Inleiding
Jan Schot
In onderstaande lesvoorbereiding behandelt Jaap vier onderwijsmodellen, met hun respectieve leerling-leraar relaties. Hieronder noem ik ze, en geef – ter illustratie – een stukje uit zijn tekst.
- het fabricage-model
"Scholen zijn leerlingen-verwerkende industrieën. Het zijn industrieën die een merkproduct van gegarandeerde, bewaakte kwaliteit wensen te geven; het certificaat heet diploma. De binnenkomende leerlingen kunnen we het beste beschouwen als halffabrikaten…" - het supermarkt-model
"Hier is het schema: vraag-aanbod-keuze. De actieve partij is de vrager, de leerling. Op zijn vraag wordt het aanbod als antwoord afgestemd. De leraren zijn de aanbieders, hun beperkte kennis en kunde vormen de grenzen van het aanbod..." - het gids- of kapper-model
"Nadat een wandeling door de grotten, een gedekt model voor het haar of het verhelpen van het lijden aan een blindedarmontsteking zijn gewenst, is de vrijheid en de activiteit van de klant verdwenen en is hij gedoemd tot aan het eind van het hele gebeuren lijdend voorwerp, gehoorzaam volgeling te zijn." - het interactie-model
"Omdat er in die modellen 'met mensen gewerkt' wordt, is er aan interactie nooit volledig te ontkomen, maar het is toch van belang of dit als storing of franje (mijnentwege: zeer gewaardeerd extraatje) wordt gezien óf dat dit het centrale gebeuren wordt geacht."
Jaap's voorkeur gaat uit naar het interactie-model. Dat lijkt me niet zo vreemd als toenmalige docent aan een sociale academie.
Het fabricage-model en het supermarkt-model kunnen zijns inziens soms zinvol zijn, maar slechts tijdelijk en beperkt.
Het gids- of kapper-model acht hij alleen in een totalitaire staat het juiste model voor het onderwijs.
Jaap Schot, 10 maart 1972
0 Reacties