Waarnemen en begrijpen

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden:

Jaap Schot, 25 september 2000

Begrippen zonder voorbeelden zijn leeg, bestaan helemaal niet anders dan als vermoeden 'bij-woorden': er is een woord, dus er is met grammatica en logica tekst aan te maken, bedoelingloze woordopeenhopingen. Bedoelingloos, want de spreker in kwestie kent geen voorbeelden die het begrip zouden vullen. De begrippen in kwestie zijn geen eenheden, zoals 'kilo', dat zijn afspraken en daar zijn geen voorbeelden van nodig. Het zijn geen beschrijvende begrippen, maar verzinsels, nette verzinsels. Lege begrippen: er kan niets bestaands in. Tegenkomen, opmerken, aandachtig bestuderen (incl. analyseren en relativeren) waren niet de weg tot begrijpen. Met fantasiebegrippen (inclusief de eenheden) is niets te begrijpen: de natuurlijke, directe, niet via mensengedrag zijnde werkelijkheid speelt het spelletje "Nationale Staat" (bijvoorbeeld) niet mee: de wolken gaan over grenzen heen.
Anschauung ohne Begriffe ist blind?
Waarnemen zonder begrijpen is sprakeloos, als er slechts woord-begrip-combinaties zijn en geen losse begrippen. Als er wel losse, naamloze begrippen zijn, dan is het waarnemen zonder begrijpen blind? Het waarnemen van een verschijnsel zonder dat als een voorbeeld op te vatten levert een (nog onvertelde) anekdote en is buitengewoon moeilijk te herinneren, tenzij het iets bijzonders was. Het gevaarlijkste hier is het alledaagse dat niet als een voorbeeld ergens van en niet als een onderdeel ergens van wordt opgevat (begrepen). Dat is erg moeilijk te onthouden en dus erg moeilijk te bespreken en te doordenken als het er niet is.
Daar zit een probleem: het alledaagse is nooit: 'bijzonder en daardoor opvallend' (tenminste niet voor wie geen klein kind meer is): het kleine kind dat er op wijst kan er vrijwel nooit in slagen om de aandacht van de volwassene die er geen begrip van en geen woord voor heeft er op te richten en het kind zal het wellicht opgeven. Herhaalde aanwezigheid / optreden stompt het waarnemen-ervan af. En er is zoveel anders waar de aandacht op gericht wordt en dat zich opdringt. Alles is maar één keer nieuw voor een mens.

Het gaat hier over het begrip, niet over het hogere begrip. Het gaat er om een naam te hebben voor het verschijnsel dat we 'regenboog' noemen. En het gaat er ook om een verhaal bij dat verschijnsel te hebben. Het verhaal van DE regenboog (uit de Bijbel) of het verhaal van de natuurkunde: een regenboog en dat is een voorbeeld van een spectrum.
HET zonnespectrum is een abstract begrip, dat zie je niet.

De scheikunde werkt met 'eenheden-achtige' elementen. We schrijven in reactievergelijkingen op de middelbare school de naam op van het volkomen zuivere element (een bedenksel, dat slechst is te benaderen, in het echt). Fluor een poosje te laten bestaan vereist bijvoorbeeld uitzonderlijk inspanning en omstandigheden.
Het gaat me er alleen om te wijzen op het feit dat er NIETS mis is, niets onwetenschappelijks of wetenschap-hinderends aan het werken met verzinsels en begrippen waaraan geen regelmatige en veelvuldige waarnemingen vulling geven.

Maar nu naar het omgaan van mensen met elkaar, als personen en vooral als functionarissen. Die 'rollen' PERSOON en FUNCTIONARIS zitten tussen de MENSEN (biologische wezens) in, zodat ze elkaar niet raken, maar zoals judoka's elkaar bij die kledingstukken (persoon en functionaris 'rollen') grijpen en zo met geweld / kracht aan elkaar rukken en trekken.

In mijn opstellen probeer ik het gejudo van de mensen in de civilisatie te beschrijven en daartoe moet ik het begrijpen. Dat 'begrijpen' betekent bijvoorbeeld dat ik de sporten als voorbeelden van sporten moet opvatten. Dan doe ik dus een stap bij het concrete spelen, bij de concrete wedstrijden, bij de competitie-ronden, bij de namen en getallen en records vandaan, bij alles wat enthousiasten voor die sport van die sport weten en kunnen vandaan. [Al zou ik zelf aan een sport doen en/of gedaan hebben, dat zou voor dit alles niets uitmaken.]
Die sporten zijn op hun beurt samen het verschijnsel 'sporten' (het werkwoord) en het bestaan van dat verschijnsel, dat een voorbeeld is van het kanaliseren van txaenz, heeft vele gevolgen waarvan sommige door sommigen worden toegejuicht en dus blijkbaar! hun doelen zijn MET dat verschijnsel, dat ze propageren en bekostigen (subsidiëren en sponsoren bijvoorbeeld).
Het kanaliseren van eigen en/of van andermans txaenz, daar is (laten) sporten dus een voorbeeld van. De ander wordt gebruikt door zijn txaenz te leiden, hem (bezigheden zijnde) kanalen daarvoor aan te bieden, beschikbaar te stellen, aantrekkelijk te maken, op te dringen (propaganda).

Zo'n 50 jaar geleden waren de rubrieken SPORT en GOKKEN OP DE BEURS (speculeren) nog lang niet in elke krant aanwezig en niet op de voorgrond in de nieuwsberichten. Gokken was nog zondig (= een overtreding van een als goddelijk gebracht verbod, met name op het zonder enige tegenprestatie nemen van geld, onnodig, uit hebzucht) met name voor de gewone mensen, de beminde gelovigen. De sport is nu in gebruik om reclame te maken, dat is: begeerte te wekken om 'iets van dat merk' ook te hebben, te nemen, te consumeren, op zich af te laten stralen. Samen maken de tegen elkaar in reclame makende fabrikanten propaganda voor het consumeren van hun artikelen en wie oplet kan te weten komen dat concurrerende firma's niet slechts via losse aandelen in handen van dezelfde bezitters zijn, maar ook in 'holdings' als geheel gezamenlijk gehouden worden [: Edah is ook van Ahold-Albert Heyn, dat soort dingen].

Ik wou doorkrijgen hoe de wereld in elkaar zit. Daartoe had (en heb) ik begrippen nodig die geweldig 'hoog', dat is: samenvattend, zijn. Daarnaast vrij van propaganda en beeldend-concreet. Een truc was het invoeren van vereenvoudigingen. 'Robinson Crusoe op zijn eiland alleen' helpt me telkens weer aan 'wat er overblijft als de anderen wegvallen'. Dan alleen Vrijdag er bij laten komen, of beter nog Woensdag, die in tegenstelling tot Vrijdag zichzelf gered had en helemaal niet ertoe kwam zich aan Robinson te onderwerpen. Die twee, Robinson en Woensdag liet ik het eiland onder elkaar opdelen, om te kunnen aanwijzen dat 'de ander buitensluiten' = 'de ander opsluiten' = 'zich opsluiten'. Dat is het geval als er geen machtsverschil is, geen machtsverschil = geen macht, want met de gelijke macht zal de een de machtsuitoefening van (/door) de ander blokkeren. Ook kan, mag, moet iedereen in deze toestand alle recht zelf plegen.

Het is duidelijk dat Woensdag en Robinson dan al 'civilisatietje spelen' en dat in tegenstelling tot 'het nut inzien' en 'uitvoeren' van 'het achter zich laten van alle civilisatie daar en gaan samenleven waarbij samen iets betekent, iets anders dus dan bijeen in aangrenzend bezit'.

Nodig om (als reeds geciviliseerden) zo hun verstand te gaan gebruiken in plaats van tot rangschikken over te gaan is: minstens enkele malen per jaar elkaar nodig hebben om te overleven onder druk van 'de natuurlijke omstandigheden' die niet mee spelen (mee streven) om tussen hen een blijvende rangorde te vestigen.

De technische overwinning van de druk vanuit 'de natuur' maakte ruimte voor het uitbouwen van het rangschikken ( = vechten om voorrechten). De tot dienen gedwongen Weigeraars konden op den duur (handelsmansgewijze en later vakbondsgewijs) deel nemen (nemen, niet krijgen, het werd en wordt niet gegund) aan het roven, het beroven van derden: vreemde, verderop wonende volkeren. Nu zijn ze zover dat ze niet slechts samen met de 'keizers' in de vip-loges toeschouwen hoe de gladiatoren die slaven in zelfbezit zijn elkaar blessures toebrengen, maar ze zijn ook (rechtstreeks en niet langer slechts via hun pensioenfondsen) bezitters van aandelen in de ondernemingen die langs het veld en op de kleding der gladiatoren met name genoemd worden.
De merkartikelen worden in verre lage-lonen-landen gemaakt door mensen die niet deelnemen aan het rangschikken, maar arbeiden voor hun kost, die als bezit in handen is van, jawel: die bezitters, via via, in die stadions.

