Jaap Schot, 16 januari 2003
We spreken van ‘vrede’ als het niet nodig is ononderbroken op zijn hoede te zijn voor vijanden. Waar geen vrede is, is dreiging, loert gevaar, zijn vijanden, past schuwheid, alertheid. Voortdurend, ononderbroken dient iedereen uit te kijken of en waar hij binnen bereik van een kwaadwillende, een schadelijke ander komt. Vluchten of vechten is dan de keuze, maar de veiligheid is voorbij, moet worden hersteld, de vrede, het niet hoeven op te letten, is weg. Over is: het er van uit kunnen gaan dat er geen gevaar is, dat er niemand kan aanvallen of zelfs maar dreigt aan te vallen. Er is geen verdediging door daarvoor aangestelde wachten, er wordt niet over je gewaakt en de gevaren worden niet op afstand van jou gehouden.
In het wild, in de natuur, zijn er anderen die waken en die waarschuwen: zie de stokstaartjes en de prairiehondjes. Maar een staand leger kan de kudde er niet op na houden.
De betekenis van ‘kudde’ in ‘een kudde schapen’ is ongelijk aan ‘een kudde bisons’. De schapen worden gehoed door een herder: deze massa ooien met her en der nog een ram voor de voortplanting, zijn een veestapel. De bisons zijn wild, vrij, moeten zich zelf verdedigen.
Vee is bezit, het bezitten is verdedigen, vanuit het vee gezien, is concurrentie vanuit de herder en de wolven gezien. Hetzelfde geldt voor de boer, de kolen en de geiten. Het oerraadseltje van de logistiek is dat van die veerman met die kool en die geit en die wolf. Het raadseltje betreft een situatie met gevaar. De kool en de geit kennen geen vrede, de wolf wordt niet gevoerd, niet verzorgd. De geit is typisch geen erkenner van gezag. Het beest ziet niet in dat er gewacht moet worden met opeten tot de kool voor hem bedoeld wordt, door de bezitter.
Het christendom formuleerde de wensen van het gebruiksvee, de Goede Herder stelt zijn leven voor de schapen. De Islam geeft iedere gelovige man (vrouwen tellen niet mee, zijn net als kinderen en dieren bezit van deze man) de status van veehouder: ‘vrede’ betekent daar ‘onderwerping’: rustig, timide, maken en houden. Iedere man is vorst in eigen huis, dus wat meestal zal voorkomen is: ‘concentratiekampje’ spelen thuis, want: ‘de mens’ is doorgankelijk voor bevelen, voor de terreur dus, want het bevel is de doodsdreiging uitgaande van de machtige (alle macht is overmacht).
Het Christendom preekte heel lang en heel veel ‘de zoete heiland’, de genezer, de zachte leider, de schildwacht, de verzoener, die met de boze heerser (jawel: de vader in de hemel, de Vorst der Vorsten, de Heere Heere) voor zijn kudde bemiddelt, opdraait voor hun fouten.
De Koran dreigt ononderbroken de ongelovige en ‘Islam’ betekent: onderwerping: gekniel, gebuig, gebid, geloof en gezegen. En ter compensatie: oproepen tot strijd, tegen eigen of andermans opstandigheid, waarbij dan de ongelovigen uitgenodigd worden het heilig strijden tegen de eigen opstandigheid, ‘het strijden van de innerlijke Jihad’, op te vatten als deugdzaam en voor de buitenstaander (ongelovige) ongevaarlijk. Dat is die innerlijke Jihad natuurlijk niet: wie het vrije, c.q. het wilde dier in zich bestrijdt, is echt geen bondgenoot voor wie geen vee is, niet gehouden wordt door deze religiegebruikers, niet gebonden (geremd) is en op buitenbesturing staat met deze verzameling verboden en geboden, die ooit (13 eeuwen geleden), ergens, voor sommige lieden met hun vormen van wangedrag, een passend vermaan vormden.
Toen die massa gebruiksvee daar toen deze (= weer eens een) verlossing thuisbezorgd had gekregen, deed ze het gebruikelijke: ze besteedde haar txaenz verder aan vermaak, irrelevante onderwerpen en gevoel. En ziet het doorgeven van door het veranderen van de aantallen aanwezigen, de technieken en de omgeving onpassend wordende ‘leer’ maakte het gehoorzamen er aan tot achterlijkheid. Daar hoefde geen derde aan te pas te komen, de komst van die derde (de via het christendom en het verlaten daarvan technisch superieur geworden, d.w.z. beter bewapende kolonisten / rovers – handelaars) versnelde slechts het gaan knellen van die nodeloze en niet passende banden [= het opmerken en oplopen van schade door het leven (eigen en andermans txaenz besteden) volgens verouderde regels].
Het herkennen van oude geschriften als oude geschriften en van ‘heilig verklaren’ als propaganda en het verdedigen van eigen voorrechten, dat, hier ‘Verlichting’ genoemd, hebben de islamieten nagelaten.
De Kerk en de Moskee zijn er voor wie puur gebruikt willen blijven en dat heet vrede zoeken.
Is het verkiezingscircus met behulp van het bovenstaande te snappen? Het was maar een vaag vermoeden, het is veel te laat nu.

0 Reacties