Wat is ‘verstaan’?

Categorieën: 1973-1986 Docent lerarenopleiding, Rijksuniversiteit Groningen | Archief

Trefwoorden: begrippenapparaat

Jaap Schot, 6 mei 1985​

Ergens in de Bijbel wordt aan iemand die in de Thora leest gevraagd: "Versta je ook wat je leest?".
Wat betekent die vraag?
Wat betekent het woord 'verstaan'?
Wanneer kan ik zeggen dat ik iets versta?
Antwoord: ik versta een tekst wanneer de woorden die er in gebruikt worden door de spreker/ schrijver als naam voor dezelfde begrippen bedoeld zijn die ik ook heb en ook zo benoem. Het gaat daarbij niet slechts om alle woorden in de tekst, maar ook voor de contexten (begrippensystemen/ begrippenapparaten) waaruit die woorden stammen.
Het gaat niet alleen om begrippensystemen /-apparaten, maar ook om gelijkenissen, beelden.
Het gaat er om dat de tekst in mij datgene wakker roept wat ik zelf ervaren/ waarnemen kan hier en nu. Als dat wakker roepen door de tekst gebeurt, dan kan ik mijn ogen opslaan en van de tekst vandaan mijn aandacht richten op het door de schrijver beschreven deel van mijn omgeving.
Teksten die gaan over wat mij niet hier en nu gegeven is, zijn voor mij zonder betekenis. Ze leiden mijn aandacht af van hetgeen mij gegeven is. Die afleiding is zonde. Mijn tijd, aandacht en energie worden mij van godswege (in tegenstelling tot: door mijn medemensen) geschonken (in tegenstelling tot: worden door mij zelf aangemaakt) om ze te besteden aan functioneren, een 'opdracht', die bij uitvoering onverwijld beloond wordt met lustbeleving aan het functioneren. Niet wat ik zie doet mij lust beleven, maar het zien, de bezigheid. Niet wat ik uitschrijf, doet mij lust beleven, maar dat ik uitschrijf. [Uitschrijven is een artificiële vorm en geen natuurlijk functioneren; ik zou deze complicatie kunnen vermijden door te schrijven dat bewustmaken de lust oplevert, niet dat wat ik me bewust moet maken, ik moet als ik eenmaal gekozen heb niet te fantaseren, maar waarheid te denken; ook het bewustmaken echter is een aanvechtbare manier van functioneren, want het is als het aanmaken van een parel door een geïrriteerde oester. Als er geen leed, geweld en frustratie waren, zouden we veel minder bewust zijn. Zoals er ook veel minder creativiteit zou zijn, als we niet werden opgejaagd door elkaar.]
"Versta je ook wat je leest?"
Wijst de tekst naar een deel van wat jij kunt waarnemen en ervaren ? Leidt de tekst jouw aandacht naar het onderwerp dat de spreker koos?
"Iedereen blijven Gods woorden vreemd, behalve die welke ze in zichzelf verneemt" (Martinus Nijhoff in "Kinderkruistocht".)
Het gaat er om dat elk mens zijn eigen tijd, aandacht, energie en vermogens gebruikt in dienst van zijn eigen leven en welzijn. Daarvoor krijgt de mens, evenals elk exemplaar van elke diersoort of plantensoort, deze levenskracht, dit 'ergens toe in staat zijn'. Daarnaast krijgt elk individu (b.v. een mens dus) de gelegenheid om zijn zijn tijd, aandacht, energie en vermogens te besteden. Als een individu die mogelijkheid niet meer heeft, is hij binnen de kortste keren dood. Zo levert de natuur, de werkelijkheid, god de schepper, een verzameling levende wezens, die uit eigen ervaring slechts overleven kennen en uitredding en betrouwbaarheid van de natuur als leverancier van het nodige voor leven en welzijn. De afwezigheid van welzijn duurt in de natuur nooit lang.
Als een mens zich beperkt tot het nodige voor leven en welzijn en tot dat wat hij uit eigen ervaring en waarneming hier en nu kent, dan heeft hij alle reden tot vertrouwen op de natuur, die hij als een schepping van een schepper kan opvatten of niet, dat is onverschillig, dat zijn alleen maar concepten, opvattingen, willekeurig gekozen, als middelen om op gegeven werkelijkheid te wijzen met behulp van tekst.
"Versta je ook wat je leest?"
Zie je ook in dat er een tijd was dat deze tekst er nog net was?
Zie je in dat voor deze tekst de besproken werkelijkheid er al was?
Zie je in dat dat wat begrepen wordt er is voordat het begrepen wordt?
Zie je in dat wie begrijpt al aan het waarnemen en ervaren (geweest) is?
Zie je ook in dat er een tijd was dat de begrippen uit deze tekst er nog niet waren?
Zie je in dat de begrijper ook andere begrippen had kunnen vinden?
Zie je in dat de begrippen de werkelijkheid niet doen bestaan?
Zie je in dat de begrippen de werkelijkheid niet veranderen?
Zie je in dat je de werkelijkheid niet kunt veranderen met er aan denken en ook niet met er niet aan denken?
Zie je in dat het er niet om gaat de schrijver/ spreker/ begrijper te bestuderen, maar je te laten verwijzen naar zijn onderwerp?

Wie een tekst leest of een spreker aanhoort, laat even het kiezen van een onderwerp uit de hem gegeven werkelijkheid over aan een ander, aan de spreker. De luisteraar / lezer laat zich een deel van de werkelijkheid aanwijzen. Hij laat de spreker / schrijver een onderwerp afgrenzen (definiëren). De grenzen van een onderwerp kunnen natuurlijk, gegeven, zijn, maar ook kunstmatig, artificieel, aan de werkelijkheid door de begrijper opgedrongen. Dat opdringen kan vaak kwalijk zijn. Vaak is het verwerpelijk zich bij het laten eindigen van een onderwerp, bij de grenzen, bij het definiëren ervan, niet te houden aan hetgeen waarneembaar en ervaarbaar gegeven is. Is het niet altijd fout ? Het zoeken naar een algemeen antwoord is weinig zinnig. Er verzint altijd wel iemand een zeer ingewikkelde situatie waarin een tegenvoorbeeld geldig is.

Het kan ook voorkomen dat grotendeels of volledig eendere dingen verschillend benoemd worden. Ja zelfs kan een en hetzelfde ding of verschijnsel met verschillende namen benoemd worden in verschillende contexten. Men kan b.v. mishandelen 'straffen' noemen, als men het met wie mishandelt eens is.

Naast deze onterechte suggestie van verschil kent men ook het onder een noemer brengen van verschillende zaken of verschijnselen. Zo noemt men wel zowel wat men van horen zeggen heeft als wat men uit eigen ervaring en waarneming hier en nu kent, 'informatie'.

"Versta je ook wat je leest?" Dat betekent dus niet: ben je je contact met de ook jou gegeven werkelijkheid kwijt en ga je op in wat de schrijver ervan maakt: zijn vertekening, reductie en beoordeling (op grond van vergelijking met een bedenksel). Het verstaan van een tekst houdt in het weten waar de tekst over gaat. "Versta je ?" betekent: richt je je aandacht op het besprokene, niet op het gesprokene. Ga je na wat deze tekst betekent bij dit gegeven onderwerp. "Versta je ?" betekent niet : weet je wat de schrijver bedoelde, (= bij zijn lezer wou bereiken ) met zijn schrijven. De bedoelende schrijver is een ander onderwerp dan het onderwerp van de schrijver in kwestie. Verstaanbaar spreken over een onderwerp is een uitgegroeid (waarschuwend en verkennend) aanwijzen van dat onderwerp. Het doel met* waarschuwen is niet om de aandacht op jezelf als waarschuwer te vestigen, maar op dat waarvoor je waarschuwt. Het doel met aanwijzen is niet om de aandacht van de ander op jezelf als aanwijzer te vestigen, maar op dat wat je aanwijst. Het doel met spreken / schrijven is niet om in contact met de luisteraar/ lezer te komen.

Het gemakkelijkst is het volgen van het voorgaande betoog daar war het betreft de constateerbare verschijnselen: het tastbare, weegbare, zichtbare, hoorbare, ruikbare. Bij het ervaren, voelen, wordt het allemaal al wat moeilijker: wie gestraft is en zich onderworpen heeft ervaart straf echt anders dan als mishandeling. Dat ervaren is echt. Het is waanzin, maar wanen zijn echt. De aanspreekbaarheid van waanzinnigen is beperkt, evenals de aanspreekbaarheid van vrije ("gezonde", psychisch niet gebroken) mensen.

Er is wel spreken / schrijven dat bedoeld wordt om contact met de luisteraar / lezer te krijgen. Nu ja "contact": het komt voor dat men spreekt om medestanders te werven voor iets wat men wil ondernemen. Wie wervend bezig is, zal zich zelden beperken tot het constateren van wat is en van wat mogelijk is. Wie dat doet kiest niet voor deze of gene mogelijkheid, niet voor de toevallig verwerkelijkte, die de ons gegeven werkelijkheid is, en niet voor een van de alternatieve mogelijkheden die hij ziet. Hij weet dat hij van alle mogelijke alternatieven er slechts enkele ziet. Het kiezen van een uit die geziene alternatieven zal hij herkennen als minstens voorbarig. Om tot actie over te kunnen gaan kan iemand zo'n als voorbarig (h)erkende keuze voor technisch noodzakelijk houden. Hij is dan bezig zichzelf en zijn toehoorders te bespelen (als gevoelsorgel): het gaat er hem om de energie, nodig voor het ondernemen, via emoties / gevoelens op te roepen en in te zamelen, te bundelen.

Zo'n tekst kan niet verstaan worden. De vraag naar het verstaan, betreft aanwijzende, constaterende tekst, waarheid, gecodeerd en gereduceerd in begrippen. Tekst die wijst naar iets wat de lezer / luisteraar gegeven is. Tekst die is als 'een lamp voor de voet', een lamp is om bij te kijken, niet om naar te kijken.

Er zijn mensen die stellen dat in onze wereld, waar iedereen iedereen keurt, elke bespreking van welk onderwerp dan ook door wie dan ook voor wie dan ook neerkomt op een verdediging, op propaganda, op het zoeken van medestanders, op een gevechtshandeling, of iets dergelijks. Met alle spreken wordt men door deze lieden geacht een manipulatiedoel te hebben. Wie iets zegt, rukt en trekt aan wie hem hoort. Dat is het uitgangspunt van deze mensen. Iedereen wil iets met ieder ander. Spreken is een techniek om dat wat men met een ander wil teweeg te brengen. Spreken is pogen andermans gedrag te beïnvloeden, via zijn bewustzijn. Met deze gedachte (deze aanname) gaat vaak gepaard de vooronderstelling dat alle doen en laten (alle gedrag) doelgericht is, 'handelen' dus. Wie van deze uitgangspunten vertrekken bij hun denken over wat er bij schrijven en lezen, spreken en luisteren, gebeurt, zullen daarbij meer of minder de mensen in kwestie als individuen enkelingen, personen, opvatten. Het wervende, manipulerende taalgebruiken kan zeer wel zeer collectivistisch zijn, in onderscheid van wat men wel egoïstisch noemt. In "het vrije Westen" is dat collectivistische zelden voorondersteld. Iedereen wordt geacht voor zijn eigen winst vechtend, alles behalve waarheid-om-de-waarheid te spreken. Iets uitzeggen omdat het waar is, lijkt deze lieden onverwacht en onzinnig gedrag. Wat heb je daar als spreker nu aan ? Wie 'zomaar' waarheid formuleert heeft een psychologisch/ psychoanalytisch verklaarbaar, persoonlijk, eenpersoons- waarheids-ideaal. Hij is bezig zijn psychisch evenwicht te handhaven. Voor mezelf verklaar ik mijn neiging om waarheid uit te schrijven anders. [De neiging tot uitzeggen aan anderen en tot publiceren is onder de druk van de ervaring genegeerd te worden, tot nul gereduceerd.] Ik merk op dat ik me er heel bewust mee maak, wanneer ik waarheid uitschrijf. Ik vat het op als een manier van functioneren. Ongetwijfeld is het beïnvloeden van soortgenoten voor wie dat doen ook een soort van functioneren. Minstens is het voor de meeste mensen een vaak en voortdurend bekrachtigd gedrag.

"Versta je ook wat je leest?" betekent in ieder geval niet: "Heb je door wat de schrijver met je wil?" Het betekent ook niet: "Kun je, n.a.v. het begrippenapparaat dat de schrijver gebruikt, hem plaatsen in een 'isme ?"

Als ik (bij voorbeeld) veel begrippen gebruik, die in de Bijbel gebruikt worden, dan doe ik dat zonder te geloven in het bestaan buiten de taal, van de diverse bedenksels, die nodig waren om de werkelijk uit inzien en onderscheiden stammende begrippen in een samenhang te plaatsen (die het onthouden vergemakkelijkte). Als ik in het Scheppingsverhaal allerlei bedoelingen en inzichten van de ecologische beweging kan verwoorden (onderbrengen), dan denk ik wel, maar beweer ik niet dat de oorspronkelijke schrijvers dat ook bedoelden. Dat is voor mij van geen belang, zij zijn dood en weg. Kennelijk brengt het opvatten van de natuur als (ware het) een maaksel, bij slechts een gering deel der mensen het bedoelbare voorzichtige omgaan met de natuur teweeg. De gedachte dat er een bewakende scheppergod zou zijn, is proefondervindelijk weerlegd, maar dat was al een onnodige gedachte. Voor mij dienen die teksten alleen om mijn aandacht te richten op wat is: op de stand en gang van zaken in de werkelijkheid om mij heen. Een ander voorbeeld: de gedachtespinsels 'paradijs' en 'hemel' vind ik zeer nuttig als alternatieven naast de enige werkelijkheid geworden mogelijkheid. Wat is, is mogelijk. Dat ontken ik niet. Wat niet is, is echter niet per definitie onmogelijk. Ik vind het buitengewoon positief te bedenken dat er alternatieven zijn naast, buiten die ene verwerkelijkte mogelijkheid: niet slechts alternatieven erbinnen, waar de politici om vechten. Concreter: het verschijnsel 'bezitten' heeft bepaalde gevolgen, onafhankelijk van de verdeling van het bezit. Leven is mogelijk zonder bezitten. Dat is een (o.a. bijbelse) religieuze opmerking. Wachten tot allen er tegelijk mee beginnen, komt er op neer dat het nooit gebeurt. Er met minder dan allen uitdelend aan beginnen loopt alleen uit op herverdelen en is zinloos, want het tast het verschijnsel en de gevolgen ervan niet aan.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *