Wat er bij het maken van een scriptie zoal komt aan bezigheden

Categorieën: Overige teksten

Trefwoorden: doorgangspunt

1. Wat er bij het maken van een scriptie zoal komt aan bezigheden:
- woorden kiezen *
- zinnen formuleren
- waarnemingsgelegenheid zoeken voor jezelf, voor je onderwerp
- onderwerp bepalen *** *** *
- werkelijkheid analyseren *** ***
- werkelijkheid begrijpen **
- andermans tekst verstaan *** (is computergedrag *** *** ***)
- verzamelen, inventariseren, ordenen van uitspraken van anderen
- 'verstaan onder', 'betekenen' en 'bedoelen met' van elkaar onderscheiden ****
- spreekbeelden, analogieen, metaforen herkennen - tekst indelen *** **

Een tekst is een brouwsel (een soep, een gerecht) dat is samengesteld uit de ingredienten:

- informatie (die wordt naverteld, geparafraseerd, samengevat en overgeschreven)
- Kennis (die wordt geconstateerd, d.w.z. het kennen wordt bewust gemaakt, en wordt verwoord, uitgezegd/gepubliceerd)
- waardeoordelen
- verbale en/of non-verbale (expliciete en/of impliciete) beinvloedingspogingen ten aanzien van de waardeoordeelsvorming door de lezer.

Juist ook de teksten van anderen dienen als zulke brouwsels herkend en begrepen (in dit geval dus: geanalyseerd, ontleed) te worden.

-----------------
* Om woorden te kunnen kiezen is het wenselijk de verzameling alternatieve woorden, de woordenschat, eerst te inventariseren. DE woordenschat van DE taal, niet slechts de woordenschat van de schrijver, niet slechts de woordenschat die de schrijver bij zijn lezers verwacht (verwacht, want niet kan aantreffen, hij, de schrijver komt immers niet in contact met zijn lezers). DE woordenschat haalt men uit de woordenboeken, met name uit de thesaurussen. De beste thesaurus die ik ken is de Engelse 'Merriam-Webster Thesaurus'. Voor het Nederlands moeten we het vooralsnog doen met "Puzzelwoordenboeken", die groepen synoniemen geven, die synoniemen kunnen we dan weer stuk voor stuk opzoeken, waardoor we een verzameling verwante termen vinden. We moeten hierbij de eigen passieve en actieve woordenschat actief gebruiken.

Vrij veel begrippen worden aangeduid met meer dan een naam, men spreekt van synoniemen. Bij nader bestuderen blijken er weinig tot geen echte synoniemen te zijn, behalve daar waar het als onaangenaam ervaren zaken en verschijnselen betreft, waar het gebruiken van andere namen dus neerkomt op het vermijden van het onaangename gevoel dat wordt opgeroepen door het horen van het woord, resp. het bewust gemaakt worden van het bestaan van het verschijnsel. Zo zijn er massa's namen (woorden, synoniemen) voor het begrip BEVEL, voor het begrip WC, en voor diverse ziekten zoals b.v. de TERING.
Er zijn geen synoniemen nodig voor het benoemen van een en hetzelfde begrip.

Een begrip kan opgevat worden als een bundel antwoorden op ja/nee-vragen. Er bestaan veel begrippen die slechts in een of enkele ja/nee-vragen van elkaar verschillen. Soms zijn dat synoniemen (bijvoorbeeld: 'bevel' en 'bestelling'), soms zijn dat juist tegengestelden (bijvoorbeeld: 'te wijten aan' en 'te danken aan').

** Wie eenmaal besloot zich te beperken tot waarheid, -tot verwoorde kennis dus, in onderscheid van waardeoordelen, van navertelde informatie en van beinvloedend bedoelde tekst- , kan niet meer schrijven wat hij wil.

Iedere beschrijvingswijze, ieder begrippenapparaat, iedere metafoor is middel om waarheid mee te scheppen (te lepelen), enige waarheid uit de (alle) waarheid. Iedere gebruiker van een beschrijvingswijze kan ware uitspraken doen, en kan dus ook onware, onjuiste uitspraken doen, per ongeluk, maar ook met opzet, in dat laatste geval zijn dat leugens, die onjuiste uitspraken.
“Beschrijvingswijze” is de naam voor de oppervlakte van een begrippenapparaat. Die oppervlakte wordt gevormd door de woorden die er in gebruikt worden als namen voor de begrippen. Het begrijpen gaat aan het verwoorden, het beschrijven vooraf, logisch en practisch. Tot het opgetreden zijn van 'begrijpen' concluderen we op grond van het in begrippen ons bewust worden en/of het als uit begrippen gehandeld hebben vanuit ons kennen. Begrijpen is geen verschijnsel, we zien het anderen niet doen, het is ook geen ervaring: het aha-beleven is het bewust krijgen van het resultaat van begrijpen, niet het waarnemen van het begrijpen zelf. “Aha, nu heb ik het door”: begrijpen gebeurt in het onwaarneembare onbewuste, voorbewuste. Bewust worden ons de resultaten ervan.

*** We moeten goed onderscheiden tussen het begrijpen, het met een begrippenapparaat vatten van wat wij kunnen opmerken van de werkelijkheid om ons heen enerzijds en het verstaan van een tekst anderzijds. Verstaan kan optreden wanneer in lezer en schrijver hetzelfde begrippenapparaat aanwezig is en resp. wordt benoemd met en verstaan onder dezelfde woorden, met name de woorden van de tekst.
Het verdient aanbeveling niet te spreken van het begrijpen van de schrijver of van het begrijpen van wat de schrijver bedoelt of van het begrijpen van de tekst. Dat wat begrepen wordt is het onderwerp, schrijver noch tekst noch de bedoeling van de schrijver met zijn tekst zijn het onderwerp (van de tekst). De schrijver zowel als de lezer, willen, -in het spel waarbinnen wetenschappelijke of zomaar beschrijvende teksten geschreven worden-, hun aandacht brengen, hebben en houden bij het beschrevene, niet bij zichzelf en niet bij de ander.

**** Niemand kan een woord laten betekenen wat hij wil. Wat een schrijver ook bedoelt met een woord, een uitspraak, een vergelijking (een metafoor) of een tekst, er staat wat hij schreef en wat hij schreef roept bij lezing in de lezer wakker dat wat van de lezer is, diens interpretatie. Ook die interpretatie, ook dat wat de lezer onder de tekst verstaat, is niet gelijk aan de betekenis van de tekst. Communicatie vindt plaats van de overlap tussen bedoeling en interpretatie. De tekst blijft zichzelf gelijk, met zijn volle betekenis. De ondoordachte, onwetenschappelijke schrijver/lezer is meteen tevreden, met wat hem aan bedoeling resp. opvatting invalt. Hij maakt zich zijn (vertekende afgeleide) schets van de betekenis van de tekst in kwestie niet eens bewust, zeker niet als zodanig.
De echt volstrekt ondoordachte lezer 'denkt' (meent) zelfs dat de schrijver geacht kan worden bedoeld te hebben wat hem, de lezer, als eerste interpretatie, opvatting, duiding van de tekst invalt. Nog voordat deze lezer zich zijn eigen opvatting van de tekst bewust heeft gemaakt, reageert hij er al op en maakt zich bang, blij of boos 'over die tekst', en/of over de schrijver en/of over het beeld dat hij zich meent verschaft te hebben van het beschrevene.

*** ** Het indelen van de tekst van de scriptie kan gebeuren met behulp van een voor het onderwerp in kwestie niet specifieke ordening. Het kan ook gebeuren met als ordening het resultaat van het analyseren van juist dit ene specifieke onderwerp. Het eerste indelen verdient de voorkeur wanneer de tekst met andere teksten ter vergelijking ernaast, moet dienen als naslawerk. Het tweede, het voor het onderwerp kenmerkende, specifieke indelen verdient in andere gevallen vaak de voorkeur, omdat het de aandacht van schrijver en lezer brengt en houdt bij de opbouw van het onderwerp.

*** *** Het analyseren van ( = onderscheiden binnen ) het stuk werkelijkheid waarin het gekozen onderwerp ligt is niet hetzelfde als het begrijpen van het onderwerp. Het begrijpen is: het onderbrengen in een begrippenapparaat dat jij daar gebruikt; vaak is dat het enige begrippenapparaat dat jou daar in valt en dat valt je dan nog onvolledig in ook, het wordt je niet bewust, er komt een kant en klare volzin of een stel brokken daarvan in je bewustzijn en dat is het dan. Laten we, om ons een duidelijk beeld te verschaffen van de bezigheid 'analyseren', eerst even het uiteennemen van een auto als voorbeeld nemen. We kunnen ons ertoe beperken de motor, het chassis en de carosserie te scheiden. We kunnen ook het hele ding tot de laatste schroef uiteennemen en de onderdelen naast elkaar neerleggen. Er zijn vele manieren en mates van analyseren [(onder)scheiden] mogelijk. Elke manier dient wel enig doel, is wel ergens, in een of andere context, de juiste manier, de juiste mate. Bij elke mate van analyse, vanaf de volstrekt aan de oppervlakte blijvende tot en met de verstgaande, kan er sprake zijn van volledigheid en helderheid.

*** **** Het bepalen van het onderwerp betekent : het, als met paaltjes, aangeven van de grenzen ervan, als met grenspalen. Daarbij kan men de natuurlijke grenzen nemen of juist willekeurige grenzen stellen. Net als in de werkelijkheid is bij natuurlijke grenzen de behoefte aan bepalen (palen zetten) wat minder.

let wel: Bij het gebruiken van de termen 'ontleden' (analyseren/ 'onderscheiden binnen') en 'afbakenen/bepalen/afgrenzen' zijn we bij menig onderwerp met een spreekbeeld bezig, gebruiken we deze termen 'figuurlijk'.

*** *** * Na het inventariseren van de in gebruik zijnde woorden, moeten we met behulp van onze kennis van de betekenissen van deze woorden een overzicht maken van de diverse schema's, begrippensystemen, die er in gebruik zijn bij het bespreken van de omgeving waarin ons onderwerp voorkomt. [Zie voor verduidelijking van het boven genoemde het voorbeeld omtrent het begrip 'kiezen'. (Zie file margscr2.txt.)
Over ‘kiezen’ wordt geschreven als over
(1) een bezigheid, als over
(2) een vrije daad, maar ook als over
(3) een door anderen mee bestuurd bewust proces, waarbij argumenten 'worden gebruikt' of 'een rol spelen' (afhankelijk van waar men het initiatief legt: beschouwt men wie kiest als vrij willende mens dan worden de argumenten gebruikt en gewogen, denkt men over wie kiest als over een doorgangspunt van de als krachten werkende argumenten, dan spelen die argumenten een rol), soms ook spreekt men niet van argumenten, want dat vooronderstelt al een verwoord zijn van die werkende krachten, maar heeft men het over
(4) 'factoren', dan overkomt het maken van een keuze de kiezer nog veel meer, hij is er niet alleen niet met zijn gedachten bij, hij is zelfs niet in staat zijn gedachten er bij te brengen en alles wat er met en in en door hem heen gebeurt intellectueel in zijn greep te krijgen, te begrijpen, onder woorden te brengen, uit te spreken en dat uitgesprokene kritisch te doordenken en met anderen te bespreken. Bij het kiezen als een uitwerking, een resultante van krachtwerkingen door de kiezer heen, is er geen mens meer aanwezig, we zitten in een mensvrije menswetenschap te werken. Van die mensvrije menswetenschap hebben we de variant 'objectieve psychologie', waarbij de doorgangspunten van de werkingen nog als apart te onderscheiden worden opgevat, en we hebben de variant 'sociologie', waarbij slechts verzamelingen van die enkelingen (categorieen, soorten en groepen) worden onderscheiden.]

Na het aanmaken van de schematische voorstellingen der besprekingswijzen, plaatsen we met behulp van doorzichtig plastic vellen de gevonden termen op dat schema waarin ze thuishoren. HET KIEZEN VAN WOORDEN BETREFT ZOWEL DE WOORDEN WAAROP WE IN ANDERMANS TEKSTEN GAAN LETTEN, ALS DE WOORDEN DIE WE ZELF GAAN GEBRUIKEN.
Het aanmaken van deze overzichten van in gebruik zijnde schema's en termen vergroot onze actieve en passieve woordenschat. Het is van het grootste belang een goed overzicht te hebben van de context waarin ons onderwerp voorkomt.
WE HOEVEN NOOIT BANG TE ZIJN VOOR TE WEINIG TEKST, WANT EER WE ONS ONDERWERP EXPLICIET HEBBEN AFGEGRENSD BINNEN DE EXPLICIET BESCHREVEN DIVERSE BESCHRIJVINGSWIJZEN VOOR DE CONTEXT ERVAN, ZIJN WE AL EEN HEEL EIND OP WEG.

