Jaap Schot, zonder datum *
Wat personen er van maken, wat er personen van maakt
We kunnen vaststellen dat het boven-ik, het geweten en het ideaal-ik herkend zijn als aangebracht via opvoeding of indoctrinatie of welke beïnvloeding dan ook.
Zodra en in zoverre de indoctrinatie gelukt is en zolang ze nawerkt, blijft de geïndoctrineerde herkenbaar als een door een bestaand IETS in gebruik genomen individu. We spreken van een, bijvoorbeeld, Rooms persoon.
De woorden 'persoon', 'mens' en 'individu' worden in dit verband door elkaar gebruikt, met opzet, ter verwarring (van de geest) der gebruikte individuen.
Analoog aan door Freud in zijn tijdgenoten onderscheiden instanties (Es, Ich en Über-Ich) onderscheid ik tussen het individuele exemplaar van de diersoort mens dat ik ben, dat duid ik aan met ik, daarmee identificeer ik mij volledig; let wel: dat levende dier is als lichaam en als geest kenbaar, voor zichzelf en voor anderen. Ik heb geen reden om mijzelf te gaan begrijpen met de reducerende concepten van hen die lichaam en geest als gescheiden bespreken of van hen die vanuit de civilisatie schelden op alles wat natuurlijk (in dit geval dierlijk) is. Ik spreek niet van het (Es) natuurlijke of dierlijke in mij, want ik ben geen sprekende kleding, geen sprekend omhulsel, geen sprekende persoon. Ik ben HET zelf. Wie mij hoort, hoort het zelf spreken. Als er al iets door iemand gebruikt wordt voor de ogen van wie mij ziet, dan is het de persoon, het masker en wel door mij, het individuele dier (een exemplaar van de soort homo sapiens.) Ik gebruik mijn persoon als een gereedschap bij het omgaan met mijn tijdgenoten/soortgenoten.
Dit is verschillend van wat velen toen en nu willen en durven stellen. Het Ich, de persoon en het boven-Ik zijn weliswaar slechts afscheidingen van het (Es), maar ook al sterven ze er mee, ze werken er tegen. Het Ich is de belangenbehartiger die onderhandelt voor het individu met de eisen van de maatschappij, de instantie die Boven-Ik genoemd wordt.
De eisende maatschappij is de terroristische organisatie die resulteert uit (bestaat door, bestaat ten gevolge van) de spontane summatie van de soevereine (=gewetenloze, in die pejoratieve betekenis) wensen van de tijdgenoten. De druk komt
- uit de koopkracht van Koning Klant,
- uit het woekerend laten groeien van haar talenten door Rente Regina,
- uit de verachting en het applaus van Jan Publiek, de grote keurmeester,
- uit de zachte terreur van degenen die de traditie gebruiken,
- uit het gemoraliseer van diegenen die leven van wat de welwillende gebruikten over hebben voor hun waarden en idealen.
Terroristisch is hier het juiste woord omdat er met bang maken, onzeker – onveilig – doen voelen en met rechtstreeks bedreigen wordt gewerkt, terwijl er steeds voor wordt gezorgd dat er buiten het terrein waar de gevangenen gebruikt worden afschrikwekkende omstandigheden heersen en bekend zijn.
Elke maatschappij, welk -isme of -ocratie er ook gebruikt wordt, zorgt er voor dat er breed uitgemeten wordt wat er buiten aan ellende is. Zo leren wij dagelijks van het nieuws om blij te zijn met de democratie en met de ontwikkeldheid van onze samenleving, de mensen in de USSR krijgen voortdurend het leed in de westerse landen verteld. In elke maatschappij is leed en onrecht genoeg om de "vijand" in deze aan argumenten te helpen. Binnen en in gebruik is het beter dan buiten en in onbruik ("werkeloos" bijvoorbeeld). Dat is de boodschap aan de gebruikte individuen, overal.
Medeplichtig aan het genoemde leed en onrecht zijn in een civilisatie als de onze allen, in hun functie van Koning Klant, Jan Publiek enzovoorts. Dat feit maakt – als we in dezen Macchiavelli mogen geloven – alleen verschil voor de stabiliteit van het (terroristische) systeem, niet voor de hoedanigheid, de kwaliteit, de inhoud, de ergte ervan.
De koopkracht van Koning Klant wordt uitgeoefend om te eisen, beide, de arbeid voor het nodige en voor het onnodige, (de luxe, het heerlijke).
Het onnodige is onnodig. Het onnodige kan nagelaten worden.
Als er dan iets nagelaten moet worden – bijvoorbeeld om redenen van natuurbescherming en om komende generaties mensen en dieren een gelegenheid om te leven na te laten – dan kan het zonder echte schade iets van dat onnodige zijn.
Er is enige arbeid die verricht moet worden om te voorzien in het nodige voor ons aller leven en welzijn (dat is: gezondheid en functioneren/natuurlijk lustervaren). Enige arbeid is hiervoor nodig, niet genoeg en niet gemakkelijk genoeg bij de huidige stand van techniek en klimaat en bodem om ons allemaal mee bezig te houden. Er is geen zinnige reden om heel ver terug te gaan in de richting van het arbeidsintensief verkrijgen van dat nodige. Er is niets tegen luxe op zich.
De arbeid nodig voor het nodige wordt niet onderscheiden van, maar via geld volstrekt gelijkgesteld aan en "geruild tegen" vernederende arbeid. Vernederende arbeid is arbeid die onnodig gehoorzamen is aan de willekeurige soevereine bevelen van de koopkrachtige anderen: het doen en aanmaken van hun heerlijks, hun luxe.
Slechts een als buiten deze "economie" staand ervaren basisinkomen kan aan deze stand en gang van zaken iets veranderen. Het deelnemen aan het in ruil van arbeid verkrijgen en verdelen van luxe wordt door zo'n scheiding het uitoefenen van een soeverein recht, blijft niet wat het nu is: het gebruikt worden van gevangenen door hun medegevangenen.
Tegenover dit basisrecht op de gelegenheid om het nodige te kopen kan een plicht staan tot het doen van een niet afkoopbaar stuk nodige arbeid. Omdat alle mensen het nodige gebruiken (consumeren) kunnen ze ook gevoeglijk allen zonder uitzondering gedwongen worden hun deel van die nodige arbeid te verrichten. Maar het mag niet afkoopbaar zijn, want dan is het oude bovenbeschreven systeem er weer.
*) [red.] Waarschijnlijk is dit opstel, een zogenoemd “vervolgopstel”, geschreven in 1985
0 Reacties