Jaap Schot, 4 juli 1999
Wetenschap beoefenen is een bewust gemaakte vorm van natuurlijk functioneren. Dat zo functioneren komt voor bij alle levende wezens met hersens en zintuigen, bij alle levenden die leren. Alle levende wezens die leren, verwachten het geleerde terug. Dat is tamelijk logisch, zonder die verwachting als basis heeft leren geen zin, leren betreft het nu en onthouden, herinneren, herkennen betreft de toekomst. Er is niets (geen bezigheid die of gevoel) dat 'verwachten' heet, er is alleen deze logische redenering en de suggestie die daaruit komt. De redenering suggereert dat er 'verwachten' bestaat.
Wat betekent de term 'bewust maken' hier dan? Wel de mensen stelden zich terwijl ze aan het verkennen en bestuderen waren de vragen: "Wat ben jij, ben ik, zijn wij, aan het doen?" . Ze maakten hun leren tot onderwerp van studie en bespraken wat ze deden als ze leerden. Iets exacter: wat ze deden om het leren heen, want dat leren, dat overkwam hen, te hanteren is het verkennen, dat kun je doen en nalaten, het besteden van aandacht aan het onderwerp van studie, dat kun je doen en nalaten en variëren. Het onderscheiden binnen je onderwerp en het wegdringen van je emoties zolang je bestudeert. Die emoties kunnen ook onderwerp worden, maar los van het onderwerp waar je die emoties aan toevoegt. De mensen die zo de wetenschap bewust maakten verzonnen dus niets en maakten geen inspirerend verhaal, ze beschreven wat ze al deden, al functionerend. Wetenschap beoefenen, de kat doet het ook en volstrekt goed. Alleen: de kat spreekt er geen mensentaal bij. Dat is een verschil. En dat gebruiken van mensentaal veroorzaakt een groot verschil: het maakt het beoefenen van wetenschap geweten, 'bewust' noemt men dat. Ik heb het antwoord op de vraag ‘wat ben je aan het doen’! Ik kan die vraag beantwoorden. En ook: HOE gaat dat functioneren van mij, dat ik ‘leren/bestuderen’ noem.
Het benoemen en bespreken van wat je onderscheidt in de werkelijkheid maakt het ook mogelijk er nog eens over te denken ( = in jezelf er over te praten) en/of er nog eens met anderen over te praten: nog eens, juist ook als het onderwerp van studie afwezig is. Dat is van groot belang: je kunt met je onderwerp van studie bezig zijn terwijl het afwezig is en terwijl je zelf wakker bent (er over dromen kon je al voordat je het kon bespreken, zie wat kleine kinderen overkomt.)
Als je over die leeuw spreekt, die er niet meer is, dan is het makkelijker om je angst en schrik weg te drukken en goed te zeggen wat er gebeurde en hoe je ontkwam, je ontkwam, je kunt het navertellen. Dat navertellen doe je niet om een spannend verhaal te bieden aan de hoorders, maar om van dat herkauwen te leren voor later, wanneer die komst en dat gedrag van die leeuw niet weer onverwacht moeten zijn en je op de zojuist beproefde, maar ook op een andere manier moet kunnen reageren om het weer te kunnen navertellen. Spannend, ter zake en voor de hoorders ook van belang zijn zulke verhalen vanzelf.
Er is nu een tweetal vervelende verschijnselen opgetreden in de tijd tussen dit normale wetenschap beoefenen (verwachtgereedschap aanmaken) en nu: men is onware, nooit gebeurde verhalen gaan vertellen en gaan doordenken en verwachten wat verzonnen was, niet bestaat, nooit kon en kan gebeuren. Men is de emoties die er in de hoorders van verhalen optreden gaan bespelen, nodeloos gaan opwekken. Het serieuze heeft men van het vertellen van verhalen af gehaald: men heeft verhalen gebruikt om onwetenden, vrouwen en kinderen bang te maken waar dat niet nodig was. Bang maken was nooit het natuurlijke, eerlijke doel met het vertellen van de verhalen, met het herbeleven met anderen erbij van wat men had meegemaakt.
Tussenvoegsel maandag 5 juli 1999 22.40: Zoals het behoort en dan ook zo dikwijls gaat voorzag de televisie mij zojuist van een voorbeeld bij het bovenstaande: een wrakkenzoeker had in de chinese zee een wrak gevonden en een visser die daar zijn werkterrein had vertelde dat zijn grootvader hem verteld had dat er op die plaats etensborden te vinden waren: de goden hadden die daar na afloop van een van hun maaltijden in zee geworpen.
Dat is nu zo'n soort verhaal wat ik bedoel: de mensen in kwestie hebben wel geleerd elkaar verhalen te vertellen, maar ze zijn het oorspronkelijke doel ermee kwijt (dat hebben ze niet doorgegeven gekregen, dat maakte, -na zolang en zoveel civilisatie, dat is: bedriegen bij het uitbuiten -, geen deel meer uit van de traditie; en daardoor de kent de grootvader het heilige voorschrift niet meer dat hij zijn gegevens niet mag overschrijden als hij vertelt, dat hij alleen maar mag melden.
Voor (dat is: in de opvattingsgewoonten van) de lezer is dit waarschijnlijk een mening van mij. Het is vrijwel zeker geen heilig gebod (exacter: heilige traditionele regel van de taalgemeenschap) dat hij herkent. Dat is over en voorbij: de cultuur, in de betekenis van het geheel van die heilige afspraken van taalgebruikers, is volkomen verloren, vernield door vele, vele eeuwen civilisatie, dat is: geweldpleging, bedreiging en bevelen-geven en gehoorzamen. Wanneer zo iemand uit de eerste kamer voor televisie over een wet zegt 'Dat hebben we zo met elkaar afgesproken', dan is dat een hoon. En iedereen kent dat feit dat het een hoon is, jegens allen die niet bij die paar duizend lieden horen die 'het staatsapparaat als politici bemannen' [elkaar op die verkiezingslijsten laten plaatsen].
De gewone mensenkinderen worden thuis, op school en elders geleefd, ze staan van hun geboorte af op buitenbesturing of ze worden postmodern opgevoed: lang voordat ze dat kunnen gedwongen tot kiezen tussen aangeboden alternatieven. En denk niet dat dit overdreven gesteld is: kijk zelf hoe kinderen die nog luiers dragen moeten kiezen tussen dit of dat drinken, dit of dat eten, eerst dit of eerst dat, enz. enz. enz.. De ouders van nu zijn zelf van die kiezende kopers, hun hele leven verloopt als een oneindige reeks multiple choice opgaven, waarbij er in de minste (zeldenste) gevallen een goed alternatief is in tegenstelling tot afleiders. Dat is nu juist het resultaat van het tot in het absurde doorgevoerde emanciperen van alle aanwezigen en alle gedragingen: alle keuzes worden geëerbiedigd want ze zijn er alleen omdat ze al heilig zijn (heilig zijn betekent in dit verband: dat er enig zakenman aan verdient, dat er handel in zit, dat er winst mee te behalen is).
De gebruikten in de civilisatie dragen geen cultuur meer, dragen geen verantwoording voor iets gezamenlijks, voor de gezamenlijkheid. Die 'society' [(against the state) zoals dat in die boektitel heet] is totaal vernietigd, is uit het brein van de mensen verdwenen, dat meem is vernietigd. Alle civilisaties vernietigen de taal en de cultuur van de in slavernij gebrachte volken waar de onderdrukkers bij (tussen, boven) gaan wonen. Daar hoeft men geen oude voorbeelden ver weg bij te zoeken: zie de onderdrukking van wie geen Frans als moedertaal hadden in Frankrijk en van de Ieren door de Engelsen. Het is ook nog niet over.
De strijd tussen natuur, cultuur, civilisatie en beschaving, die VIER grootheden woedt nog in alle hevigheid. Ieder kind wordt vrij (van buitenbesturing) en gelijk (dus zonder meerderen en minderen, ongerangschikt en niet zonder onrecht aangedaan te worden te (brengen tot) rangschikking) geboren. En het eerste wat het vanuit de civilisatie wordt aangedaan is precies het schenden van dit, - volgens het verbalistische geheel dat 'beschaving heet -, 'universele' recht. De beschaving is van woorden gemaakt, er is geen leger dat de beschaving handhaaft of brengt. De civilisatie noemt zich bij monde van de juristen 'beschaving'; dat verwart de gebruikte mensen en dat is de bedoeling van de (hun) gebruikers in de civilisatie. De cultuur wordt beschimpt als fascistisch, Nazistisch, als een Vlaming zegt 'de taal is gans een volk' roepen de geciviliseerden (de liberalisten die zich 'liberaal' noemen): "Blut und Boden" en verklaren dat ze daarmee gewonnen hebben. Het anarchisme, dat niets anders is dan de verwoording van het universele 'vrij en gelijk geboren zijn', wordt door de woordvoerders van de civilisatie voorgesteld als chaos. Per definitie is elk vrij gedrag te zien als ongeregeldheden en dat woord heeft de betekenis en de connotaties die het heeft. De wetenschap, het beoefenen van de wetenschap, is een natuurlijke bezigheid, een functioneren, zoals spijsverteren en slapen dat ook zijn. Als zodanig is het natuur binnen de civilisatie en daar dus een gevaar voor de orde. Vandaar dat de wetenschappers worden omgekocht (tot beroeps worden gemaatk wat hun wetenschappelijkheid doodt zoals bij sporters het geld de sportiviteit doodt). De resultaten van het verkennen van de omgeving zijn bruikbaar om er wapens en winst mee te maken en daarom worden wetenschappers gebruikt, dus aangemaakt van kinderen. Zie daartoe in de boeken en opleidingen HOE dat gedaan wordt: door volstrekt geen verband te leggen tussen het natuurlijk functioneren dat verkennen is enerzijds en het bedienen van het grote onderzoeksgereeschap dat in het bezit van de gebruikers in de civilistie is, anderzijds.
In deze fuik die 'civilisatie' heet, zullen zij (helaas: wij) allen een onnatuurlijke dood sterven, moord en lang gerekt kreperen als meestvoorkomende verschijnselen. En dat onder het afgedwongen roepen van "Leve de civilisatie".
einde tussenvoegsel maandag 5 juli 1999 23.43//.
Het vertellen van onware verhalen heeft een zo grote vlucht genomen dat de ware en als onderwijs bedoelde (resp. 'zodanig bruikbare', en dat is niet hetzelfde; 'als zodanig werkende in deze of gene' is weer iets anders) er door worden overstemd en soms bijna onvindbaar, ononderscheidbaar werden en zijn.
"De dwaas zegt in zijn hart: 'Er is geen God'".
Nee, natuurlijk is er geen God, God is een niet-figuur (".. geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis...") in sommige van de (vele, een Bijbel vol) verhalen die wij elkaar vertellen om het omgaan met elkaar voor te bespreken en na te bespreken, op diezelfde wijze als we ons omgaan met die leeuw en met alle natuurverschijnselen voorbespreken en nabespreken. Wij zijn de sprekende, besprekende, voorbesprekende en nabesprekende dieren. Wij kunnen bij ons bespreken ook verzonnen situaties en verzonnen figuren en verzonnen andere dingen, zoals oorzaken en niet-bestaande bedoelers en daders verzinnen. En dat kan allemaal geen kwaad als er maar aan twee voorwaarden voldaan wordt: dat de verteller en de hoorder beide volstrekt duidelijk hebben waar ze aan bezig zijn. Er moet niet geloofd en niet betwijfeld worden, er moet geleerd worden door voorbespreken en daartoe nabespreken. Elk verhaal moet wel ergens op slaan en soms is dat 'ergens op slaan' aan te duiden met een waar gebeurd verhaal, soms niet. Verhalen vertellen die nergens op slaan en die niet beide bedoeld en gebruikt worden om te leren, dat vertellen is een voorbeeld van pervers taalgebruik. Pervers is wat van het doel vervreemd is en slechts gebruikt wordt om bijverschijnselen en bijreacties te veroorzaken (in dit geval bijvoorbeeld: tijdverdrijf en griezelen).