WE MOETEN ZEER OPPASSEN VOOR HET TER BESTUDERING UITKIEZEN VAN VEEL TEKSTEN VAN ANDEREN, WANT DIE TEKSTEN DIENEN ALLEEN ALS ILLUSTRATIE VOOR ONZE IMPLICIETE BEWERING DAT ER ZO (met deze woorden en deze begrippen en als met deze schema's ) OVER ONS ONDERWERP GESPROKEN WORDT.

*** *** *** Het verstaan van andermans tekst is ongelijk aan het opvatten van andermans tekst zoals hij deze bedoeld heeft. Het gaat er om de tekst zoveel als je dat kunt op te vatten als wat ze betekent, wat er volgens afspraak van het volk dat de taal gebruikt mee bericht wordt. De gedachtenconstructies (verzinsels) 'de taal' en 'het volk (inclusief de meest deskundigen die aanwezig zijn, maar juist ook de meest deskundigen die denkbaar zijn, die zouden kunnen bestaan)' zijn nodig om niet te verzinken (een veroordeling inhoudende term) in wat actueel, hier nu aan ordening en stand en gang van zaken der dingen is, blind voor wat er (met deze dingen plus de vrijheid van het mogelijkheden ziende verstand) kan.
De gedachtenconstructies 'de taal' en 'het volk dat deze spreekt' zijn nodig om niet te verzinken in wat er nu aan stand en gang van zaken in, blind blijvend voor wat er ook nu kan. HET TOEVALLIG VERWERKELIJKT ZIJN VERHEFT DEZE ENE MOGELIJKHEID NIET BOVEN ALLE ANDERE MOGELIJKHEDEN. WIE ER NIET TOE KOMT DE VERWERKELIJKTE MOGELIJKHEID IN VERGELIJKING MET ANDERE MOGELIJKHEDEN TE BETREKKEN WORDT DAARMEE NIET TOT EEN ERNSTIG TE NEMEN GETUIGE ERVAN DAT DE BESTAANDE ORDE IN HET ZIJNDE BETER IS DAN ALLE ANDERE MOGELIJKE ORDES. Wij mensen leven, zoals alle dieren, altijd met gericht zoeken, zoeken naar wat kan en niet alleen naar wat ergens reeds is.

Het weglaten van gedachtenconstructies als 'HET VOLK', 'DE TAAL', 'BEGRIPPEN' EN 'DE BETEKENIS DER WOORDEN' zou ertoe leiden dat we stelden dat de woorden slechts dat betekenden wat de schrijver ermee bedoelde en/of wat de lezer er onder verstond. Die bedoeling en die opvatting dekken elkaar waarschijnlijk vrijwel nooit en alle teksten zijn daarmee geworden tot zinledige middelen om de stilte te breken.
Dit is de reden waarom ik zo sterk afkeur, verwerp: het maken van pure "literatuurscripties" in de betekenis van pure informatiehopen (Hoogduits: Ansammlungen, opeenhopingen, met een duidelijk afkeurende connotatie) alsmede het gebruiken van interviews als wegen tot een onderwerp.
ZONDER EIGEN KENNIS (die altijd uit waarnemen en ervaren hier en nu stamt) EN ZONDER HET INVOEREN VAN HET NIETZIJNDE, MAAR DENKBARE EN MOGELIJKE ALS ACHTERGROND VAN WAT IS (aan te treffen in de werkelijkheid en/of in de beschrijvende en/of waarderende teksten van anderen over die ene bestaande, toevallig verwerkelijkte mogelijkheid die wij “de” werkelijkheid noemen) IS ONS SCHRIJVEN GEEN GEESTELIJK FUNCTIONEREN EN KRIJGEN WE ALS INDIVIDU ER GEEN ENERGIE UIT, WAT ZICH VAAK UIT IN WAT MEN "WERKSTOORNISSEN" NOEMT.

Een van de dingen die wij, alvorens commercieel aan de slag te gaan als begeleiders van onze tijdgenoten die leerling zijn, moeten doordenken, is het geheel van verschijnselen waarin het maken van een scriptie en het daarvoor hulp zoeken optreedt. Vlak bij die analyse ligt de analyse van mijn eigen ongeinspireerdheid en mijn eigen 'nergens toe komen'.

Met de uitdrukking "is computergedrag" duid ik die oppervlakkigheid aan van het blijven steken in het opsporen, parafraseren en citeren van uitspraken van anderen in gepubliceerde teksten of in hun antwoorden in interviews. We moeten, dat is technisch noodzakelijk, speuren naar uitspraken met de ons onderwerp betreffende termen. BINNEN AFZIENBARE TIJD ZULLEN WE ALLE TEKSTEN OP COMPUTERGEHEUGENS HEBBEN EN ZULLEN WE SLECHTS DE TERMEN IN KWESTIE HOEVEN IN TE VOEREN OM IN ANTWOORD EROP ALLE VOLZINNEN UITGETYPT TE KRIJGEN WAARIN EEN DOOR ONS AANGEWEZEN SCHRIJVER OOIT DEZE TERM GEBRUIKTE.
Pas als we die uitdraai hebben, begint ons werk. Met behulp van verder uitgewerkte schema's dan we hierboven voor onze scripties al als zinnig hebben aangewezen zullen de computers van de toekomst al heel veel aan 'plaatsing' der citaten kunnen doen. Tegenspraak is ook door een computer op te sporen. Logica is een puur technische zaak, kan in de computer. Met het verdwalen in die richting is al lang geen eer meer in te leggen, dat hebben lieden zo'n 50 jaar geleden al gedaan in Engeland.

Als er voor taal een gebruiksterrein overblijft, dan is dat het formuleren van mogelijkheden die nog niet verwerkelijkt zijn.

*** *** *** * ..... en deze expliciteren, er niet overheen lezen, niet toestaan dat er uit een heel beeld, een heel verhaal, een hele metafoor slechts een splinter wordt ingevoerd, een enkel a:b=c:d berichtje. Wie een metafoor invoert, heeft de plicht alle door hem juist geachte a:b=c:d's op te sommen, uitputtend op te sommen, want de metafoor roept in de lezer ook a:b=c:d's op en die verzameling die in de lezer wakker geroepen wordt is niet per definitie de juiste, evenmin als de verzameling ideaal is die de schrijver zich bewust maakt. AANDACHT BESTEDEN AAN DE TAAL IS VOLGENS MIJ EEN PLICHT VOOR WIE SCHRIJFT EN VOOR WIE LEEST. HET IS VOLGENS MIJ FOUT VOOR LEZER ZOWEL ALS VOOR SCHRIJVER OM ZIJN AANDACHT OP DE ANDER (resp. dus de schrijver en de lezer) TE RICHTEN. OVER TAAL EN ONDERWERP SAMEN MOETEN WE ALLE AANDACHT VERDELEN. WE MOETEN GEEN AANDACHT BESTEDEN AAN SCHRIJVER EN/OF AAN LEZER. HET SPEL DAT WIJ ALS SCHRIJVERS/LEZERS SPELEN IS: MET TAAL BERICHTEN AANMAKEN DIE HET WAARNEMEN VAN HET ONDERWERP DOOR ANDEREN WAARSCHIJNLIJKER EN BETER (d.w.z. genuanceerder, analytischer, aan onderscheidingen rijker) MAKEN.

Het is niet wezenlijk of we te maken hebben met een onderwerp dat in algemene taal wordt besproken of in vaktaal, met behulp van wetenschappelijke theorien. Van de vaktaal mogen dan geen puzzelwoordenboeken en geen thesaurussen bestaan, we kunnen de termen waarmee we willen werken toch altijd opsporen, opsommen, inventariseren, ordenen, in schema's brengen. Ook in het geval wij deze schema's niet in onze scriptie willen opnemen, verdient het aanbeveling ze voor onszelf te maken en ze ernaast te houden als we uitschrijven in woorden en volzinnen wat we er in onder brachten aan ordening.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *