Wat is, verandert niet door waarneming of bespreking

Categorieën: Overige teksten

Trefwoorden:

Jaap Schot, 16 september 1986

 

Wat is, is. En het verandert niet door waargenomen of besproken te worden. Waarnemen en bespreken zijn geen manieren van meten – of, sporen laten maken – die vormen van ingrijpen zijn. Dat die manieren van aan kennis omtrent stand en gang van zaken komen (bestralen, belichten, sporen laten ontstaan en deze bestuderen) tegenwoordig in de natuurkunde bijvoorbeeld veel voorkomen, maakt de bovenstaande opmerking niet onwaar als deze opmerking de stand en gang van zaken in de wereld, het wereldgebeuren dus, betreft.
Zelfs wanneer van elke bijdrage aan het wereldgebeuren een dader en een doel bekend zouden zijn, zou nog het gebeuren als geheel onbedoeld en ongedaan (niemands prestatie, niemands misdaad) blijken te zijn.
Het is (ik vind) het de moeite waard dit uit te schrijven. Voor mij fundeert deze onbedoeldheid en dit niemands (mis)daad zijn van het wereldgebeuren mijn totale ongeïnteresseerdheid erin. Pas als iets mij als individu (let wel: niet als persoon, ik heb geen persoonlijkheid als individu) raakt, heb ik er belang bij. Ik hoef dat belang dan niet te stellen, het staat er ineens, het stelde zich zelf. De spelers van het spel doen wel mijn omgeving, mijn omstandigheden en mijn situatie veranderen, maar ze doen dat buiten hun schuld, want buiten hun macht, beter: buiten de macht van ieder van hen. Zij spelen het spel dat "wereld" zou kunnen heten en grote overeenkomst vertoont met "Risk": elk der spelers doet meer dan alleen zijn eigen individuele belangen behartigen. Elke speler is ook, door te spelen, een persoon, een constellatie van waarden, wensen, strevingen en geloofsartikelen: wat overeenkomt met het in het spel Risk getrokken hebben van een opdracht (van het type: 'verover het Amerikaanse continent' of 'vernietig alle zwarte legers') en die opdracht nu dan ook uitvoeren.

Vrijwel niemand heeft de gelegenheid zich volledig aan het meespelen te onttrekken. Iedereen laat de economie wel een beetje draaien, iedereen spaart wel iets bij een bank, iedereen heeft wel enige inleg in een pensioenfonds en daarmee is men dan al speler. Ook diegenen spelen mee die aan mode en sport doend en als amateur strevend naar perfectie het religieuze gedrag vertonen dat bij de civilisatie hoort: het in vertoon en competitie bestaan, tellend en meetellend zich meten met de anderen.

Het is van geen belang wat er gebeurt en gedaan wordt. Het zou inconsequent zijn ergens toch weer een waarde te laten bestaan: we kunnen door het nulpunt heen, het nulpunt, het punt waar het aantal waarden (nastrevenswaard geachte 'grootheden') gelijk is aan nul.
We kunnen, ja moeten, als we waarheid willen spreken, en let wel: waarheid is geen waarde, dat blijkt uit het feit dat er geen mededelingsdrang vastzit aan het kennen (kennen kan men alleen wat waar is, onwaarheid en leugen kunnen slechts geloofd en gegist worden): waarheid heeft geen verdediging nodig, we kunnen, als we waarheid willen spreken niet anders dan naar en door dit nulpunt heen gaan. Het is om het even of de gelegenheden om te leven voor exemplaren van soorten levende wezens, inclusief die van de diersoort mens, nu snel binnenkort worden opgemaakt en dan vele zijn of over een langere tijd worden opgemaakt en dan meer in aantal en beter (meer functioneren en welzijn omvattend ) zullen zijn. Wat er gebeurt, gebeurt en elk plaatje dat men daarnaast houdt, is een fictief plaatje waarvan geen enkele kracht uitgaat.

Voor geen enkele onnodige daad, misdaad of tegendaad is enige reden: alles wat hier nu voor het leven en welzijn (biologisch functioneren) van de dader als individu, - dat is: als exemplaar van zijn (dier)soort - gezien de omstandigheden niet nodig is, is onnodig: en onnodig betekent dat het ongedaan moet blijven. Het zou ook ongedaan blijven als er niet door de personen (IETSen vormend) wereldje gespeeld werd. Het zou ongedaan blijven door de 'luiheid' die de onopgejaagde vrije wezens (inclusief de mens) kenmerkt zodra ze volwassen zijn, in de kracht van hun leven en ouder, en verzadigd.

Zeggen kan het slechts wie buiten spel staat en wenst te zijn, zeggen dat het niet moet worden gedaan, het onnodige, het persoonlijke, dat wat de technologie en cultuur (= de som van alle in competitie, perfectionisme en dienstbaarheid gedane knechtenkunstjes) en de politiek (= al het onnodig vechten en wedijveren der heren) vormt. "Hou op met 'wereldje' te spelen, hou op met dat Risk in het groot en in het echt", dat is het eigenlijk wat zo'n buitenstaander/ onwillige kan zeggen.

'Onwillig' is een term die verwijst naar een enkele bezigheid die de onwillige niet wil doen. "Willoos' wordt meestal gebruikt als de afwezigheid van een doeltreffende en krachtige tegenwil, tegenstreven, wordt aangeduid. Ik beschrijf hier het individu als levend zonder niet slechts een persoonlijke (uit waarden voortkomend geachte) wil, maar als ook zonder enige 'private', individuele, uit het individu als bron, als initiator, voortkomende, stammende wil. Het vrije individu heeft alleen zin in dat waaraan het lust beleeft: in biologisch functioneren. In vliegen als hij een zeemeeuw is, bijvoorbeeld, in zwemmen als hij een otter is. In bijvoorbeeld hanteren, betasten, begrijpen, bewegen, waarnemen, eten, drinken en slapen als hij een mens is.

Vanuit het spel bekeken heeft het vrije individu "nergens zin in". Als knecht, voor anderen binnen het spel als bruikbaar, wordt hij als 'lui' gezien en benoemd: inertie, indolentie, luiheid, vadsigheid en traagheid zijn zo enkele termen. Ook andere redenen voor de inactiviteit van de niet-spelende, vrije mens worden door de 'wereldje'-spelers gezocht. En ze vermoeden in het vrije individu de redenen die in henzelf als spelers wel eens tot inactiviteit leiden: ontmoediging, een arglistig plan, angst enzovoorts.
Een overeenkomst tussen Risk enerzijds en 'wereldje' anderzijds is ook dat de spelers elkaar niet eerlijk en open vertellen wat hun opdracht, resp. hun waardenpakket, hun streven, is. Iedere speler zoekt en projecteert van alles en nog wat achter het doen en laten van de anderen. Ook achter het gedrag van de niet-meespelende, maar ook op het speelveld meegevangen zittende persoonlijkheidsvrije individuen. Mede op die vermoedens omtrent andermans wensen en strevingen funderen de spelers hun gedragskeuze.

Het laten vallen van alle waarden is de weg naar het nulpunt waarover ik het had. Alle waarden, ook die welke tot misdaden leiden. Alle waarden werden wel eens ergens enigermate door sommigen met (behulp van) misdaden als middelen (door het doel geheiligd) nagestreefd. Alleen het doen van wat nodig is voor je leven en welzijn kan nooit een misdaad zijn. Want als een ander dat voor je zou doen, zou dat een positieve daad van naastenliefde zijn. Ergo oftewel dus: waarden betreffen onnodigs en waarden leiden ook wel eens tot misdaad, ze zijn de enig mogelijke bron van misdaad. De waardenloze misdaden van agressie die voortkomen uit frustratie zijn vaak terug te voeren tot het de daders verhinderen om te voorzien in het nodige voor hun eigen leven en welzijn. Als ergens iemand die niet daarin gefrustreerd wordt het initiatief tot misdoen neemt, men dode hem in laatste instantie.
Men houde echter nu niet onschuldig wie aan enig tijdgenoot (van welke levensvorm, dier- of plantensoort ook) onnodig levensruimte onthoudt.

Iedereen natuurrecht op leven en welzijn, ongeacht van welke levensvorm hij een exemplaar is, maar geen mens neme meer levensruimte in dan hij voor zich hier nu nodig heeft. Is dat weer een nieuwe wet, een nieuwe religie? Een nieuwe nastrevenswaardigheid? Daar zal ik even over doordenken.

16 sept. 1986 18.20 uur

We bevinden ons, - zo denkend - aan gene zijde van alle ideologieën en voorbij alle individuele zingevingen aan het (eigen of aan alle) leven. We bevinden ons buiten spel en buiten de machteloosheid om al spelend invloed uit te oefenen op het verloop van het gebeuren, waarvan we de noodlottige afloop al kennen, zo zeker als we onze eigen dood, onze eindigheid kennen. We zijn niet langer verbonden met het gebeuren; we zijn onverbonden, los, vrij. Niet onkwetsbaar, niet onbereikbaar voor de uitwerkingen van het spelen. Buiten bereik van het wereldgebeuren komen we lichamelijk pas als we sterven. Geestelijk kunnen we al veel eerder vrij maken, buiten bereik brengen. Dat kunnen we door onze persoonlijkheid te erkennen en herkennen als een ons aangedaan geheel van teugels en gareel, waarmee de anderen om ons heen ons mennen.
Door scholing, inspiratie, verslaving en gewoontevorming zijn we omhangen met de persoonlijkheid via dewelke wij te manipuleren, te bedreigen en te motiveren zijn, te brengen tot wat we van nature, uit onszelf nooit zouden willen doen, omdat het volstrekt niet nodig is voor ons leven en welzijn. Oh, ik vergeet niet dat vele mensen zodanig gevangen gehouden worden dat misdoen voor hen kunstmatig nodig is gemaakt door hun omstandigheden: hen staan geen alternatieven ter beschikking en ook zij voorzien zich (evenals ik) van een psychisch evenwicht gevende kijk op de wereld, zodra ze die nodig hebben, als ze die ooit nodig krijgen: wie al gehoorzamend of bij afwezigheid van alternatieven misdoet, wordt zelden ter verantwoording geroepen.

Het is voor mij denkbaar dat, maar mij onbekend of het mogelijk is zich van zijn persoonlijkheid, deze aangebrachte leidsels te ontdoen. Paarden presteren dit zich ontdoen niet met de leren riemen in kwestie. Misschien kunnen mensen het niet met de psychische bindingen, ik weet het niet.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *