Vriendschap

Categorieën: 1986, 1 april – 1989, 31 december | Archief

Trefwoorden: IETSen | Jezus | publiceren | samenleving | solidariteit

Jaap Schot, 10 april 1986

Samenvatting:

Wie uit het "nestIETS" waarin hij is geboren en getogen weggaat komt buiten in de maatschappij, hier nog (cq. weer) niet opgevat als een verstandige enclave binnen het gevoel-spel ‘civilisatie’ rangschikken. Daar is een strijd aan de gang om voorrechten. Daar is geen geborgenheid, daar wordt sympathiek gedrag niet afgedwongen. Daar, buiten het gezin, het nestIETS, is wel solidariteit, maar niet bij allen met allen.
Die solidariteit buiten heet 'vriendschap'.
Die vriendschap is te onderscheiden van 'romantische liefde' zowel als van 'eerlijke ruilhandel' als van 'favoritisme' als van de slechts binnen IETSen optredende 'wij-zij-solidariteit'.
De vriendschap die ik bedoel heet ook wel 'naastenliefde' (vergelijk het verhaal van de barmhartige Samaritaan, iemand die de naaste was van wie hij hielp zonder daarvoor enige reden vanuit enig IETS of enig ruilvoordeel te hebben).
Dat dit begrip dat zo duidelijk buiten de cultuur en buiten de civilisatie ligt,[= geen plicht is en geen voordeel oplevert] binnen een leer van een godsdienst kan voorkomen is een bewijs van de stelling (is een illustratie ervan) dat verzet (tegen civilisatie en tegen mede onder druk van de civilisatie verworden cultuur) in de 'heilige teksten' is binnengebracht, dat wil zeggen dat binnen zulke volken met heilige teksten zulk verzet met instemming kan worden uitgesproken en waarschijnlijk ook gepleegd.
Het spreekt vanzelf dat de gemeenschap van schriftgelovigen het dan weer in een plicht verandert. Het beschreven gedrag (van die Samaritaan) wordt opgevat als voorbeeldig, ter navolging. Dat is de fundamentele vernietigingstechniek van een volk van schriftgelovige volgelingen: ze denken dat het doen dat geen uiting is van inzicht in de noodzakelijkheid dat te doen, ook "voldoende" is. Dat is niet het geval, want nieuwe omstandigheden kunnen dan niet vanuit het inzicht benaderd worden. De gewone gelovige van goede wil weet alleen voorbeelden na te volgen en reeds gebruikte verwoordingen (spreekbeelden zoals het verhaal van de talenten) toe te passen.
Een volk kan zich het leven uit een heilige, massaal onverstane schrift veroorloven zodra, zolang en in de mate waarin het uitkijkt naar die weinigen onder hen die het nonverbale, met de woorden bedoelde, "de geest" hebben: zogenaamde profeten.
Door de priesterstand wordt het volgen van profeten door het volk bepaald niet aangemoedigd, daarover gaat een groot deel van de Bijbel. Wie uit de geest, geïnspireerd, profetisch handelt en spreekt (over Jezus wordt gezegd: "hij spreekt met gezag en niet zoals de schriftgeleerden") wordt veroordeeld: als 'een heilig boontje', [vaak ook nog: dus: een schijnheilige] of als een verwerpelijk eigenwijze, zich boven de anderen ten onrechte verheffende nieuwlichter, die op z'n nummer gezet moet worden.

Zo werkt dat systeem.
In het nieuwe testament vinden we een voorbeeld beschreven van iemand die hoewel voor de civilisatie (de Romeinen) oninteressant, vermalen werd tussen de verworden (met de civilisatie politiek bedrijvende) cultuur en die civilisatie. Over 'de' reactie van 'het' volk kan in dit verhaal niet worden gesproken: zowel de volgelingen en sympathisanten (denk aan de negatieve betekenis die de BRD-autoriteiten aan die term t.a.v. de voor hen gevaarlijke Baader-Meinhoff beweging hebben weten te geven) behoorden tot het volk als ook de schare die hem toehoorde en de schare die riep dat hij voor hun verantwoording kon worden gekruisigd in ruil voor Barabbas.

In dat testament komen nog geen mensen voor die buiten civilisatie en buiten (traditioneel/familiaal geregelde samenleving:) cultuur leven en voor zich de natuur als leefruimte kiezen. Jezus voelt zich net als de andere profeten: een taakvervullend lid van het volk.
Hij trekt zich dan ook niet als kluizenaar terug in de bergen.
Hij publiceert, want hij acht zijn tekst bestemd* om opgenomen te worden in de verzamelde verwoordingen van de "geest" (de Heilige Geest, God dus).

* Hij kan niet zomaar zeggen wat hij wil, de woorden en gelijkenissen worden hem bewust, vallen hem in. Zijn enige bijdrage is: veel tijd, aandacht en energie besteden aan het aanmaken van tekst, zich wijden, zijn leven wijden aan het verwoorden, publiceren en doen voortbestaan van deze weer tijdgebonden verwoording van de niet tijdgebonden "geest", de eeuwige geest.
De standaarduitdrukking van de profeten is: "Alzo spreekt de Heere"(God, De Geest dus).
Er is dus een bestemmer buiten de spreker zelf; zo ervaart de spreker (de profeet) dat.
Die ervaring mist een ongelovige zoals ik.
Ach, moeilijk te begrijpen was dat allemaal niet. Er tijd en aandacht aan besteden is mij het enig nodige gebleken. "Zoekt en gij zult vinden."

Jezus' boodschap is niet tegen de civilisatie gericht, want daar leefde zijn volk niet in. De Romeinen waren duidelijk de vijanden en werden niet bewonderd.

Nu zou het prediken tegen de civilisatie opgenomen kunnen worden in de heilige schriften. Het is de hoogste tijd daarvoor. Er zijn vele geschikte publicaties.

Leven mensen tegenwoordig eigenlijk ( = bij nader inzien) nog uit een groeiende heilige schrift? Welke invloed zouden boeken hebben? Let wel, het is futiel dit mij af te vragen. Als ik iets zinnigs te zeggen heb, dan kan ik spreken. Zonder gevaar zelfs. Het is nogal flauw om te zeggen dat de afwezigheid van gevaar het bewijs is voor de afwezigheid van invloed. Dat is een laffe smoes. Ik ben bereid om te publiceren. Volgens mij hoeven mijn teksten daartoe nauwelijks of niet geredigeerd (omgeschreven) te worden.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *