110507voorMargo
============
zaterdag 7 mei 2011
------------------------
Start: 7-5-2011 11:58:
Gisteravond keek ik weer eens of ik e-mail had ontvangen.
‘Hoe het er mee is’, dat is de vraag.
“Ik krijg mijn trekken thuis”, valt me als eerste antwoord in. Daarmee bedoel ik dat het mij aan het voelen / ervaren van ‘wij’ ontbreekt. En dat deze afwezigheid van dat gevoel nu past bij wat er gebeurt. Ik ben al zo lang als ik me herinner (dus vanaf dag 1 van de lagere school) zo (mij als los en de andere levende wezens als ‘ze’ ervarend) “bezig”. Om in actie te komen heb ik nodig dat de ander(en) het initiatief nemen mij uit te nodigen. Ik neem geen initiatieven t.a.v. andere mensen, niet zonder verregaande noodzaak. Dat heeft tot gevolg gehad dat ik ook niet van de spelen die er door hen gespeeld worden heb leren genieten. Dieper zit dat echt niet: ik heb geen verlangen naar die spelen die ik niet ken en ik heb er geen oordeel over.
Ik ben dus een toppresterende t.a.v. alleente (het tegengestelde van gezelligheid).
Sinds 1982** al, ben ik vrij van ‘moeten werken voor de kost’. Toen was ik dus (de middenterm schreef ik hierboven uit) toe aan ongestoord uitschrijven wat mij aan gedachten inviel bij mijn pogen aan mezelf uit te leggen HOE DE MAATSCHAPPIJ (de samenleving, de civilisatie, DE WERELD) IN ELKAAR ZIT.
M.a.w.: ‘hoe onze niet geschapen**** macro-omgeving
> er kwam (1),
> in elkaar zit met onderdelen die er zijn omdat ze andere onderdelen steunen (t.a.v. het geheel als tandraadje functioneren)(2) en,
> op ieder van ons in -, werkt.
|**** Anderen doen al aan natuurwetenschap, maar dat is al eeuwen lang niet meer buiten laboratoria en zonder budgetten mogelijk.
=======
Uitleggen als aan een echte vreemdeling, niets als vanzelfsprekend nemend.
Ik ging dus gewoon door met wat ik voor de kost al deed: colleges voorbereiden thuis. Maar nu die colleges niet meer gegeven konden worden, hoefde ik ze ook niet ieder jaar opnieuw te geven, ik kon doen alsof ik schreef voor een lezer die ál mijn voorgaande aantekeningen met aandacht gelezen had.
Dat is een heel bijzondere situatie. Zo blijven bijvoorbeeld eenmaal ingevoerde onderscheidingen*** behouden (1) en naar eenmaal vertelde eigen verhalen kan altijd worden verwezen.(2) (Zoals naar Tom Poes verwezen kan worden. En naar Robinson Crusoe. Verzonnen figuren, maar ergens beschreven te vinden. Ik heb heel omstandig uitgelegd dat Tom Poes een sprekende kater is, maar dat Marten Toonder toch niet geacht wordt een geloof in het bestaan van die kat te vestigen. De vraag is dan dus waarom atheïsten doen alsof de joden die het begrip ‘God’ invoerden in hun heilige verhalen ( --> geschriften) dat wél zouden hebben geprobeerd. Ik acht dat veronderstellen een voorbeeld van slecht denkwerk. Dat is nou een voorbeeld van die vele, vele opmerkingen, die ik uitgeschreven heb. EN WAARMEE IK NIEMAND LASTIG VIEL EN MIJ DUS ALLE TEGENWERPINGEN e.d. BESPAAR(de).
|*** Een heel goed voorbeeld is het door elkaar heen gebruiken van de woorden ‘aarde’ en ‘wereld’. De aarde en al het leven er op is niet van menselijke makelij. De natuur is geen artefact. En de voorwaarden voor mijn leven, daar heb ik maar héél erg weinig zicht op. Meer dan ik er zelf van heb kunnen opmerken heb ik ‘van horen zeggen’ en als ik het geloof, dan geef ik betekenis aan dat ‘heb’. Nou, ik geloof niet. Ik kan niet kennen via vertellers, mijn tv is geen verrekijker. En het is om de aandacht af te leiden van het blijvende en centrale, dat men onze aandacht probeert te richten op het feit dat wij voorgelogen worden door politici over hun vijanden (de massavernietigingswapens van Sadam Hoessein).
Veel meer de moeite waard voor mij om mijn gedachten erbij uit te schrijven, is het zoeken naar antwoord op de vraag waarom ‘men’ zich zo neerlegt bij deze vorm van ‘taal onbruikbaar maken om iets aan te wijzen’.
8-5-2011 12:14|1.227||
|** dat ik zonder verzet mij het uitgesteld pensioen in liet sturen, was een uiting van het feit dat mij totaal alle geldingsdrang vreemd is, wat alleen maar een aspect is van ‘dat die ‘wij-gevoelens’ maar niet zijn gekomen. Ik groeide op als het precies voldoende beschermde nakomertje: Moeder maakte mijn leven vrij van alle bevadering. Het mannelijke identificatiemodel bleef mij bespaard. Geen sport, geen competitie, geen concurrentie, geen ‘ter keuring menen te zijn’, geen rangschikkerij, geen alcohol, geen roken, geen mode, geen kunst. God zij dank voor de afwezigheid van geld om ‘mee te doen’. WAT EEN BESPARING VAN AANDACHT.
------ 13:25|100 woorden tussen gevoegd||
Ik merk dat me dat uitschrijven (van lesvoorbereidingen voor nooit geefbare lessen) niet is gaan vervelen en ik val er anderen niet mee lastig. Ik heb het tijdens het uitschrijven van die uitleggende opstellen erg naar mijn zin. Ik functioneer er in.
Het onderwerp heb ik volledig als ‘gegeven’, wat het gevolg is van een truc: wat mij niet (zintuiglijk inclusief introspectief) gegeven is, dat acht ik niet mijn onderwerp: ik zeg* er niets over.
|* ‘zeggen’ is hier: gedachten over laten ontstaan (door er tijd en aandacht voor vrij te maken)(1) en die uitschrijven (2).||
--------
Deze keuze heeft als bijwerking dat er geen behoefte ontstaat naar bijval van anderen. En geen behoefte om het opgemerkte aan anderen aan te wijzen, ik heb immers geen toegang tot enig geheim.
En: zonder geloof geen twijfel, maar de zekerheid van NU NIET BEZIG DEZE KENNIS TE NEMEN EN TE MELDEN. DAARBIJ HELDER BESEFFEND DAT DE flard van de TAAL, die ik ‘gebruik’ NIET VOLMAAKT PASSEND IS.
Gesprekken voeren kan ik niet echt meer, nu ik zeker weet en helder onder woorden heb gebracht dat ik geen KENNIS kan verkrijgen via INFORMATIE, dat mijn tv geen verrekijker is en een verteller niet altijd een meldende en nooit een volledig en onvertekend doorgevende.
DE BASIS VAN GOEDKOOPTE (weinig tijd en aandacht kosten) ONDER GESPREEK IS voor mij, vooral de laatste 10 jaar na de dood van Maria, WEGGEVALLEN.
Ik heb me verwend door dat uitschrijven (een paar uur op elke dag). Ik neem, al uitschrijvend, immers “alle tijd en aandacht” die er voor nodig is. En het denken aan en over de (“mijn”) onderwerpen stopt niet, is niet over voor die dag, die week, überhaupt, als ik moet ophouden omdat ik moe en stijf word.
Ik heb een truc ontwikkeld om zo weinig mogelijk mijn onbewuste te storen bij dat aanmaken van (nog te verwoorden)(nog te noteren) gedachten. Ik zing geen bestaande (ooit geleerde) teksten meer en ik maak geen volzinnen aan bij van die activiteiten als het zoeken naar de blikopener of de schaar. Er is niemand die mij vraagt wat ik zoek. Er is niemand die mij vraagt naar wat dan ook.
Nu ja, jij nu, naar hoe het ermee is.
======
Als ik mijn opstellen aan iemand ter lezing zou voorleggen, moest die alsnog zelf naar de verschijnselen waarbij ik schreef gaan, met zijn aandacht, onderscheidingsvermogen, enz..
Als die ander voor dat bestuderen van dit onderwerp, redenen (motieven of zelfs noodzaak) zou hebben, had hij dat (erheen gaan met zijn aandacht enz. dus), - zo neem ik aan -, al lang gedaan. Voor míj hoeven de mensen niet iets anders te doen, dan wat ze doen.
Ik doe mij ook niet, ik gebeur. Het is juristengewauwel, dat geklets dat ik de dader van mijn gedrag zou zijn, een verantwoordelijk persoon, met een vrije wil, die zou kunnen nalaten wat er van hem aan gedrag (bewegingen met gevolgen, meer is dat niet) uitgaat.
Dat begrippenapparaat van de juristen is er sinds (en geldig met ingang van) de “komst” van de Romeinen in “ons” land. De “komst”: het meest onschuldige woord dat te gebruiken is voor aanvallen, doden, verslaan, beroven, verkrachten en intimideren met ‘openbare terechtstellingen’ (voorbeelden van eigen bereid en in staat zijn te moorden). Want dat was ‘die komst’, bij de Romeinen natuurlijk net zo als bij de SS in Rusland, alleen hebben we van dat laatste documentaires.
----
Met dat soort onaangename opmerkingen is mijn denkhoofd (onbewuste, apperceptieve massa aangeleerds) vol komen te zitten, door dat uitschrijven, dat voor een belangrijk deel OMSTANDIG WEERLEGGEN VAN VANZELFSPREKENDHEDEN is. Als ik er zelf tevreden mee ben, met die weerleggingen, hoef ik ze niet meer te publiceren. Ik weet al lang en heel zeker dat er gevoelde afwijzing en in het beste geval onder woorden gebracht tegenwerpingen zullen opkomen in eventuele (potentiële) lezers.
Die lezers zijn, - net als ik -, toevallig zó gegroeid uit de baby (het schepsel) dat ze waren, toen de civilisatie (thuis, op straat, op school, waar dan ook) met hen aan de gang ging: beschaven, opvoeden, socialiseren, onderwijzen, indoctrineren, enz. enz.
DE VRIJHEID VAN MENINGSUITING IS ER teneinde iedere opmerking van iedereen door alle anderen ALS EEN MENING OP TE LATEN VATTEN. EEN MENING IS ER OM ER TEGEN AAN TE TRAPPEN, niet om met de spreker samen naar waarheid te zoeken.
DE VRIJHEID VAN MENINGSUITING IS ER OM AL DIE VRIJEN ERVAN TE WEERHOUDEN SAMEN NAAR DE WAARHEID TE ZOEKEN.
DAT ER WAARHEID TE VINDEN, TE VERWOORDEN EN TE MELDEN ZOU ZIJN, DÁT MOET IEDEREEN IN ONZE TOLERANTE MENSENMASSA ZELFS ALS ABSURD AANVOELEN.
DAAR IS DIE VRIJHEID VOOR.
Om (als erbij sprekende) met de sociale werkelijkheid om te gaan als met de voetbalcompetitie.
> Via vader fan van een club
> Samen met “vrienden” fan van die club
> Partijdig dus
> Toppresteerders bewonderend
> Winnen toejuichend, hoewel het hele voetballen volstrekt niet productief is, niemand neemt enig doelpunt mee naar huis
> Vanzelfsprekend vinden dat sportwedstrijden er zijn om bij te wedden en om Jan Publiek te laten juichen bij het zich inspannen zonder enig nut of noodzaak, toppresteren, overtreffen.
> Ervaren dat de regels en de scheidsrechters / ordehandhavers echt ‘moeten’ veroorzaken, én daarbij tegenzin voelen. De noodzaak voor het spel ervan inziend: zonder regels immers niet zo’n als de mis voor de roomsen functionerend spel bij “onze vrije samenleving, die rijk-zijn suggereert te zijn een gevolg van (oftewel loon voor) toppresteren en overtreffen. De mis is er om zich als een schaap, verlost en beschermd door De Goede Herder te voelen, de sportwedstrijden zijn er om te inspireren tot het toejuichen van eigen en andermans ‘overtreffen en toppresteren’. Dit ‘overtreffen en toppresteren’ moet iedereen, in dienst van de aandeelhouder, die op hém, op zijn overwinning heeft ingezet (gewed, gokt).
> Enz.
------ 8-5-2011 14:00|2.025||
------
Nou, zó is het er dus mee.
De kern van mijn hele gebeuren is: dat nooit ontstaan zijn van ‘wij’-belevingen.
Er is vast wel een namaakpsychiater te vinden, die daar een diagnose over wil uitspreken. Die man wordt door mij niet gezocht.
------
------ 7-5-2011 12:46|478 woorden||
7-5-2011 13:29:
Ik verlang en streef er niet naar gekend (laat staan bekend) te worden. Ze (de geciviliseerden om mij heen, zoals de bomen en struiken en wilde dieren om Robinson Crusoe op zijn eiland om hém heen) zijn toch volledig antagonistisch op hun tijdgenoten (inclusief mensen) gericht. Hen gebruiken en zich (om te rangschikken) met hen meten.
Ik heb helemaal geen behoefte aan tegenwerpingen, die kan ik zelf wel vinden, maar dan in de vorm van MERKBAAR NIET PASSEN VAN WAT IK UITSCHREEF BIJ WAT IK ALS GEGEVEN HAD en WAARBIJ IK SCHREEF.
Het dringt bij deze tekst bijvoorbeeld tot mij door dat ze overkomt als ‘verdedigend’, verdedigend mijn gedrag, alsof ik dat gedrag doen zou. Nee dus, die dader van ons gedrag is een ons [met de taal van (= via) en de beoordelende bejegening door (= via) de mensen om ons heen] à la hypnose gesuggereerde hersenschim. Dat is evident en daarom is ‘daderschap’ en de rest van ‘het recht’ ook geen schoolvak. Kinderen zouden merken dat het gepraat is, dat er van al die ‘dingen’ als recht en vaderland en plichten en vrijheden SLECHTS SPRAKE IS. Er is niets aanwijsbaars naast de ordehandhavers en hun optreden. Al die juristenteksten zijn alleen maar ingewikkeld verwoorde bedreigingen. Al die loyaliteit en dat meedoen, het is puur ANGST. Vervormde angst. De onherkenbaarheid in vervormd en aangekleed (vermomd), achter een masker verborgen.
7-5-2011 13:54|826||
zondag 8 mei 2011/8-5-2011 12:17/1.232||
0 Reacties