Wat ik verstaan heb van Krishnamurti

Categorieën: 1986, 1 april – 1989, 31 december | Archief | Overige teksten

Trefwoorden: Krishnamurti (Jiddu)

Jaap Schot, 4 januari 1987

In dit opstel probeer ik iets te formuleren omtrent dat waarover Krishnamurti het heeft (gehad) in zijn teksten. Ik kan niet meer en niet iets anders neerschrijven dan wat ik er van verstaan meen te hebben. Ik zit niet met zulke duidelijk en ver uitgewerkte stelsels van opvattingsgewoonten en opvattingsvoorschriften als diegenen die degelijk in de een of andere kerk of partij of civilisatie zijn opgevoed, onderwezen, geconditioneerd en geprogram­meerd.
Wel ben ook ik 'op ideeën gebracht' en wel via de begrippenapparatuur die ik via mijn moedertaalonderwijs heb binnengekre­gen en die nu in mijn brein werkt, dat wil zeggen met of zonder begeleidende tekst mij doet neigen tot gedrag en doet voelen bij wat mij opvalt.
Krishnamurti constateert dat apperceptie geen zuivere perceptie is en dat het gevoel, gewens, geneig, gedenk en gedoe der mensen het product van apperceptie blijkt te zijn: het gevolg van wat was en niet zuiver van wat is. Wat was is nu niet meer of het is deel van wat is. De mensen zelf zijn de bron van het nu als gedragskeuzedeterminant bestaan van wat ooit was, maar nu niet langer is. De mensen die nu leven zelf zijn er de daders van dat zij nog steeds bezig zijn met het uitvoeren van de plannen en opdrachten van al lang niet meer krachtige, vaak zelfs al dode anderen. In het kader van hun gehoorzamen aan die opdrachten die hen niet langer kunnen worden afgedwongen dwingen zij ook anderen, hun tijdgenoten. Er is wel degelijk dwang tot onnodigs (waaronder veel schadelijks), dwang van opzij, afkomstig van onnodig (via hun geheugen) gehoorzamende anderen.
Wie niet ophoudt te gehoorzamen aan (inclusief zich te laten inspireren door) hersenschimmen, herinneringen, trauma's, die doet mee aan het gaande houden van het onnodige geweld in de wereld, in de samenleving, op aarde.
Het afwijsbare, verwerpelijke is het onnodige. Wat nodig is voor mijn eigen leven en welzijn kan ik niet verwerpen, dat zou dwaas zijn.
Dat geldt voor elke levensvorm, elke soort, elk (biologisch) species, ook voor de diersoort 'mens'. Geldt het echter ook voor ieder geïsoleerd gedefinieerde enkeling (ieder biologisch individu)?
Dat ik mij een van alle anderen volstrekt losse enkeling voel is een gevolg van leren. Ik zie zonder moeite in dat ik leef van andere levende wezens en van de omstandigheden op aarde, dat zou ik nog alleen kunnen doen, leven van, maar als ik taal gebruik dan ben ik volstrekt als deel van een geheel, met name de taalgemeenschap, bezig.
Ik zag eens een film waarin over een Australische inboorling van een op hem na volledig uitgemoorde stam werd gezegd dat hij stom was. Toen deze man in een rechtszaal een voor iedereen onverstaanbare verklaring aflegde, was de rechter verbaasd over het feit dat deze man kon spreken. Wat, zo is de vraag, is spreken wanneer het verstaan‑worden onmogelijk is. Is niet alle spreken toespreken?
Is perceptie wel mogelijk, is Anschauung ohne Begriffe dan niet blind, zoals I. Kant stelde?
Deze vragen betreffen allemaal het gevecht van de civiliserenden, de kindervangers, de ingebruiknemers van tijdgenoten tegen de natuurlijke, gegeven mens, het kind, de wilde. Jij, te civiliseren mens, kind, jij bent niets, wij, ‑ het geciviliseerde, (jou civiliserende) volk,‑ zijn alles.
Voor de geciviliseerde vatten de Nazi's het fraai samen: "jij bent niets, je volk is alles".
Krishnamurti spreekt steeds voor wie de civilisatie in zich hebben, de dwang via hun geheugen (afstelling, instelling, africhtingsresultaat, programmeringsresultaat, opvoedingsresultaat, scholingsresultaat) in zich voelen. Ik ervoer en ervaar de dwang vanuit de civilisatie als van buiten, van (de) anderen komend. Dat verschil is centraal.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *