Jaap Schot, 15 oktober 1999
bij onderwerp nr 3 van de website:
De wereld (niet de aarde) van grote afstand gezien
De aarde is die planeet, die derde rots van de zon af geteld.
De wereld is daar op, op een deel van het oppervlak van die planeet 'Aarde'.
Om de aarde correct te zien was het nodig veel afstand te nemen, dat kon pas toen er ruimtevaart was. Om de wereld correct waar te nemen is ook een grote afstand nodig. Om correct de structuur van de kerk te zien is het nodig aan de schilderingen en beelden voorbij te zien. Dat is dan ook precies wat ik in mijn opstellen doe: afstand nemen en afzien van oppervlak en losse delen. Om correct te zien, alleen daarom.
De wereld vertoont overeenkomsten met een speelveld.
Een tweetal spelers, een schaakbord, schaakstukken en de spelregels, dat is genoeg voor een partij schaak. Zo'n partij heeft een verloop, een specifieke, onomkeerbare, eenmalige opeenvolging van zetten. Geen der spelers heeft de macht om te bepalen welke zetten wanneer gedaan worden. Het hele spelverloop is een reeks daden, maar er zijn geen daders, er is geen dader. Het doel van de schakers en hoe langer de partij duurt des te meer ook hun zetten staan door regels buiten hen vast. Volstrekt buiten spel staat de opmerking dat zij zich onderwerpen aan die doelstelling en die regels. Wie daarover met (nee, tot) hen begint te praten, zal merken dat hij hen stoort in hun spel en dat zij dat niet wensen.
Het bord dat is de wereld: daar wordt gespeeld
De bezigheid, het speldoel is: zich rangschikken,
dat wil zeggen, zich zoveel mogelijk minderen [lagergeplaatsten] aanschaffen en in de loop van het spel zo weinig mogelijk meerderen [hogergeplaatsten] overhouden.
Wat geeft rang (status, aanzien, eer, een hogere plaats)? Spelers en niet-spelers kennen de antwoorden, kennen de vele dingen die daar waar zij zich aan het rangschikken zijn aanzien geven.
Iedereen die bevorderd wordt, wordt dat ten koste van al die anderen die achterblijven, onder hem komen te staan (niet precies onder hem, als ondergeschikten in een organisatie, wat ik een IETS noem, maar, in het algemeen:) lager dan hij.
De schaker heeft zijn stukken en hun beweeglijkheid en de dreiging en kansen die van hun positie (hun stand ten opzichte van andere / andermans stukken) uitgaan. Daarmee kan de schaker strategisch en tactisch handelen, oftewel: vechten tegen de ander(en) en om te winnen.
De geciviliseerde die zich rangschikt [dit is een pleonasme!] heeft daarvoor zijn txaenz. In het vechten om rang in de wereld is het voordelig, ja onvermijdelijk, zich met anderen te verbinden in enig IETS, dat wil zeggen: de txaenz bijeen te voegen tot een groter kracht om mee te streven naar het doel. Iedereen die zijn txaenz aan het IETS bijdraagt moet daar beter van worden of hij is een gebruikte (een slaaf).
Elk IETS levert dat beter-worden of belooft of suggereert dat. Een firma betaalt loon, een kerk belooft eeuwig leven na en troost voor de dood, en zo voorts. Iedereen maakt zich wijs in de voor hem goede IETSen te zitten of komt 'in de knoei' en/of bij het RIAGG.
Slimme spelers streven naar en nestelen zich op bestuursplaatsen in IETSen, op beslissersstoelen. Zo kunnen ze veel txaenz van anderen in dat IETS gebruiken (mede) voor eigen omhoogklimmen. Op school onderwijst men dit slim zijn niet, het wordt (aan sommigen en wel) buiten de school aangeleerd door vaders en door 'mannen die dit in kwestie kind wel sympathiek vinden'. [Om de gedachten te richten: Machiavelli.] Aan de andere kinderen vraagt men 'wat ze worden willen'. Het is de bedoeling dat die voor gebruikt-worden bestemde kinderen zich een manier van gebruikt-worden uitzoeken die hen niet tegenstaat, zodat ze het niet erg vinden als het IETS in kwestie hen (te) weinig terug levert voor hun txaenz. Dit mechanisme geldt ook voor het trouwen op basis van romantische liefde. Ook een huwelijk is een IETS, een onderneming waarin beide betrokkenen hun txaenz inbrengen en wel om gezamenlijk bijvoorbeeld de hogere rang 'ouder zijn van eigen kinderen' te bereiken.
Hoe meer 'idealisme' en 'hobby-karakter' er bij de gebruikten werkt, hoe gemakkelijker het gebruiken is en daardoor het leven van de gebruikers. Ook nuttig voor de gebruiker is het in de gebruikten aankweken van een afkeer om zich als gebruikte te herkennen en op te vatten.
Het spelverloop van de civilisatie (zo heet het spel dat in de wereld gespeeld wordt) tot nu toe.
Maar eerst hyperlink naar opstel over natuur cultuur en civilisatie voor hetgeen gebeurde voor het spelen: het opzetten van de stukken en het vaststellen van de regels.
Als er eenmaal gebruikers en gebruikten zijn gaat het doorgeven van het gebruikt-worden aan de rest van de onvrijen van start. In plaats van alleen op de apart gebruikte mannen en vrouwen komt de druk terecht op die hele groep, waarbinnen een nieuwe vorm of soort van geld in omloop komt. Dat geld is bevel, is kracht, is doorgegeven druk vanuit / vanwege de gebruikers. Wie zou dat geld willen hebben zonder dat het nodig was om er schaarse (nodige of begerenswaardige) goederen voor te kopen? Niemand, maar dat probleem stelde zich dan ook niet: er was schaarste te over en hebzucht ook, want het tekort was de oorzaak van het instellen van de civilisatie en de hebzucht zou zo nodig alleen al uit de neiging voortgekomen zijn om de heersenden, de gebruikers, na te apen.
Het zich ongelijk onder de gebruikten verdelende geld rangschikt de gebruikten op hun beurt. Er komen steeds meer gebruikende gebruikten. Daarmee, daardoor, daarna gaat het emanciperen aan de gang, dat uiteindelijk resulteert in het onverbrekelijk verbonden zijn van 'geld hebben' en 'macht = koopkracht' kunnen uitoefenen. [Schoolvoorbeeld: als men eigen onderdanen al niet hoefde te betalen, dan toch wel de vreemde huursoldaten.] Als er iemand kan gaan leven van het uitlenen van geld kan hij dat aan deze of aan gene oorlogvoerende partij doen. En zo verloopt die fase van het spel. De adel verdwijnt van het bord, de feodale tijd is over en er is geen macht meer zonder koopkracht.
Het doel van het spelen der geëmancipeerden is rangschikken, dat wil zeggen: alles wat te begeren en te bezitten is ongelijk verdelen. De ongelijke verdeling is het doel, want het hebben van geld, spul en spullen geeft aanzien, bewondering, afgunst en dat is: een rang. Spelen is: ongelijk-verdelen, verder niets. Er is geen ander doel. Het voorzien in het nodige wordt door (nu ja, in opdracht van) de spelenden tussendoor gedaan, net zoals ook wie aan het schaken zijn, ademen en wat eten en drinken. Al het nodige gebeurt buiten spel, ook al wordt er met het laten doen ervan wel weer gespeeld (gegokt op oogstresultaten op termijnmarkten bijvoorbeeld). Door wat en hoe men eet en drinkt toont men zich niet de mindere van deze of gene andere(n). Het lijkt dus alsof men heel wat maakt van het doen van deze noodzakelijke zaken, maar het tegendeel is waar: het is buiten spel. Alleen het vertoon, het zichtbare, is ter zake, dat is: is deel van het spelen.
We zien dus enkelingen en IETSen bezig met elkaar om zoveel mogelijk 'DAT WAT RANG GEEFT' te verkrijgen, om dat zo ongelijk mogelijk verdeeld te krijgen. Armen armer, rijken rijker.
Ongelijkheid veroorzaken en vertonen, daar gaat het om.
Dat doen, dat heet nu 'meedoen in de civilisatie', in onderscheid van: daarin gebruikt worden en in onderscheid van: 'de wereld mijden'. [Af en toe komen er nog wel eens van die Wederdoper-gemeenschappen op televisie, die nog aan dat mijden van de wereld doen. Dan is te zien dat ik dat natuurlijk niet zelf verzonnen heb. Na en naast miljarden mensen levend vermoed ik dat ik niet veel dingen voor het eerst zal vinden.]
trefwoorden voor de zoekmachine:
aarde, wereld, schaken, rangschikken, civilisatie, IETS, trouwen, huwelijk, gebruikten, gebruikers, emancipatie, wereldmijding.
0 Reacties