Jaap Schot, 28 april 2003
Ik ben niet geschapen voor de een of andere baan, de banen zijn niet geschapen om bij concrete mensen te passen. Er moet dus aangepast worden en dat betekent dat de mens, de werknemer, de gebruikte, wordt aangepast, met of zonder tegenzin. Er is in onze natuur voorzien dat er iets gedaan moet worden voor de kost, voor de kost, niet voor de een of andere baas die het bevel van de een of andere soevereine koopkrachtige doorgeeft, een bevel tot iets onnodigs, niet slechts voor de werknemer, gebruikte, die gedwongen wordt, maar ook voor de soevereine koopkrachtige, want het doorgeven van iets nodigs is geen voor de ranguiting mee tellend bevel.
Dat er voorzien is in onze natuur dat er iets gedaan moet worden voor de kost, kan anders gezegd worden: iedereen moet van binnen uit actief zijn, het doet en nauwelijks toe wat, het is onbestemd, want het moet vormbaar zijn, zodat het greep geeft op de omgeving waaraan het nodige moet worden ontwrongen. Nodig voor mij, ontwrongen door mij, voor mij, aan mijn omgeving.
De zeer doeltreffend bedoelde organisatie van dat ontwringen door gespecialiseerden voor velen en dan ruilen en dat via geld, die organisatie zit vol parasitisme en schijndoelen. Zo zit de wereld (de civilisatie) in elkaar en de lezer en ik kunnen daar niets aan doen, zodat dat totaal 100% NIET onze zorg dient te zijn.
===========
Vandaag kreeg ik een oud krantenknipsel onder ogen over een werkloze die heel erg ongelukkig was ‘door werkloosheid’ . Dat was natuurlijk niet het geval, er was een wenspakket naast die werkloosheid nodig om dat ongeluk te veroorzaken.
Aanwezig zijn wensplaten naast het betreurde werkloos zijn. Wensplaten en aangeleerde waardeschattingen: wie werkt is nuttig en prijzenswaardiger dan de werkloze.
Afwezig is: zelf met eigen txaenz bezig zijn aan een eigen project, van de mensen onafhankelijk en dat kan: ‘voor Gods oog’. Henoch wandelde met God: besteedde zonder buitenbesturing al zijn txaenz met God als degene tegenover wie hij zich verantwoorde, zo nodig, om zich zelf bewuster te maken van waar hij mee bezig was.
=======
Wee degene wiens ontogenese geen voldoende recapitulatie van de fylogenese is. Dat geldt voor de uitgroei van de genencombinatie zowel als voor de groei van de apperceptieve massa, die de middelen moet bevatten om met deze civilisatie als ‘leefomgeving’, ‘biotoop’ te LEVEN: te functioneren dus (volledig en harmonieus) zonder enige deelname en zorgplicht als concepten in gebruik te hebben. Zoals een eekhoorn in zijn bos: niet voor, niet tegen, maar ‘nemend’ ván en ‘doend wat het moet doen’ ín het bos. Niet uit op veranderen, vernietigen of behouden van het bos: dat is overstijgend, veel te groot. Niet van belang is of de ratten de aanwezigheid van het eekhoorntje waarderen en zo ja, hoe. Dat soort betrokkenheid van die dieren van het bos op elkaar is stof voor kindersprookjes, niet zo best, het vertellen daarvan.
=======
Geloven zoals een orthodox gelovige in wat men in de kerk/ moskee/ synagoge voor waar vertelt, dat is nu niet passend. Maar het alleen kunnen zijn tussen de geciviliseerden en van hen onafhankelijk voor het hebben van een echte gesprekspartner, daarvoor was en is (het concept) ‘persoonlijk God’. Wee degene die dat concept niet in gebruik heeft voor dat doel en ook niet deel uitmaakt van een door en door goed netwerk van intelligente medemensen, die op de hoogte van de tijd zijn en onafhankelijk denken en financieel onafhankelijk zijn en niet onder discriminatie te lijden hebben, enz., enz. Kort samengevat: “Laat God niet los”.
===========
Ik heb geen idee waar mensen zonder deze God als geleide, aanwezige, waarlijk intelligente, ‘het’ zoeken. Als ze ‘het’ bij hun tijdgenoten zoeken is wanhoop hun deel. Als er onder elke honderdduizend tijdgenoten een aanspreekbare voor jóu is, is dat een godswonder. Er is geen enkel streven er op gericht zulk een tijdgenoot aan te maken en/of met jou in contact te brengen. Je bent dus totaal alleen. O.K. uitschrijven is DE oplossing: dat werkt als bidden, maar vooral aanvankelijk miste ik de lezer zeer. Het duurde een hele tijd voordat de suggestie, de leugen, van de civilisatie ‘zijn is: er zijn voor de ander’ [Luypen in ‘Existentiële fenomenlogie’] volstrekt ontzenuwd, helemaal ontmaskerd, was.
========
Iedere ‘goed’ te noemen genencombinatie binnen de diersoort ‘mens’ heeft alles om voor zichzelf te zorgen. Niet alles wat uit een vrouw geboren (= geworpen) wordt, is ‘goed’ te noemen. Als persoon besproken (c.q. sprekend) heeft een gehandicapte pech. Dat valt niet te ontkennen.
Voor de lichamelijke mogelijkheden (= om te functioneren met alle organen en dat harmonieus) hebben wij natuurrecht op gebruiksgelegenheden, ieder voor onze eigen noden: zelf daarin voorzien, dat is LEVEN.
========
Er is dus NIETS GOED TE NOEMEN aan de mensengebruikerij, het uit kinderen maken (laten groeien door het verhinderen van ander gebeuren) van gespecialiseerde robots-computers, die voornamelijk gebruikt worden om onnodigs te doen voor anderen. Absoluut onnodigs (voor de gebruikte die het doet en voor de gebruikers voor wie het in gehoorzaamheid aan hun bevel, wordt gedaan) is het en vaak is het nog zeer schadelijk ook.
=========
Ook de reactie op dit gebruik dat nooit goed, altijd, in alle gevallen misbruik is, is fout. De verachting en zelfs mishandeling en doding die de mismaakten en onbruikbaren aanvankelijk ten deel viel, werd in reactie ómgezet in het dwangmatig verhinderen van het sterven van deze inadequate genencombinaties, deze personen met pech. Personen zijn verzinsels, het zijn de spelers, als zodanig, het spel der personen is een spel, geen natuurgegeven.
Het laten meespelen van allen die geboren werden kan niet, wel kan men alle geboren genencombinaties tot personen benoemen, dat is puur administratief, en dan een cordon van lieden om hen heen organiseren, die met alle beschikbare middelen en met kunst en vliegwerk verhinderen dat deze niet-spelende spelers doodgaan. Dit is onderdeel van het spel, zoals ook het zonder blikken of blozen laten kreperen van dieren en mensen in andere landen van andere kleuren en zo, onderdeel van dat spel is. Het is het spel van de Verenigde Nazi’s, al spelt men dat anders. De vertegenwoordigers van de Nazi’s zijn van die lieden die de schurkenrol spelen van mensengebruiker in het grote rollenspel. Menigeen juicht als de gebruikten hun gebruiker kunnen kiezen uit een lijstje hen onbekenden, die ze van gezicht en openbaar uitgesproken tekst leren kennen.
=========
Werklozen zijn in onbruik. Dat, in onbruik zijn is de natuurlijke situatie, waarvoor wij geschapen, in de loop van miljoenen jaren geëvolueerd, veranderd, zijn. Een misstand, die van het gebruikt zijn, treedt even niet op, niet met het oog op de werkloze, maar met het oog op de omstandigheden in de mensengebruikerij, in het spel der personen: hun rangschikkend vechten om voorrechten (denk maar aan geld, dat is het gemakkelijkst).
==========
De werkloze heeft maar een enkel probleem: dat van Robinson Crusoe alleen op zijn eiland: hoe kom ik aan wat ik nodig heb, ALS DIER van de diersoort ‘mens’. Wie dat niet zo ziet, is verloren, want blijft ‘persoon’, blijft binnen het spel, en wel in een verloren positie: zelfs zonder honger, dorst, gekleed en gehuisvest, voelt hij zich arm, en als persoon is hij dat ook. Arm en van een lage rang. Een verliezer.
=========
Wijs worden, je verstand thuis krijgen, is: ophouden persoon te zijn, inzien dat dat een spel-identiteit is, niks echts, een verzinsel, een waan, een collectieve waan, erg gezellig dus, zo collectief, maar niet minder gek.
Met wijs worden moet je niet wachten tot je (weer eens) werkloos bent of anderszins in nood verkeert. Integendeel: hoe beter je het hebt, hoe verstandiger het is. Ik heb me altijd verbaasd over die rijk geworden toppresteerders, die niet wijs werden, maar doorgingen met het onnatuurlijke, ongezonde gedrag van hun persoon.
=========
HOE ONTSTAAT EEN PERSOON?
Kinderen leren praten, dat is: ze komen te weten wat (= welke tekst) er gezegd wordt door de anderen om hen heen, bij wat (= bij welke gebeurtenis). Er is een ‘fase’ waarin het kind dat leert praten over zichzelf meldt: “Jantje is gevallen”, “Jantje heeft gewonnen van Pietje”.
De eigennaam postuleert de benoemde, de drager van die naam, als persoon, dader, rechthebbende, slachtoffer, speler, ego (= gerangschikte, dus: baas over, ondergeschikte van). En wij leerden op een bepaald moment ‘ik’ zeggen in plaats van, net als de anderen, onze eigennaam: ‘Ik ben nu aan de beurt”. Het is heel moeilijk het ene te zeggen en het andere te bedoelen, dus: na verloop van tijd voelt en acht de spreker zich een persoon, een dader, een bron van initiatief, iemand die dit kiest, maar dat ook zou kunnen nalaten, enz. enz. Het ‘denken’ (= in zichzelf, - slechts voor zichzelf met het geestesoor te horen -, spreken over) over het eigen zijn behoudt de vorm en inhoud van het (uit hun spreken schijnbaar blijkende) denken van de anderen daarover.
Tot ik het in de gaten krijg en ermee ophoud, leer ik en blijf ik over mijzelf denken zoals de anderen dat (blijkend uit wat ze zeggen) doen. Ik doe als zij: ik vat mijzelf op als een persoon, dader, rechthebbende, slachtoffer, speler (voornamelijk om rang en via die rang, dat aanzien, om 1. seks en 2. alle niét tot onderwerp van distributie gemaakt nodigs), ego.
========
Het kind leert de voorwaardelijke mishandeling (‘straf’ genoemd) waarmee het geconditioneerd wordt vrezen en vermijden. Het leert de gebruiksaanwijzing voor de volwassenen ‘met gezag’ om hem heen. Afkeer en angst van dwang en mishandeling worden omgezet in het zijn eigen gedrag vormgeven in leven volgens waarden en normen. Dat is puur gepraat: in feite is het gewoon leren à la Skinner, dat doen de duiven en ratten ook. En die worden niet beschuldigd van het zich eigen maken van waarden en normen, de wetenschapper is zo wijs niet te doen alsof hij door het gedrag heen ziet en dan zulke abstracties ontwaart.
De podiumkunstenaar is een junkie, die het verschil tussen zijn plankenkoorts en het gevoel bij het verlossende applaus nodig heeft om zich zijn uiteindelijk tussen de anderen toch veilig zijn, telkens weer te bewijzen. Een niet meer te verlossen mensenkind, gevangen in een persoonlijkheid. Zelfs als het financieel, dus ECHT, niet meer hoeft, gaat de junk voort met optreden. Zielig, psychisch.
Het is allemaal puur gepraat bij platvloerse operante conditionering à la Skinner. Wie gepakt worden wegens slechte, onwelgevallige gedragingen, wetsovertredingen bijvoorbeeld, zijn op precies dezelfde wijze afgericht als de goede burgers en moeten dan ook ómleren, niet boeten. Ómleren is: het naast de foute kanalen voor txaenz diepere kanalen aanleggen voor aanvaardbaar gedrag, aanvaardbare txaenzbestedingen.
Echt aangepasten zullen zeggen dat dus hoeren erg moeilijk om te scholen zullen zijn omdat hoerenlopen zo duur is. De wetenschap leert dat geld slechts één van de factoren van KANAALDIEPTE is.
Terzijde: alleen pro memorie:
1. ook kutmarokkaantjes zijn van die figuren die moeten ómleren.
2. ‘conditioneren’ (= doen omleren) gebeurt zonder taal, zonder de ratten en duiven toe te spreken. Taalproblemen spelen dus bij die allochtonen niet in dit verband. Er is niet zoiets als ‘vrijheid’ en/of ‘menselijke waardigheid’ buiten het gepraat van die religie waarvan juristen de priesters zijn. Die religie is het geloof van vele, vele atheïsten en anderen die zich boven geloven verheven menen te zijn. Deze gelovigen zijn uiterst moeilijk aanspreekbaar, omdat ze net als de godgelovigen waar ze zich ver boven voelen, diegenen die hun geloven als geloven aanwijzen uitschelden voor alles wat lelijk en ongestraft te bestrijden is in hun oren: psychopaat, heiden.
0 Reacties