Wat er van iedereen zelf is

Categorieën: 1986, 1 april – 1989, 31 december | Archief | Overige teksten

Trefwoorden:

26 maart 1987

Wat er van iedereen zelf is, onze eigen vorm en de vormen van onderlinge druk.

Het beschrijven van hetgeen mensen elkaar aandoen door hun doen en laten is wellicht een middel tot bevrijding. Het in zich opnemen van zijn onderdrukkers is een bekende, maar ondoorgronde bezigheid van alle onvrijen. Dat in zich opnemen betreft de manieren van zich gedragen. Tot onvrije dingen gemaakte kinderen worden als onuitgegroeid en onontwikkeld kind omgeven door een schil, hun aanpassing, hun persoonlijkheid. In die schil zitten ze uit hun vorm gedrukt bang te zijn. Die schil past soms wel, soms niet in hun sociale omgeving. Het is moeilijk te zeggen of ze met een passende schil meer geluk hebben, fortuinlijker zijn, dan daarzonder. Happy zullen ze zo, uit hun natuurlijke vorm gedrukt, nooit echt zijn, menselijk worden ze ook niet zolang ze in die schil blijven, zolang ze als persoon zichzelf blijven, zolang ze blijven passen, zolang ze een samenstellend deel, een meedraaiend radertje in de samenleving blijven.

Het enige natuurlijke eigendom van ieder van ons, als individu, als exemplaar van de soort, is: het vermenigvuldigingsproduct van zijn tijd (7 maal 24 uur per week), zijn aandacht, zijn energie, zijn leervermogen, zijn andere begaafdheden, zijn verworven vaardigheden, enz.: verder aangeduid met txaenz (spreek uit: t maal a enzovoorts). Dat is van nature van onszelf. De verworven (voor)rechten kunnen de anderen ons altijd ontnemen. Dat hebben de Joden in Nazi‑Duitsland gemerkt. De door iemand verworven vaardigheden zijn in onze tijd in onze samenleving altijd gespecialiseerde vaardigheden, dat is de vangtruc van de scholing en opleiding die men ons verplicht te volgen: iedere werkloze ervaart aan den lijve dat de anderen hem kleiner maken door hem de gelegenheid te onthouden om wat hij nodig heeft te ruilen voor het uitvoeren van zijn aangeleerde specialistische vaardigheden. Zonder erg (= boze opzet) en zonder dat de betrokkene/getroffene het zelf in de gaten had, heeft men iedere aanstaande werkloze bedrogen door hem iets aan te leren wat hij later niet met anderen kon ruilen voor hun specialistische bezigheden. Ondertussen kon de aanstaande werkloze niet iets anders leren, iedereen kan zijn txaenz maar een keer (laten) besteden.

Iedere ingrijpende politieke verandering komt neer op het niet langer passend doen zijn van de persoonlijkheden die rond de individuen in de samenleving zijn gevormd: iedere ingrijpende politieke verandering maakt hun aanpassing tot een misinvestering. Alle verandering van hun omgeving maakt voor personen hun aanpassing tot een minder goede investering. Weerstand tegen verandering ongeacht welke verandering, wordt zo bezien begrijpelijk. Hoe meer aanpassend ( = de vorm der ingezetenen veranderend) geweld er ingevoerd, aangewend, toegepast, uitgeoefend wordt, hoe vaster, hoe starder de samenleving wordt.

Waar, hoe en door wie wordt dat geweld in welke vorm ingevoerd? Dat is een ter zake doende vraag voor wie alleen of met enkele of zelfs alle anderen aan de stand en gang van zaken in de samenleving wil ontkomen, bijvoorbeeld omdat hij inziet dat we (zelfs om alleen maar te overleven al) niet genoeg hebben aan de mate van veranderlijkheid die blijkt te resteren na hiertelande zo'n 2000 jaar mensenkinderen aanpassend geweld, sinds de komst van de Romeinen.

Ieder kind begint zonder persoonlijkheid en zou dat pantser ook nooit oplopen als het niet met geweld werd ontvangen. Hoe ouders en opvoeders hun kinderen met geweld dwingen zich aan te passen onttrekt zich aan mijn waarneming en herinnering. Hele bibliotheken staan er vol met boeken waarin dit dwingen wordt beschreven. Ik weet niet hoe zeldzaam de daar beschreven mishandelingen zijn en hoe zeldzaam de daarin niet beschreven onvoorwaardelijke aanvaarding is van de baby, de peuter, de kleuter, het kind zoals hij is, van nature. De getallen doen ook nauwelijks ter zake, uitsluitend ter zake is wat voor iedereen waarneembaar is: de samenleving staat stijf van het onderling geweld der ingezetenen.

Velen ervaren ononderbroken dat hun aanpassing hen niet van botsing, wrijving en druk vrijwaart. Iedere persoonlijkheid is gevormd door te gaan passen aan de omgeving en omstanders, daar en dan: aan de stand en gang van zaken en aan het doen en laten van de deels soeverein handelende anderen in de omgeving. Wie later elders en tussen anderen komt te verkeren, zal vrijwel altijd, teneinde daar weer te passen, daar weer vervormd‑worden, weerstand, ruzie, strijd te vermijden, zijn persoonlijkheid met geweld van een passende omgeving moeten voorzien of deze persoonlijkheid moeten veranderen: geen twee sociale omgevingen zijn voldoende gelijk hiertelande, hedentendage. Die verschillen dwingen tot geweld uitoefenen, kracht uitoefenen, macht gebruiken, macht die voortkomt uit de regels waaraan de anderen zich houden en uit de positie en vooral, ten diepste: uit de loop van een geweer. Een dieper inzicht dan blijkt uit die onderstreepte uitspraak van Mao heb ik nooit elders verwoord gevonden. De waarheid dat de hele geciviliseerde samenleving berust op geweren, op wapengeweld, wordt alom en veelal ontkend. Toch is er geen diepere waarheid omtrent het geciviliseerd samenleven. Het is een oneindige domheid dat men de staat het geweldsmonopolie heeft gegeven. De fysiek zwakkere mist doordat hij ontwapend is alle bescherming. Bescherming is totaal iets anders dan wraak achteraf. Het zal mij niet troosten wanneer mijn moordenaar wordt gestraft. De kwaadwillende kan de wetten tegen alle anderen misbruiken. Met wetten is niets goeds te doen en door de ontwapenden is het kwaad niet meer te bestrijden. De staat wordt niet gebruikt om het goede te verwezenlijken. Het recht is er voor wie er om vechten.

Weinig txaenz kan leveren (resp. voor zichzelf besteden) wie slechts beschikt over: ‑ weinig tijd ‑ weinig aandacht ‑ weinig denkkracht (met andere woorden: weinig verbeelding, weinig voorstellingsvermogen, weinig zicht op alternatieve mogelijkheden, geringe omvang van waar hij tegelijkertijd aan kan denken) ‑ weinig informatie ‑ weinig kennis en weinig eigen ervaring ‑ weinig scherpte van zintuigen ‑ weinig intelligentie (weinig individualiteit, weinig openheid van waarnemen, waarnemen van voor het begrijpen) ‑ weinig vaardigheden ‑ weinig kracht ‑ weinig energie (wat iemand aan energie nog ter vrije beschikking heeft hangt onder meer af van niet‑ziek zijn, lijfelijk en/of psychisch; wat vooral energie slurpt zijn: verdedigingen tegen angst en onrust, zoals het buiten het bewustzijn houden van herinneringen aan vroeger ons aangedaan geweld zowel als aan hetgeen ons nu wordt aangedaan.) ‑ weinig leervermogen ‑ weinig durf. ‑ weinig initiatief

De hoeveelheid txaenz die iemand heeft maakt zijn grootte uit. Als te noemen vorm kunnen we voor het bespreken van een vrij iemand het beste de bolvorm kiezen. Het is dan meteen in dat beeld gegeven dat aan ieder passen aan iemand anders een vervorming van minstens een der betrokkenen ten grondslag ligt. In het beeld is het ook volkomen helder dat het vormen van een samenhangend geheel uit vele iemanden vervorming van vrijwel iedereen vereist.

De vraag is hier nu: hoe brengen en houden de geciviliseerden elkaar uit vorm. Wie niet verkreukeld werden, maar wel door druk vervormd zijn, ervaren in zich de tegenkracht, het verzet, tegen de krachten van buitenaf die hen vervormden en vervormd houden.
Alles wat is, is actueel. Vervormingen die iemand in het verleden opliep en die hij nu zelf in stand houdt zijn uitwerkingen van actuele, nu werkende krachten. Evenzeer actueel als die krachten vanuit anderen die hem nu uit zijn vorm drukken. De op basis van zijn verleden zijn vervormingen in stand houdende levert zelf de hem vervormende energie nu. De persoonlijkheid blijven waartoe je in het verleden werd gevormd kost je energie. Eender blijven gebeurt niet vanzelf.

Wie, zoals werklozen overkomt, aan sommige krachten vanuit zijn omgeving niet langer blootgesteld is, merkt dat zijn persoonlijkheid verandert. Slechts wie helemaal niet meer onder druk van anderen staat en bewust en opzettelijk zelf nalaat zijn persoonlijkheid te onderhouden verandert weer (bij wijze van spreken:) in de richting van de oorspronkelijke, bij niemand passende bolvorm. Het klassieke beeld voor de aangepaste in de geciviliseerde samenleving is het tandrad: het drijft en wordt gedreven. Het middenkader, geeft bevelen door die het ontving. Parttime is de burger producerende knecht en parttime is hij consumerende Koning Klant.

Waren alle burgers zo wijs zich te beperken tot het voor hun leven en welzijn nodige en wilde niemand groter zijn (in txaenz) in de ogen van anderen dan hij werkelijk is, dan was het aanpassend samen een stevig geheel vormen een parttime bezigheid, een middel tot een zakelijk doel. Zo echter is de burgerman niet. De burger (man en vrouw) wil schijnen wat hij niet is. Wat van de grotere individuen (van txaenz) de ware omvang is, wil de zich opblazende burger schijnen door onecht uiterlijk vertoon. Het groter (qua txaenz) willen worden om het groter worden, het ontplooien om te ontplooien is even futiel als het genoemde zich groter willen voordoen dan men is. De zelfvergroters in feite en in schijn zijn het eens over de stelling: 'groter is beter'. Hoezo zou dat beter zijn ? Waarom laat men het groter worden niet ooit eindigen, namelijk daar waar groeien niet langer leven en welzijn bevordert ?

Nieuwe, extra druk van de burgerman op anderen in zijn buurt komt voort uit dit zich opblazen, uit machtswellust en uit het wraaknemen op zwakkere derden voor hem door sterkeren aangedaan geweld.

Het is leerzaam de vormen waarin deze druk zich voordoet te inventariseren.

De vraag is: "Wat kunnen we meer als we zo analytisch aankijken tegen het onder druk zetten waarop de civilisatie berust".

Antwoord: Ten eerste is voor ons die deze analyse hebben diegene ongevaarlijk die geen geweer heeft om ons het door hem laten besteden van onze txaenz af te dwingen en ook geen gelegenheid om via wetten en voorrechten ons daartoe te laten dwingen.
Voor ons is duidelijk zichtbaar dat de gewone man zich zijn txaenz laat besteden door anderen zonder dat hij daartoe gedwongen wordt. Voor dat zich laten leven laat hij zich "schadeloos stellen" met wat privacy, wat erbij‑ horen, wat bezittersrechten en misschien wat applaus.

Hoe drukken anderen op ons?
Ten eerste door aan ons en onze belangen niet dat deel van hun txaenz te besteden waartoe ze als medemens van nature zouden komen, als stamlid door de traditie zouden worden gebracht en als ingezetene van de geciviliseerde samenleving verplicht zouden (behoren) te zijn. Ze kunnen vrijuit ons negeeren en onze belangen verwaarlozen doordat de wetten niet op het goed samenleven gericht zijn maar op het handhaven van proces en resultaat van het ongelijk verdelen van voorrechten onder de daardoor strevende en presterende burgers.

Als er geen sprake is van negeeren, als er wel txaenz door de ander aan ons besteed wordt, vinden we die besteding in diverse vormen. Men kan met elkaar omgaan binnen diverse verzamelingen samenhangende regels: regels voor het met elkaar omgaan als buren, als vrienden, als vijanden, als zaken doenden (als klanten, als leveranciers, verleners van specialistische diensten, als ruilenden), als collega's / medewerkers in een bedrijf, als leden van sollicitatiecommissies en zo meer.

Voor al die situaties en manieren van met elkaar omgaan gelden verzamelingen samenhangende regels.
De echte burgerman houdt zich niet anders dan onder dwang aan zulke verzamelingen regels, want de echte burgerman is in gevecht met ieder ander en in die oorlog is alles geoorloofd, vooral ook: het gebruiken van ieder zich houden aan regels en regelverzamelingen tegen degene die dat doet, tegen degene die zo gek en naief is dat te doen. In zijn doen en laten uit de burger zijn haat tegen alle regels en daarin uit hij zijn haat tegen alle anderen. De burgerman is een klont pure haat. De samenleving (burgerlijk, geciviliseerd) is een brok puur geweld. Het niet gelijkmatig naar alle tijdgenoten uitstralen en uiten van die haat is een tactische gevechtshandeling, verder niets.

Sommigen reageren op een verminderde uitstraling van haat in hun richting met vertrouwen: zij worden gebruikt en bedrogen, anderen reageren met "bondgenootschappelijk" ze laten na te benadelen, zolang dat benadelen niet strikt nodig is.
De burger is degene die mee is gaan doen met het spel van de geciviliseerde samenleving: het al vechtend ongelijk verdelen van voorrechten, van persoonlijke ruimte. De burger / persoon speelt dit 'Risk in het echt'. Iedereen die aan een gezelschapsspel meespeelt weet wat hij aan het doen is.

We kunnen zelf voorbeelden vinden van hinder, overlast, bedrog, benadeling enzovoorts, voorbeelden die ons zelf troffen of treffen.
De vraag is wat ieder van ons daar zelf mee opschiet. Ik verwacht niet dat het samen iets beters gaan vormen dan de huidige samenleving kan, iets slechters maken lijkt me ook tamelijk moeilijk. Ueberhaupt zie ik geen handvaten aan de sociale werkelijkheid.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *