Wat wil ik met deze weblog?

Categorieën: Kapitein Veerdonck | Opstellen

Trefwoorden: onbewerkte versie

Jaap Schot, 17 januari 2007

  1. Een project hebben.
    Let op: dat is er pas, = ‘werkt pas’, als het aan de gang (= gestart) is. NIET IN HET VOORBEREIDEN BLIJVEN STEKEN DUS!!!
  1. Hengelen naar reacties?
    De hel, dat zijn de anderen. Het is niet anders. De geciviliseerden stellen hun aangeleerds vóór hun entelechie. Ze doen dat ook t.a.v. de anderen. Ook die, - maar dan inclusief hún aangeleerds, hun “cultuur” -, worden uitdrukkelijk mínder geacht dan de beoordelende z’n aangeleerds (en dat waarin dat werd opgedaan, opgelopen, aangebracht: zijn “cultuur”. De eigen natuur binnen de modderlaag ‘cultuur’/’beschaving’/’civilisatie’ verachten zij (de geciviliseerden). TERZIJDE: als consument van de seksindustrie leven ze niet hun natuur uit, maar hun macht (← koopkracht ← eigendom ← geweren). Ze zijn even overwinnaar-verkrachter. Ze zijn niet als dier aan het functioneren.
    Het is ononderbroken oorlog in de civilisatie. Op ontelbare dimensies worden allen dagelijks overtroffen. Er zijn altijd van die deelnemende psychowrakken, die de futiliteit van het wedijveren niet inzien (← reflectie, dat is: zich zelf bezig zien zonder spiegel te gebruiken, objectiverend, tóch). Ook zíj worden overtroffen, net als ik, maar hén dóet het wat. Het ís hún wereld. Dát is de bron van hun ongeluk. En de hoer moet het kwetsbare stuk natuur zijn (vertegenwoordigen), dat de persoon (in en om zich), als winnaar, genadeloos ‘neemt’, beschadigt, verkracht, het doeltreffendste is dus: een maagdelijk kind.

Er is die variatie dat de hoer de krachtige ander vertegenwoordigt, die uiteindelijk toch gééft, toelaat, toegeeft, toestaat. Het komt op hetzelfde neer: het in het dagelijks leven onbereikbare wordt bereikt. Een andere variant is het doen van wat in het dagelijks leven het totaal onmogelijke is en dat is dan vaak geheel seksloos, maar wordt toch in de seksindustrie, als droomfabriek om de hoek, verkocht. Bij deze variant is het voor de toeschouwer/ wie erover hoort vertellen, totaal ‘onschuldig’, vaak oninvoelbaar voor wie niet beschikt over de verhalen bij het zó verknipt raken van ‘de klant’.

Het is als het stuksnijden van een eenmalig schilderij dat zeer geacht wordt. Een niet geacht schilderij is de moeite van het stuksnijden niet waard. De verontwaardiging van de massa over het verkrachte kind, maakt het voor de dader alleen maar mooier en beter (in zijn dromen).
De dader is een persoon, geen mensdier. Zijn manier van doen behoort niet tot zijn entelechie, geen énkele maníer van doen, behoort tot de entelechie, ook al zijn er wat voorgegeven (instinctieve gedragspatronen/ bewegingspatronen). Zie de ethologie.
Hengelen naar reacties?
De reacties zijn uitingen van de persoonlijkheid van anderen. Totaal oninteressante sporen van wat ooit, elders, een ander overkwam (= leren veroorzaakte, geheugeninhouden, reactiepatronen). Wat die reacties ‘betekenen’ (‘’ vanwege het feit dat ‘betekenen’ een moeilijk woord, een wmsgg, is) is zelfs voor wie reageren verborgen. Psychoanalyse (= amaverkenning) is nodig om die betekenis te leren kennen en wat er dan gevonden wordt is verleden, over, voorbij en DUS van geen enkel belang meer, wat voor de betrokkene dan, in het beste geval verlossend beseffen is, namelijk dán wanneer hij het verleden los van laten, het ‘over en voorbij zijn’ daarvan kan ervaren.
IK, als publicist, heb met die reacties helemaal niets te maken. IK, als publicist, dat is ongelijk aan: ik, als entelechie, die, publicerend, mijn instinctieve handeling ‘waarschuwen’ uitvoer. De natuurbezigheid ‘waarschuwen’ krijgt de vórm van het openen van een weblog. Door de taal (en, zie het voorbeeld van de Bosjesman: de mime) wordt het afwezige herkenbaar gemaakt, zelfs als het NIET bij de hoorder/ toeschouwer in herinnering wordt geroepen. De ervaring wordt ‘van de stam/ de taalgemeenschap’ en sterft niet met de ervarene.
Wel het állerlaatste waar de moderne lezer (van fictie én van non-fictie) aan denkt, is dát: gemeenschappelijkheid, een gemeenschap vormen door ‘laten weten’. De moderne lezer leest consumentistisch en democratistisch (als hebber van meningen, als debater, tegenwerper). De lezer is tot zo lezen gebracht: op school [← daarbuiten in de mediaoutput tussen de reclameboodschappen, de reclameboodschappen waar tussenin de restanten van regeringspropaganda (Postbus 51) MOESTEN worden geplaatst, om überhaupt “over te komen”]. De school moet immers passen in de maatschappij. Vráág het maar. Niet dat hun uitspraak enige diepte van doordachtheid heeft, maar ze “vinden” het echt.

  1. Werken aan een vórm voor ‘wat ik nog zeggen wou’ in plaats van een gewoon boek met alleen zwarte letters, voetnoten en eindnoten.
    • met hyperlinks in plaats van volzinverlengende uitleg, is dat wat?
    • met verschillende kleuren voor wbc’s en wmsgg, bijvoorbeeld.

Wat leg ik hier uit?

Ik leg in de komende opstellen op deze weblog twee dingen uit:

  1. hoe je een goede onderwijzer (leraar/ docent) wordt, en
  2. hoe je een literair boek (fictie) schrijft (roman, avonturenboek, SF of iets dergelijks).

Ik doe dat door het voor te doen:
Voor 1. lesvoorbereidingen, en
Voor 2: lesvoorbereidingen, want:
beide bezigheden (een goed boek schrijven en een goede onderwijsvoorbereiding maken) blijken één en hetzelfde.

Bij de kritische mondige lezer kwám nu al de vraag op: als hij dat kan voordoen en uitleggen, waarom heeft hij dan nog geen boeken op zijn naam staan? Het antwoord is dat ik geen zin heb om te dienen. Het tot een hapklare brok maken van een lesinhoud / boekinhoud, nádat ik het in de voorbereiding duidelijk uiteen gezet heb, levert alleen een aantrekkelijker vórm op. Ik heb het er, - zo is in de afgelopen vele, vele jaren gebleken -, de moeite (zoals txaenz in de volksmond heet) NIET voor over. En ik hoefde het nooit ‘om den brode’ te doen.

Het brengen en houden van zijn aandacht bij het onderwerp is de taak van wie wil leren.
Leren gebeurt vanzelf en is niets aan te doen. Het is niet te starten, te versnellen, te sturen, te remmen of te stoppen. Zou het anders zijn, dan had er niemand nachtmerriemateriaal “ingenomen”, laat staan binnen gehouden.
Voor wie onderwijst, is de taak: voor te doen, te vertonen, uiteen te zetten en bij te wijzen, om de leerling te helpen zijn (= ’s leerlings) aandacht te richten.
Bij onderwijs aan mensen komt er vrijwel altijd en overal taalgebruik te pas. Zelfs wie doofstommen onderwijst, zal daarbij praten, vermoed ik.
Op deze weblog wordt er dus voorgedaan en daarbij vertel ik wat ik doe.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *