal graaft voor die stroom.
De keuze voor zelf waarnemen beperkt je qua onderwerpen: er is ons zo weinig rechtstreeks gegeven, wij hebben tot zo weinig toegang. Eerlijk gezegd ik kan er ook geen belangstelling voor opbrengen, voor hoe het is en was met de sterren en voor hoe en hoeveel kleiner het kleinste deeltje gedacht kan worden. Die wetenschappen zijn schaamlappen voor de wapenindustrie en voor pogingen van andere IETSen om 'de energie in handen te krijgen'. En veel medicijnen zijn er om het doodgaan uit te stellen, niet om mijn of 's-lezers txaenz en de bestedingsmogelijkheden daarvan en het genieten van dat besteden, te vergroten, wat 'Leven toevoegen' zou mogen heten. En die medicijnen worden net als de ziekmakende verkoopbare zaken aangemaakt om er winst mee te maken.
Ook dit soort beschouwen van de werking van deze civilisatie (onze tegenhanger van het bos van het eekhoorntje) verveelt mij overigens al lang. Het is buiten mijn bereik en macht. Het enige positieve gebruik van macht is het neutraliseren van ten kwade gerichte macht. Positief goeds is er met macht niet te doen. Ik heb helemaal geen macht en verlang die ook totaal niet. Ook wie aan het stuur van de IETSen zitten zijn relatief machteloos tegenover het wereldgebeuren: zelfs Hitler en Stalin hebben tegen hun zin veroorzaakt wat ze veroorzaakt hebben. Ik behoor niet tot hen die gericht zijn op het spelen, met name op het tegenspelen en die daarvan, los van de uitkomst genieten.
Dit belang stellen in het spelen zonder dat de uitslag van enig belang is, leert men bij sport: bij het beoefenen ervan en bij het toeschouwen. Sportmanifestaties zijn bij deze civilisatie wat de missen zijn bij de verlossingsleer van de RK-kerk. Mystiek gaan ze op in het WIJ met de helden, de groten, de voorvechters, de daders. Buiten dat WIJ ziet het er allemaal anders uit. Wie uit de begoocheling is getreden ziet de mensen in kwestie bezig hun txaenz te verdoen in zulke stromen dat hij vermoedt dat er ook iets nu onhaalbaars mee bereikt zou kunnen worden, als maar zulks het doel was, als doel was gesteld. De Egyptenaren bouwden met zulke stromen txaenz tenminste nog piramiden: deze massa's maken verklinkend gebrul aan en gepraat na afloop. Belangrijker is wat ze voorkomen: onder andere voorkomen ze dat ze zichzelf bezig zien en dat ze zich andere (bijvoorbeeld eigen) doelen stellen of die bestellen (voor het geld dat ze besteden).

afdwaling:
Het is er mee als in het sprookje van Andersen over die kleren van die keizer: een stel bedriegers gebruikt de keizer zowel als de onderdanen. Het kind ontmaskert hen, maar dat wordt alleen maar niet door het doden van dat kind gevolgd, doordat Andersen dat sprookje onschuldig hield: hij koos bedriegers als gebruikers van de keizer, normaal, in de werkelijkheid zijn de gewapenden die gebruikers. Er is daar iets heel merkwaardigs tot stand gebracht: na vele generaties is er een soort generaals aangemaakt die zich door burgers laten gebruiken en de lagere militairen zijn zonen van gebruikten. De bezitters die de bevelen geven, de macht hebben, zijn zonder kracht, het hele spel berust op het gezag dat die generaals toekennen aan rijken en afgevaardigden (bijvoorbeeld volksvertegenwoordigers). Zodra die generaals weer inzien dat de macht bij hen ligt zodra en zolang de lager milittairen hen gehoorzamen keren ook hier de 'ondemocratische' toestanden terug die nu te vinden zijn in alle ontwikkelingslanden, in de percentueel minder rijken herbergende landen dus. Of is de echte grote bezitter reeds in de gelegenheid zijn bezit naar een ander IETS (in dit geval: een ander land) te verplaatsen? Is de greep van de militair niet meer passend bij het virtuele, girale geld? Is dat een niet-ideologische rem op militaire dictaturen?

 

 

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *