B>type kluwens.txt
.pl50
schijf 5; titel:kluwens.txt
..21 febr.1985
Vraag:
Om welke veroverbaarheden wordt er nu zoal gevochten, door de
mensen, tegen elkaar ?
Antwoord:
Allereerst om het nodige, zodra er voorraden zijn en/of er iemand
tot dienend verzamelen en afgeven te dwingen is. Stellen we ons
dat voor in kleine groepen die jagen en verzamelen, dan zijn de
jagers bewapend en aan vechten gewend als ze zijn, moeilijk te
dwingen, anders dan door buitenstaanders met superieure
bewapening. Degenen die planten verzamelen zijn minder goed
bewapend en minder aan het doden gewend en daardoor wellicht
gemakkelijker te dwingen onder bedreiging een deel van wat ze
vonden af te geven. Dat dwingen moet dan gebeuren in de korte
tijd dat de gevonden planten in voorraad zijn, tussen het vinden
en het opeten.
Een tweede fase treedt in wanneer er voorraden langdurig bewaard
worden, landbouwproducten, granen b.v.. Die zijn zolang ze in
voorraad zijn te stelen. Voorraadvorming maakt roof mogelijk. In
een volgende fase is het vormen van voorraden tot een vaste
gewoonte geworden en kan het afdwingen van een deel van die
voorraad ook tot een gewoonte, tot een instelling worden.
Verlaten we de quasi-historische beschrijving van de stand en
gang van zaken dan zien we, als afgeleiden van deze roof van
nodigs, het roven van andere zaken.
De mensen vechten om aandacht en om macht. Die aandacht en die
macht zijn niet langer slechts middelen om aan het nodige te
komen. Als wij mensen die bezig zijn in de samenleving aandachtig
bezien, dan valt het op dat ze niet ophouden de aandacht te
trekken en macht (behoud en uitbreiding) na te streven wanneer ze
er voldoende van veroverd hebben.
Jagers en verzamelaars komen tot rust als de jacht succesvol
geweest is en ze wat gevonden hebben, ze koken er een krachtige
soep van en eten die dan samen op en de rest van de tijd is vrije
tijd, ze zijn verzadigd en vreedzaam.
Geheel anders zien we onze tijdgenoten te werk gaan. Wij kunnen
opmerken dat ze nooit geld, dat is: voorraad, genoeg menen te
hebben. Evenmin menen ze ooit invloed, baantjes, functies,
verantwoordelijkheden, genoeg te hebben. Zij die een baan hebben
zien we vrijwel zonder uitzondering bezig er nog wat bij te doen.
Terzijde: dit heeft tot gevolg dat er voor wie werkeloos zijn
zeer weinig kans is om ooit binnen te komen in de maatschappij
(het terrein waar om de macht, de invloed, de
verantwoordelijkheden gevochten wordt).
Het is in deze van belang op te merken en in te zien dat de
mensen geen keus hebben. Alleen door het vreemde verschijnsel
'verzorgingsstaat' kan tegenwoordig hiertelande een mens alleen
leven, zonder macht en zonder van iemand aandacht te krijgen en
zonder de gelegenheid te hebben voor zichzelf te zorgen in
directe omgang met de natuur (stropend en stelend van de velden
en uit de winkels).Hoewel men dat stropen en stelen niet wil
hebben, ziet men toch in dat er geen andere mogelijkheid is voor
wie in de maatschappij geen taak kregen, geen deel van de
schaarse beschikbare loonarbeid. Door uitkeringen koopt men rust,
verhult men de ware aard (de structuur) van de samenleving en
bespaart men politie.
Dat er geen keus is, is waar voor wat betreft het aan de kost
komen, het aan het nodige komen. Het vechten om aandacht is een
psychisch verschijnsel. Het is onnodig voor lichaam en geest,
maar de behoeften (in dat geval: de nooddruft, de
noodzakelijkheden) van lichaam en geest zijn voor de betrokkenen
buiten hun bewustzijn, buiten beeld, buiten kennis ook, gehouden.
Ervaring van het lichaan met honger enz. zijn voorkomen, door
regelmatige verzorging, bewassing, verpleging, schoonmaak enz.
enz. door het gezin. Ervaring met geestelijke verschijnselen, die
op kan treden zodra, zolang en inzoverre het eigen brein het
eigen bewustzijn vult, zijn voorkomen doordat de betrokkenen
ononderbroken bezig gehouden werden, hun bewustzijn gevuld kregen
vanuit de bewustzijnsindustrie of leeggehouden door middel van
"muziek".
Waar lichaam noch geest bron zijn van inhouden voor het
bewustzijn, komt er plaats voor wat men geen ziel meer noemt,
maar wel in de psychologie, de persoonskunde, bestudeert.
Onlangs hoorde ik dat nieuwe onderzoekingen aan eeneiige
tweelingen had aangetoond dat niet de aangeboren eigenschappen en
niet de omstandigheden waaronder men opgroeide, maar de
persoonlijkheid, een derde grootheid, de verklaring moest vormen
voor het zo-zijn van de betrokkenen.
Overal kan men nalezen hoe uniek, eenmalig, onherhaalbaar en
verschillend van ieder ander, elk mens wel is en dat wij dat
vooral moeten eerbiedigen en daaraan ruimte moeten geven, door
verdraagzaamheid bij voorbeeld. Terzijde: vreemd genoeg moeten we
ook verdraagzaam zijn tegenover lieden die die eigenheid van
anderen niet eerbiedigen maar er een nationale of religieuze
identiteit voor in de plaats aanbrengen. Tgenover die culturele
identiteit dienen wij ook enorm verdraagzaam te zijn. Kortom wij
dienen ten opzichte van alles wat we zien verdraagzaam te zijn.
Wat is, is in orde, als het maar buiten ons is. Als er
onverdraagzaamheid binnen ons is, moeten we die bestrijden. Als
we daarvan in de war raken, kunnen onze bewustzijnsindustrielen
en desnoods onze psychiaters onze aandacht wel van deze
moeilijkheid afleiden. Het beste is het als we dat afleiden van
onze aandacht zelf doen. Een andere formulering van die
moeilijkheid is: men stelt ons de eis dat wij ons voor politiek
interesseren enerzijds en anderzijds het onderwerp van politiek
dienen af te wijzen, namelijk het regelen van andermans gedrag
tegen de wil van die ander in. De betrokkenen wier baantje het is
politiek te bedrijven willen daar mee bezig blijven, maar voor
die ambivalente instructie (verdraagzaam zijn en toch regelen)
moest wel een oplossing gevonden worden. Die oplossing is
geworden dat men wetten uitvaardigt, maar voorkomt dat ze ten
aanzien van iedereen gehandhaafd worden. Wie niet onder die wet
wil vallen kan er van onder uit. In feite kan dat en wel voor wie
er voldoende tijd, aandacht, energie en vaardigheid tegenaan kan
gooien. Als het er op aankomt zijn alle regelingen te ontduiken
en is er overal vrijstelling van te krijgen. Wat wettelijk moet
wordt slechts gedaan door diegenen die er de energie niet voor
over hebben zich er aan te onttrekken. [Er de energie niet voor
over hebben in de twee betekenissen van die uitdrukking: 1e hun
energie aan andere dingen kwijtraken en te moe zijn en 2e hun
belang ergens anders in stellen, hun prioriteiten anders leggen.]
Het spel 'maatschappij vormen' wordt gespeeld om het winnen dat
kan optreden bij het spelen van een vertegenwoordigende,
bundelende, gebruikmakende, verantwoordelijke rol. Het zijn de
positiebekleders die de zaak op gang houden, de gebruikten worden
gedwongen mee te doen, doordat hen andere mogelijkheden om
(ondanks de bewaking door de politie) te nemen van de voorraden
worden onthouden: je krijgt zomaar geen uitkering. Let wel: niet
iedere gebruikte is een weerloze sukkel, menigeen weet behoorlijk
aan z'n trekken te komen.
0 Reacties