Het monster Trotteldrom van Marten Toonder bestaat ook niet en toch wel. Al die verhalen van Marten Toonder zitten vol van die verzonnen figuren. Er is grote behoefte aan uitdrukkelijke teksten waarin onder woorden wordt gebracht wat er met het verhaal bedoeld wordt en waar het verhaal voor gebruikt wordt. Dat zijn twee zeer verschillende dingen. Het gaat om de bedoeler van elke verteller, niet slechts van de eerste. Wie het initiatief neemt te vertellen (oorspronkelijk vertellen of navertellen) heeft de plicht jegens de hoorders om te verwoorden wat hij bedoelt. Een oorspronkelijke verteller [ c.q. een uitgever ] die probeert aan die plicht niet te voldoen, bijvoorbeeld met de smoes dat zijn kunstwerk voor velerlei uitleg (gebruik, 'er uit leren') vatbaar is, is een vertegenwoordiger van een geperverteerd stuk taalgebruik.
Het gaat niet aan verzonnen dadertjes in te voeren (memen) die dat doen wat er bij het vertellen en luisteren gebeurt. In ieder geval niet zonder aan de zojuist genoemde verplichting te voldoen. Verteller en hoorder zijn verplicht te onderwijzen en te leren, over en weer. De verteller kan namelijk niet weten, want niet waarnemen en dus niet kennen wat de concrete luisteraars leren van het horen van het verhaal, terwijl hij door te vertellen daar medeverantwoordelijkheid voor op zich neemt. Vrijblijvendheid is te goedkoop, want het komt de gezamenlijkheid te duur te staan: de hoorders geloven in de verzinsels en komen te leven in de waan dat ze hun reactie van de verteller hebben. Geloof, waan en verwarring zijn drie kwalijke gevolgen van onverantwoord vertellen. Ook de medeluisteraars hebben jegens elkaar die plicht t.a.v. teksten die ze lezen en via radio en televisie ontvangen van afwezige en dus daar dan niet ter verantwoording te roepen vreemden. Als je huisgenoten (bijvoorbeeld kinderen) hebt, dan kost je dat txaenz., onder andere aan dit 'samen horen' (c.q. samen zien). Het dient zo te worden gemaakt tussen huisgenoten dat niemand alleen wil en mag horen en zien: huisgenoten leven samen en de invloed van verhalen op een huisgenoot is een invloed op de gezamenlijkheid. En als die gezamenlijkheid niets voor de bijeenlevenden betekent als reden voor het kiezen en vormen van hun gedrag, dan IS die gezamenlijkheid er niet ECHT, d.w.z. niet meer dan de gezamenlijkheid van de blaadjes in een zomerstorm, wier elk voor zich zich vasthouden aan de tak, die tak doet afbreken. De gevolgen [van al dat horen en onvermijdelijk opvattend, interpreterend er op reageren, met gevoelens en vermeende bedoelingen van anderen] zullen zich spontaan summeren in spanningen en misverstanden in dat in zich verdeelde huis. Zo'n huis dat in zichzelf verdeeld is, zal niet als gemeenschap tot stand komen, niet bestaan, c.q. geen stand houden.

0 Reacties