Jaap Schot, (ergens tussen 21 en 26) november 1992
Verworden is het uitbouwen van het technisch en vaardig kunnen tot het vestigen van records, het overtreffen om het overtreffen. Wat men beschaving noemt of cultuur, was het aanmaken van moois, edels, bruikbaars en goeds. Daarmee heeft het Guinness Book of Records niets te maken, toch is dat het enige boek dat nu wordt volgeschreven. Verworden is ook de wetenschapsbeoefening, namelijk van het gebruiken van ieder zijn eigen zintuigen en verstand naar het spelen van weinigen met het grote speelgoed, denken we daarbij aan de genoemde deeltjesversnellers en telescopen op aardsatellieten, als schoolvoorbeelden. Verworden is een centraal verschijnsel als de aandacht er eenmaal op gericht is: heel veel uitvindingen en strevingen beginnen als oplossing van een bestaand probleem en zijn als zodanig 'in aanzet' lofwaardig. De 'OVERTREFFENDE-TRAP-ZIEKTE' echter, het rangschikken, dat optreedt zelfs als het niet middel is om zich vaste voorrechten te verwerven, deze ziekte, deze reflexmatige reactie, doet alles verworden. Zomaar (wat dat bij nadere beschouwing en doordenking ook moge blijken te zijn), zogenaamd spontaan, of simpelweg voor wat applaus nemen de zieken dat wat ze anderen zien doen 'als een uitdaging aan' en gaan ook-doen teneinde te overtreffen. Overtreffen is doel in zich geworden, zoals zich snel (laten) verplaatsen (hard rijden met de eigen auto bijvoorbeeld) om zichzelfs wil gedaan wordt, zonder dat er enige reden of doel voor nodig is. De hardnekkige vraag naar de reden voor het doen en nalaten van de mensen blijkt onbeantwoordbaar, ook per persoon en per gedrag. ZOMAAR wordt niet alleen maar als reden opgegeven, maar blijkt ook de (afwezige) reden te zijn.
Het beoefenen van wetenschap en van kunst en van nuttige vaardigheden vulde aanvankelijk de tijd en het bewustzijn van de bezigen en dat waren aanvankelijk allen. Specialisatie werd ingevoerd en daardoor kwamen steeds meer resultaten en prestaties (waaronder aangemaakte goederen) van steeds hogere kwaliteit voor meer mensen beschikbaar. En de mens verwerd tot consument. Verwerd zoals een dier verwordt dat parasitair of ook wel als huisdier gaat leven.
Het zelf doen verschrompelde tot vrijetijdsbesteding, waar men zich als amateur aan geliefhebber overgaf. Elke prestatie van de amateur blijft ver achter bij wat de industrie maakt, hetzij ""niemand"" (= onvoldoende koopkrachtige vragers) het gepresteerde wil hebben, wil kopen. Voor de amateur die (door de hem aangeleerde reflex) zich wil meten met de industrie, de professionelen, of met andere amateurs vervalt het voordeel van het weer aan zichzelf getrokken hebben van 'het voorzien in wat hij zelf nodig heeft met wat van hemzelf is en met eigen vaardigheden, tijd, aandacht en energie'.
Iedereen weet van dit altijd weer optredende bederf van aanvankelijk lofwaardige initiatieven en bezigheden. Tegen het snel verlaten van de verworden situaties verzet zich het spel 'bevoorrechtingen vestigen', het vestigen, het vastleggen van de toekomst op basis van de overwinning van nu, van toen, dan dus. Oh, ze zijn zo trots op hun verleden en toekomst, de spelers, die zich zeer hoog verheven voelen boven wie niet spelen, geen rangorde vestigen, vastleggen, in stand houden als het nut ervan is verlopen en/of de reden ervoor of de oorzaak ervan al lang verleden is.
De politieke overwinning (de aangenomen wet) en het gevestigde industriële imperium worden behouden, verdedigd, voortgezet, lang nadat de gevolgen voor de meesten voornamelijk negatief zijn geworden. Doordenken duurt niet lang. Het instellen van wetgevende vergaderingen is meer een vertragingstactiek dan een oplossingsmethode.
Iedereen zal voor zich zelf moeten zoeken naar gelegenheid om op eigen initiatief zijn txaenz rechtstreeks, zelf, dus niet via ruil, te besteden aan voor hem nodigs. Verveling en aftakeling bedreigen ons als consument (voor zover het consumeren resp. met huisdier-zijn en met parasiteren overeenkomsten heeft, die er oorzaken van zijn, van die verveling en die aftakeling). Maar er is dan, als we die bedreiging willen ontvluchten, het nodig hebben van bezitbaars om zelf te voorzien in eigen nodigs en het nodig hebben van vaardigheden (dus van gelegenheid die aan te leren). En daar, op de weg daarheen, treffen wij de (niet zelden onoverkomelijke) barrières aan die het gevolg zijn van het bezitten (het in eigendom hebben en houden) door anderen van gereedschappen, materiaal en leergelegenheid. Wij treffen ons aan als gevangenen. Gevangen en verzorgd, soms zoals huisdieren, soms zoals vee, soms zoals dierentuindieren en soms zoals circusdieren.
Enige tijd geven van die ingevoerde vrijheden soelaas: vrij handel drijven, rente nemen, industrieel ondernemen, wetenschap beoefenen (de werkelijkheid bestuderen), de bestaande boeken lezen, alle films, televisieuitzendingen en videoopnamen mogen zien, alles mogen uitzeggen wat je invalt, enz. enz.. En al dat moois begint meteen te verworden. En er is geen terug wenselijk. Al zeggen alle fundamentalisten anders. En de gevestigde voorrechten belemmeren het veranderen zowel als het gebruiken van al die vrijheden. De voorbeelden zijn heel eenvoudig, iedereen mag het tegen de UNOX opnemen en worstjes gaan aanmaken en verkopen. Die vrijheid is dus over, is een farce. Iedereen die iets uitzeggen wil mag dat, maar is onverstaanbaar tussen de miljarden andere die hem zelfs als er een op de miljoen fluistert al overstemmen.
Alle vrijheden zijn leeg geworden. Dat is de opmerking, de constatering in dit opstel.
0 Reacties