Jaap Schot, 8 januari 2000
Onvoorspelbaar is ongelijk aan ongedetermineerd (= onveroorzaakt) en dat is weer ongelijk aan onbedoeld.
Onvoorspelbaarheid
Als ik iets niet kan voorspellen heeft dat niets met dat iets te maken, alles met mijn relatie tot (met name kennis van) dat iets. Ik maak dus gewoon een taalfout als ik bij dat iets het bijvoeglijk naamwoord 'onvoorspelbaar' gebruik, alsof ik er een eigenschap van benoem. Dat iets heeft niet de eigenschap onvoorspelbaar te zijn, ik kan dat voorspellen hier nu niet. Waarom zou ik dat dan niet gewoon zo zeggen? Nou, omdat ik zo sprekend niet met mij en het onderwerp, maar met mij en de hoorder/lezer bezig ben, bijvoorbeeld.
Ongedetermineerdheid
Als ik iets ongedetermineerd noem, zeg ik eigenlijk dat ik geen theorie heb waarin dat iets als het gevolg van een of meer oorzaken wordt begrepen (---> beschreven). Weer geef ik een relatie van mij tot iets, in mijn spreken weer als ware het een eigenschap van dat iets. Het loont de moeite alle bijvoeglijke naamwoorden die je tegenkomt maar even te onderzoeken op deze truc.
Onbedoeldheid
Om bedoeld te zijn is er een bedoeler nodig en: bedoeld-zijn is weer een relatie, tussen degene die het toejuicht en het al eerder verlangd had enerzijds en dat iets dat hij bedoeld noemt anderzijds. Het iets, het verschijnsel in kwestie is wat het is, bedoeld of onbedoeld. Mijnen en bommen die na het einde van de oorlogen nog ontploften zijn daar mooie voorbeelden van. Ook vulkaanuitbarstingen zijn wat ze zijn, bedoeld door goden of niet bedoeld.
Schijnwerkwoorden en het rijke zieleleven.
Het loont de moeite die hele 'bezigheid' bedoelen eens nauwkeurig te onderzoeken. 'Bezigheid', er is immers een naam voor, die een werkwoord is. Zo is het ook met verlangen. Je kunt het een ander niet zien doen.
Wat blijft er over van het psychische als we zulke werkwoorden niet gebruiken? Hebben deze bezigheden niet een plaats in specifieke omstandigheden, met name de civilisatie, de onvrijheid. Zomaar een aanzet tot een gedachte: als ik een aardbei zie en die 'wil' plukken, die 'verlang' te eten, dan nemen (krijgen) die bezigheden 'willen' en 'verlangen' geen tijd en aandacht om te bestaan, als die aardbei gewoon in mijn eigen tuin groeide en ik er bij kan. Ik pluk en eet. Dat kan iedereen zien, dat zijn echte werkwoorden, en mijn aandacht kan ik rustig voor iets anders gebruiken. Als er die hele ellende van bezit en toestemming en diefstal enz. enz. bij komt, dan remt dat mij: ik pluk en eet niet zomaar, ik ga verlangen en willen en voelen enz. enz. Gut wat een rijkdom aan psychisch leven ontstaat daar.
Ook 'bedoelen' is zo'n schijnwerkwoord en wel uit de buurt waar met schuld geschoven wordt. Stel ik stoot me aan een paaltje in mijn tuin. Ik voel even pijn, kijk geërgerd. wrijf er over en einde. Er komt geen gedachte of ik dat stoten nu bedoelde of niet. Ik zeg misschien zoiets als 'rotpaaltje' of 'misplaatst kreng', maar ik personifieer dat ding niet en die plaatser was ik zelf. Dat hele rijke psychische leven, met zijn bedoelen, kwalijk nemen en verantwoording en schuld aan het leed, enz. enz. treedt niet op.
Iets op een andere manier bespreken is ongelijk aan dat iets veranderen. Hoe ik iets ook begrijp of bespreek en of ik überhaupt dat iets wel opmerk, dat maakt allemaal geen verschil. Alleen wat ik doe aan dat iets, dat heeft gevolgen.
==============
Toen de intermoleculaire ruimten werden gesteld (in die theorie), kon de timmerman gewoon doorhameren, waren de bomen nog steeds met bijlen en zagen te vellen en bleef het aan te bevelen om geweerkogels ongehinderd te laten passeren. Hetgeen naar men zegt nodig zou zijn om de verschijnselen bij het allerkleinste te vatten in een theorie, raakt het grof-mechanische niet.
Modellen zijn na en naast elkaar te gebruiken.
"God dobbelt niet" is wel een heel interessante uitspraak. Het oorzaak-gevolg model, het determinisme, is minstens ook maar een model. Niets gebeurt zomaar.
Alles moge dan voortdurend veranderen, het ene verandert sneller dan het andere: het heeft nut en zin om te onthouden waar mijn fiets staat, waar de stad ligt en waar de kust. Verwachten op basis van wat ik eerder zag, is zinnig, niet dwaas. Wetenschap beoefenen (= meldingen bewaren) is geen gekke bezigheid. Leve het lange-termijn geheugen.
Wie dat model (alle veranderen is veroorzaakt) verlaat, moet het gewoon even zeggen, resp. tot zich door laten dringen. Wie het Bedoeler - bedoeling - daad - model binnengaat of verlaat moet dat ook gewoon even melden. Dat is geen onredelijke eis.
De vijanden van de wetenschappeljkheid.
Niet (zozeer en/of alleen) de godsdienstigen (die een Bedoeler stellen achter wat zij niet zelf veroorzaken en hanteren), maar de juristen zijn de grote vijanden van natuurwetenschappelijk denken buiten de onderwerpen en werkuren van de specialisten-ingenieurachtigen.
Die juristen stellen dat er een vrije wil in iedereen zit en dat er dus op het gedoe van de mensen geen natuurwetenschap te bedrijven is. Alle juridische subjecten zijn evenzovele godjes, bedoelers zonder hoofdletter. Soeverein zijn ze, eerst was alleen de vorst van de winnende club dat na de overwinning, toen de verzonnen God met wie deze overwinnaar in toom gehouden moest worden en (naar de onderworpenen toe) met gezag bekleed om te verhinderen dat hij telkens weer zijn (militaire) macht moest gebruiken, en toen werd, al emanciperend, iedereen, elke onderworpene, elk subject, dat. Het soeverein subject.
Een vijand binnen hem voor het soeverein subject.
Daar, naast het leger en de praters, de juristen, zijn er de priesters: die stellen dat slechts 'de mens' zo'n soeverein ding heeft dat 'vrije wil' heet, nu is het ineens een bezit, een soort gereedschap, waarmee men zich kan verzetten tegen (LET OP:) aandrangen !, aandrangen vanuit 1. de tot wat niet mag geneigde ziel en vanuit 2. het lijf, dat een vrijwel totaal onbekend maar tegenwoordig chemisch beschrijfbaar geacht ding is. Zo had iedereen een andere vijand van zijn vrije wil dan de echte, gegevene, aanwezige: de vorst en zijn trawanten.
=============
De moderne vorm van omgaan met 'vijand lichaam'.
Alleen wie onder de terreur van de eisen van opzij gebukt gaan vatten tegenwoordig het ding 'hun lichaam' nog op als een vijand: een natuurkundig iets nu, en ze houden zich bezig met de vorm en het gewicht ervan. En ze bestrijden in de sport de beperkingen en grenzen ervan.
=============
Verschijnselen zijn ons verschijnselen dank zij onze zintuigen. En onze -scopen en -grafen maken dat we meer zien via deze, dan rechtstreeks. Dat verandert niets aan de vraag of we het oorzaak-gevolg-model kunnen verlaten zonder ons in wanhoop en ellende te dompelen.
===============
Daar heb ik het hier even over: wat gebeurt er als ik het oorzaak-gevolg-model verlaat en daarbuiten ga denken over wat mij aan verschijnselen gegeven is?
Als ik het bedoeler-daad-model verlaat ben ik af van alle Job-gedachten: ellende en geluk zijn veroorzaakt of gedaan. Zo ze veroorzaakt zijn, zijn ze niet door een bedoeler op mij gericht en hoef ik niet te zoeken naar redenen voor gunst of straf of ongunst. Als ik mij binnen het oorzaak-gevolg-model houd bij het begrijpen van wat mij en anderen overkomt, dan is er geen reden voor iets anders dan ons er zo goed mogelijk uit redden en ons tegen niets positiefs verzetten en tegen niets negatiefs 'ja' zeggen.
Ieder van ons leeft, als we afzien van verzinsels als 'de mens' en 'de maatschappij' en andere niet-bestaande gepostuleerde gezamenlijkheden, zijn eigen (vanuit die verzonnen gehelen / IETSen) 'klein' genoemde leven.
Ieder van ons leeft zijn eigen 'klein' genoemde leven.
Laat ik het terrein gezondheid - ziekte als voorbeeld nemen. Degelijk onderzoek met alle medische apparatuur kan soms een ziekte aantonen lang voordat de patiënt er ook maar iets van kan merken. Is die patiënt nu al patiënt? Is iemand al ziek als hij zijn ziek-zijn nog niet kan merken? Een mens is als een vuur, een bundel chemische processen, gedoemd ooit uit te gaan, op te houden, klaar te zijn. Wat dat vuur tussen ontbranden en uitdoven doet is branden. Tussen conceptie en dood ligt het leven, dat ononderbroken veranderen betekent, veranderen is. Soms is er nog kans op weer oplaaien, soms niet. Zeer zelden weten we wat we op het vuur dat wij zijn moeten gooien om dat oplaaien te veroorzaken, dat verminderen tegen te gaan.
========
Voor iedere veranderen is er een oorzaak, dat stellen wij als wij met het oorzaak-gevolg-model werken, ['werken, dat is hier: begrijpen, ordenen, 'denken']. 'Als' we daarmee werken, dat is: zodra en zolang, hier niet: 'en in zoverre', we daarmee werken, want: we denken voor 100% daarin of we verlaten het model. Dat model heeft geen vage grenzen, het is namelijk een helder en wel-onderscheiden begrip, zelf gemaakt en dus voldoend aan deze Cartesiaanse eis. Wees nou ook hier sportief: we spelen voetbal of handbal, geen kruisingen en mengsels.
============
Als we de oorzaak weten, dan kunnen we gericht 'schieten' met medicijnen en ingrepen, weten we de oorzaak niet, dan kunnen we kiezen tussen niets-doen en spervuur afgeven: in het duister schieten. Dan werken we met statistisch verwachte resultaten en met 'alternatieve' medische behandelingen. Met andere woorden: zo werken we voor vrijwel de volle honderd procent, zowel binnen de reguliere als binnen de alternatieve geneeskunde. We behandelen op z'n best de patiënt als een exemplaar van 'de mens'. Straks hebben we het genoom van (welke onderzochte lijken eigenlijk, die stonden voor:) de mens, niet van 'deze patiënt'.
=============
En als we dan dat genoom hebben: ontelbare combinaties van vier letters (ACGT) waaronder zich woorden bevinden die namen zijn van begrippen, oftewel werkzame eiwitten die fabrieken zijn voor andere, die vormen hebben en/of vormen veroorzaken in weer andere, enzovoorts. Voordat die onmetelijke bibliotheek gelezen en met de werkelijkheid verbonden is, zijn we een hele tijd verder, en veel geneeskunst vaardiger.
==============
Wij, de lezer en ik, zullen daar niets aan hebben. Wij zijn al dood. Zo lang zullen mijn teksten mij niet overleven.
==========
Als we het oorzaak-gevolg-model binnen gaan, in gebruik nemen, dan stellen wij vast dat alles wat ons overkomt, is gedetermineerd, vanuit het verleden en vanuit het boven onze macht gaande heden veroorzaakt, vastgelegd. Ik kan er niets aan doen dat ik iets over het hoofd zie, dat dit of dat mij wel en iets anders mij niet invalt of opvalt, dat ik het een wel, het andere niet nastreef. Zonder dat postulaat 'vrije wil'/ soevereiniteit is er geen schuld, geen daad, slechts doen en veroorzaking door-mij-heen. Het is vast (blijkbaar) een leuk gezelschapsspelletje om schuld aan te maken via die vrije wil en dan met die schuld te gaan schuiven en ik kan er ook niets aan doen dat ik niet meer en niet minder mensen bereik(te) met dat idee dat hij zelf met dat spelletje al of niet door kan gaan. Dat idee 'het is een illusie' is in omloop en veroorzaakt, nu ja streeft, door mij heen. Voor een doorgeefopening in een muur lijkt mij het begrip 'ik' weinig nuttig en bruikbaar.
Het blijkt hier dat het oorzaak-gevolg-model niet inspireert. Nou, daar is het ook niet voor. Als we van de inspiratie en van de schuld af zouden kunnen geraken, door het verdrongen worden van dat gezeur over de vrije wil door de nuchterheid van de bewuste toepassing van modellen, dan zou dat een grote verandering betekenen. Ik weet echt niet of de nuchterheid het ooit zal winnen. Ik verwacht het niet binnen mijn tijd voor alle mensen, maar ik kan het binnen mijn bereik (= alleen voor mij alleen) overwinnen, dat gedenk met schuld en soevereiniteit en iets buiten het nodige voor mijn volledig en harmonieus functioneren.
Mijn lijf zal zich zolang mogelijk zelf volledig en harmonieus functionerend houden en ik help mijn brein erbij dat het tegen de software die er in binnen gedrongen is in, zich als bondgenoot van de rest van het lijf aan die beperkte strevingen houdt.
0 Reacties