Het bezit is ongelijk verdeeld en dan wordt de term 'bezitters' al gauw tot dat grapje van dienstplichtigen-in-opleiding in militaire dienst: "de generaal en ik, als korporaal, leidinggevenden onder elkaar, vinden dat er nu gepoetst moet worden". Uitdrukkingen als "Het gaat goed met Nederland" zijn voorbeelden van hoe het analytisch denken van alle buiten werking gezet wordt. Nee, ik bedoel hier niet te wijzen op 'het onrecht van die verschillen in bezit en inkomen', dat is binnen het spel 'civilisatie/ rangschikken/ bevoorrechten/ achterstellen'. Ik wil juist voorkomen terug te zakken dat spel weer binnen. Het gaat mij er om dat spel van een afstand te bezien, te begrijpen en te bespreken.

Het begrip dat ik hier 'dat spel' noem heet bij de orthodox-protestante christenen 'de wereld'. Die wereld is dat waar ze uit willen, waar ze niet in willen gaan. [zie de Amish]. Die wereld is het waar het CDA in mee wil spelen, waar het Vaticaan een staat in is, lid van de Verenigde Naties. [Ja toch, hè?]. De Christen-Democraten en de Sociaal-Democraten willen meespelen in tegenstelling tot de echt orthodoxe christenen en de echte socialisten - anarchisten, die willen de wereld niet in, die willen de wereld weg hebben, maar de christenen zijn, net als de swami besloten erbuiten te verblijven zonder haar, de wereld, te bestrijden. De socialisten - anarchisten - vakbondsmensen konden niet niet-vechten, want ze werden uitgebuit en 'er was voor hen geen Amerika, geen voor hun gevoel onbewoonde bereikbare ruimte'.
Voor hen was er ook niet de gelegenheid om 1. de rol van de politie over het hoofd te zien, evenmin als om 2. de ware mentaliteit van de bezitters (hun gebruikers) niet te kennen.
Zij konden er niet toe komen te verlangen aan de beurt te komen om net zo te worden als hun gebruikers ("uitbuiters" genoemd).

Net als tegenwoordig 'het dieren-bevrijdingsfront', Green Peace en het wereld Natuur fonds naast elkaar en naast vele andere fungeren als een schaal van extreem naar 'als onderhandelingspartner aanvaardbaar', zo waren er de anarchisten, de socialisten/ communisten en de sociaal-democraten. Die laatste waren (werden) liberalen (bezitters dus) die nog niet zo erg veel bezaten, maar goede hoop hadden dat nog te bereiken, als de spelregels maar ongewijzigd bleven. Wel: over het onveranderd laten van wat was, daar was over te praten met diegenen die in die regelingen de bevoorrechten waren en konden blijven. En zo is het gekomen. Als de zeeën leeg zijn, komen er vissenbeschermingswetten, zoals die er nu voor paradijsvogels zijn. Het is een kwestie van beschaafd met elkaar pratend het tijdstip afwachten waarop er geen nut meer is gelegen in het hebben van de af te schaffen voorrechten. Zo ongeveer werkt het. En Iedereen, let op de hoofdletter, weet dat. Het gewone volk, iedereen met een kleine letter, kan het niet volgen dat 'ZE' er niets aan doen, aan dat wat misgaat en waar aan het eind van elke natuurfilm op wordt gewezen.

Of ik mijn en/of de lezer zijn txaenz gebruik(t) om iets meer te doen [dan alleen begrijpen, inzien, zien, opletten als er nieuwe voorbeelden langs komen], of niet, dat maakt niets uit, dat verandert niets aan het veranderen ('de evolutie', inclusief 'het wereldgebeuren'). Wij hebben dus vrij. Wij hoeven niets. Wij hoeven niet mee te rangschikken en wij hoeven 'de wereld' niet te bestrijden.
Voor mijn gevoel verlost dit inzicht evenzeer als het chanten van de swami en het geloof in Leiding vanwege God van de christenen. [Ik weet het niet, is de Islam ook op verlossing gericht? Als je 'onderwerping' heet, kan dat best nieuwspraak zijn: 'het ministerie van vrede hield zich met de oorlogen bezig'.]

Het is alsof op aarde als-gevoetbald wordt door miljoenen, wellicht miljarden strevers, lui die proberen te scoren (te verkrijgen, de eer, de erkenning, van het gemaakt hebben van een doelpunt, het bereikt hebben van het totaal onproductieve waarnaar gestreefd wordt omdat dat in dit spel nu eenmaal het doel IS: rang, bekendheid). Er zijn zoveel spelers dat er niet meer per persoon geworven wordt, maar nog slechts in het algemeen. Men is als speler verdraagzaam jegens niet-storende niet-spelers. Televisieprogramma's als 'Paradijsvogels' maken ze zelfs licht-spottend tot onderwerp.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *