Jaap Schot, 19 juni 1995
Is er dan geen ontsnappen mogelijk uit Watwon. Wij wonen in het land van Watwon. Watverloor is ten onder gegaan, is niet meer. Hier en daar zijn er sporen van, maar in sporen is niet te wonen. Wat won was niet het beste, het won, dat is alles. De overwinnaar schrijft de geschiedenis en daarom lijkt het in de geschiedenisboeken alsof er vooruitgang was. Vooruitgang is een nietszeggende term, wanneer het gaat over een gebeuren: elk gebeuren, al heeft het geen enkele samenhang en evenmin een vaste richting, strekt zich uit in de tijd en die heeft maar een enkele richting: "vooruit": elk gaan is vooruitgaan, zelfs als het meegezogen worden is, met de tijd. Het 'vooruit' hoort bij de tijd, niet bij het gebeuren. Het gebeuren is slechts veranderen. Er is geen verbeteren, niet los, alleen door het te vergelijken met iets anders kun je iets een verbetering noemen, en wel als er hoger gescoord wordt op de een of andere meetbaarheid (dimensie), die jij toejuicht. Onzin dus.
De diepe wortels van het gebeuren in deze tijd kunnen wij zoeken en vinden. Het gebeuren is goed noch kwaad, op zichzelf genomen. Pas als ik het op mezelf en wat ik nodig heb betrek, kan ik wat er gebeurt objectief1 goedkeuren of afkeuren. Soms raken dingen mij en dan hoef ik ze niet op mezelf te betrekken, dan is dat [betrokkenheid veroorzaken] het initiatief van die dingen, van wat men 'het lot' [in dit geval: mijn lot] noemt.
Het bewonderen van wie winnen [= (zie boven in het dgb van deze maand) wie roven, namelijk txaenz van anderen uit de grote stromen gezamenlijk-bestede txaenz] is de kern van het rangschiksysteem. Waartoe rangschikken ze zich, de 'aap+' - exemplaren? Om bewondering en het gedrag jegens hen waarin dat bewonderen wordt geuit, te oogsten. De slaven en slavinnen zwermen om de grote rovers, als de motten om het licht.
Uitstappen, het spel verlaten is niet meer dan: ophouden te waarderen. [Het waarderen, waartoe het vergelijken (van 'wat is' met wat dan ook) gedaan wordt).
Voor wie er uit wil, uit het systeem, geldt:
- niet keuren, niet bewonderen en niet verachten (iets verachten is nog steeds een vorm van ermee bezig zijn):
- het gebeuren (dat al wat gedaan wordt omvat) dient alleen oplettend gadegeslagen en bestudeert te worden teneinde geen kansen te missen en geen gevaren over het hoofd te zien.
Dat hele rangschikken is de bezigheid van de anderen. Een mens die tussen rangschikkers leeft (geworpen is) kan zich zelfs een rang laten toedelen, zonder daartegen ook maar een ogenblik te protesteren. Het gaat er alleen maar om dat hij niet bewondert, niet het spel voor ernst, voor nodig, voor waardevol, aanziet. Hij kan spreken van beschaving, ontwikkeling en vooruitgang, dat is goede camouflage, als hij maar begrijpt dat het geheel totaal hol is. Als hij maar het feit kent dat iedereen door de slechts voor hem bestaande, open staande, deur, het spel ieder ogenblik kan verlaten.
Het geweld dat gepleegd wordt, is daarmee niet weg. Overal verhongert men mensen (en andersoortige dieren en planten). Er is alleen maar 'niets meer aan de hand'. Er zit niets achter. Wie hetgeen is, doorziet, kent het feit dat hij niets hoeft. Alleen het nodige voor zijn leven en welzijn, voor zijn functioneren als exemplaar van zijn soort, is nodig. Het onnodige is onnodig.
Ooit hoorde ik eens een jonge man zeggen: "Ik hou het voor gezien." Hij bedoelde het leven op aarde in de civilisatie en pleegde enige dagen later zelfmoord. Er is inderdaad niet veel te zien. Het is allemaal een kwestie van hoeveel leugens er tegen je verteld zijn, toen je jong was.
Als er groepen willen ontsnappen, kunnen ze dat, sommige sekten doen het. Maar het mislukt als er geen familie ontstaat. Ik denk dat er van sekten die het presteren om te ontsnappen, geen meldingen doordringen tot de televisiekijkers / krantenlezers. Af en toe een klein artikeltje over Amish of zo.
Wereldmijding, wereldverachting, wereldverzaking, wereldongelijkvormigheid, dat zijn van die termen waar men weinig van hoort. Ook de evangelische christenen beperken zich tot blij zijn in hun hartje. Irrelevantie is hun kenmerk. Zij hebben geen woord voor de wereld, maar voor de kneuzen die die wereld kunstmatig in leven houdt en/of van oorspronkelijk gezonde, levenskrachtige kinderen maakt (bijvoorbeeld door de ouders hun gang te laten gaan, ook al deugen ze niet als zodanig). De kneus en het slachtoffer, daar jagen ze op. Het misbaksel en de verwonde. Wie 'niets heeft', 'gezond is', 'het aan kan', die laten ze met rust, die zeuren ze niet aan het hoofd. Die laten ze als buit voor de roofmensen (de liberalen, de ondernemers, de leiders, de uitbuiters, de politici). Zonder protest.
De winkelende huisvrouw en de gewone VUTter op straat of de werkloze jongere, die vragen ze nog wel eens wat God/Jezus voor hen betekent.
Maar de succesvolle vechter om rang / voorrechten, die wil niet gestoord worden, die heeft geen tijd, dat weten deze venters met verlossing. Ze wachten tot de overspanning toeslaat of de acute ziekte, dan grijpen ze aan. Roofdieren-tactiek. Goed afgekeken. Gezonde volwassen dieren valt men niet bij voorkeur aan.
Er zijn (vast wel onder andere) deze tweedelingen bij txaenz-besteding:
- aan wat niet meespeelt
- aan wie meespelen.
te vermenigvuldigen met :
- nodig voor eigen leven / welzijn / functioneren
- daarvoor onnodig
te vermenigvuldigen met :
- in dienst(baarheid aan anderen, gezagsgetrouw als slaaf, onder bedreiging gehoorzamend als gevangene)
- in vrijheid (op eigen initiatief, kan helpen bevatten).
Dat levert 2 x 2 x 2 = 8 hokken op.
In elk van deze hokken kan een bepaalde bezigheid blijken geplaatst te moeten worden.
Het helpt bij het verlaten van de eigen gewoonten, wanneer men dat plaatsen ook werkelijk doet.
Het blijkt dat het afwassen dat ik doe, precies zulk zelf mijn bediendenwerk doen is, om toch maar als een vorst van borden en met bestek te kunnen eten, als gras maaien en heggen snoeien dat zijn: (eigen bediendenwerk doen om toch maar, - in dit geval -, een vleug van Versailles of de Tuilerieën te hebben).
Wie wil zulke dingen nou weten? Ik.
Iedereen blijft alles vreemd, wat hij niet in zichzelf verneemt. Ook de gelegenheid om, als docent, studenten zo'n schema in te laten vullen met hun eigen voorbeelden van bezigheden, is vrijwel zeker totaal vruchteloos. Het kader: mijn wereldvijandigheid komt niet door die oefening heen tevoorschijn. Bovendien: vijandig-zijn is een bezigheid, ik ben niet bezig met de wereld, ik gebruik die alleen maar als achtergrond om mijn eigen txaenz-besteding tegen af te tekenen.
De wereld staat zo gemakkelijk zoveel voedsel en goederen af, dat ik slechts door me er verhaaltjes bij te vertellen enig gevoel van succes erbij kan aanmaken. Ik kocht op de rommelmarkt een splinternieuw wollen truitje voor f. 2,50. Zulke dingen kunnen. Ik loop rond in een broek uit de dump, was relatief duur: zestig gulden. Daar doe ik rustig ettelijke zomers mee. Voedsel is er ook in overvloed en zuiver water, drinkbaar, kost f. 1,20 per 1000 liter !
Ik moet alles zelf voor mezelf doen, ik leef totaal alleen. Ik ken dat feit en ontken het niet. Ik ben er gelukkig en tevreden mee. Tevredener dan ooit eerder in mijn leven.
******
De nieuwe politiek in Watwon.
****
Het drong op een zekere dag door dat SAMEN LEVEN ook zonder dienen kan. Het verschijnsel 'helpen' was al bekend. Het deed zich voor en tijdens het tijdperk van de slavernij = van het dienen voor. Wat weg zou vallen was niet het leven, zelfs niet het goede leven, het volop, volledig, harmonieus optimaal functioneren. Wat weg zou vallen, was het TOPPRESTEREN. Geen vrij mens gaat zich specialiseren en dan toppresteren. Iedere gezonheidskundige raadt het af, dat presteren op je top / aan de rand van wat je nog net kan. Harmonieus, volledig moet je functioneren2, niet: plaatselijk maximaal.
Het bleek onmogelijk 'de voordeelhebbers bij het afdwingen van dienen' te brengen tot het aanmaken in zichzelf van beweegredenen om op te houden met dwingen. Even moeilijk was dat bij diegenen die nog niet wonnen, maar zich een kans 'gaven' (die kans verwachtten, daarop vast hoopten, daar op gokten, zich wijsmaakten dat dat geen gokken, maar een behendigheidsspel was).
Aan wie gedwongen werden tot dienen een alternatieve gelegenheid geven om aan geld te komen, dat zou de slavenmaatschappij niet breken. Er zou een alternatief naast komen, slechts dat.
Hoe voordeelhebbers (en voordeelverwachters) in te zetten om tegen het allen omvatten van de slavenmaatschappij te vechten? Dat was de vraag. Met lui die winst nastreven om de winst, breek je de slavenmaatschappij, die nu hier de vorm van kapitalisme (gedemocratiseerd liberalisme) heeft opgelopen.
Roofmensen inzetten tegen roofmensen.
Voor het lagere volk weet men dat al: met dieven vangt men dieven. De stroper kan de beste jachtopziener worden.
Het gewone, domme, nooit oplettende of doordenkende volk zover krijgen dat het slechts op een partij hoeft te stemmen om de slavernij waarin het zit te breken. Een partij van diezelfde soort lieden als die van de huidige partijen: gebruikers (van het feit dat de gewone man de invloed die hij als kiezer heeft, noodgedwongen, exacter: systeemgedwongen, moet laten klonteren in zo'n partij, zo'n fractie in de volksvertegenwoordiging).
Op een dag lukte het in Watwon om voor zo'n partij dat ene punt te vinden, waarmee de massa te lokken was: iedereen kan met (bewijzen te kunnen na) leren AAN GELD KOMEN !
HET GEEFT NIET WAT JE LEERT, je krijgt geld voor (het feit) DAT je leert.
Dat bleek precies de truc die het deed.
Niemand was er die geen centjes voor zich in het verschiet zag.
Iedereen kon wel bewijzen wat te kunnen.
"En bewijzen is 'vangen'" , zo was de regeling verwoord voor het volk.
Ja, er moest een zware stroom geld van de belastingbetalers naar de belastingbetalers en dat geld zou ongelijk verdeeld worden. Onder wie leerprestaties leverden. De moeilijkheid van hetgeen geleerd werd, deed niet ter zake, de gemiddelde bestede txaenz was voor elke meting aan een ex-leerling de achtergrond. De weinige genieën drukten dat gemiddelde niet noemenswaard en de leerlingen van enige vaardigheid waren 'onder elkaar' als bepalers van het gemiddelde.
Wat betaald werd voor geleverde en bewezen leerprestaties was aan de belastingen en uitkerende instanties bekend geld en de uitkeringsgelden waren dus evenals veel weggevallen schadeherstellingskosten vanwege verveling en leegloperij beschikbaar. Aan geld was nooit gebrek, dat wisten alle inwoners van Watwon: als er ergens gebrek aan was, dan aan motivatie (in dit geval: om te betalen. Deze truc 'leren voor geld mogelijk maken' motiveerde, want iedereen zag het als een behendigheidsspel, en het viel volkomen binnen waar ze mentaal op afgericht waren: iets doen, zich inspannen, zijn txaenz besteden aan (in dit geval: leren) om ongelijk verdeeld raken van 'het geld' (---> de rang, het aanzien, de voorrechten, de bewondering) mede te veroorzaken, met name het eigen meer krijgen dan vele anderen. Het zich aanschaffen van minderen met toegestane, ja aangemoedigde, geijkte, aangeboden, middelen.
Iedereen was er echter van overtuigd dat de uitdaging om meer dan het aan (extra) belasting betaalde terug te halen uit deze regeling voor hem wel het aannemen waard was. dit was geen loterij, dit was een behendigheidsspel.
Dat het voorstel er door kwam en dat de regeling kon slagen kwam doordat er geen heiligen nodig waren, noch geïnspireerden, noch als politici, noch als ondernemers-winstmakers (in de bedrijfsmatige bezigheden administreren, onderwijzen, leermiddelen beschikbaar stellen, leerstof aanmaken, prestatiemetingen aanmaken en leerresultaten meten).
Noch als kiezers. Noch als cursisten.
Nee, ik geloof niet dat het zal gebeuren. Als ik de radio en televisie beluister, dan blijkt steeds dat men niet alleen het constructieve en goede niet zoekt, niet aanvaardt, maar het zelfs bestrijdt. De mate waarin de erfgenamen van de Nazi's het hen door de USA opgedrongen liberalistisch democratisme verheerlijken en het mislukte pogen natrappen om socialisme in de plaats van liberalisme te stellen, die mate is niet te overtreffen en dat gedrag is nog werkzamer als braakmiddel dan de teksten van Wiegel en andere VVDers.
Ik heb vroeger nooit de pest gehad aan politiek, ik begreep er gewoon niets van en zag niet van alle politici en hun rennende honden (de journalisten en televisie-interviewers) dat ze niet op zaken gericht zijn.
Wat kan het doel zijn van het openen van een ander maatschappelijk aanvaard kanaal voor txaenz naast 'het dienen van anderen voor geld' ? Dat doel kan zijn het voorkomen (de preventie) van misdaad en overtreding, door het bevrijden van de massa van het kapen en gebruiken van de macht van Koning Klant door de werkdoorgevers en de politici. De macht ligt namelijk bij degenen die in sollicitatiecommissies gezeten de sollicitanten al of niet een stuk van de werkgelegenheid laten. Aan het ooit sollicitant-zijn kunnen slechts weinigen [enkelen van elke honderd] zich onttrekken.
Zonder dienstverband geen rang. Ze laten je hier niet verhongeren, maar ze leggen geen weg aan naast het werken, dat is: dienen voor geld. Hoezeer ook dat feit dat er alleen die ene weg is, ertoe leidt dat men waanzinnig omgaat met mensen, txaenz-bronnen als ze zijn en met hun maaksels en prestaties. En met 'het milieu', zoals men alles wat niet meespeelt om rang noemt. Men gokt, men rooft, men bedriegt, men bedreigt, men perst af enz. enz. Allemaal omdat er geen legale, waardige, maatschappelijk-aanvaarde weg naast het jaagpad der nijverheid, de veelbaans-industrieweg is.
In feite heb ik de gelegenheid gehad en aangegrepen om levenslang van leren te leven. Dat beetje werken op kantoor van de n.v. Kon. Mij. "De Schelde" en als leraar en docent, mag nauwelijks een naam hebben. Ik heb me daar onttrokken aan het [als een werker aan een lopende band] iedere jaargang leerlingen hetzelfde te onderwijzen of ook maar hen dat te onderwijzen dat ter zake van hun misschien a.s. beroep was of zou kunnen zijn of worden. Ik heb onderwezen, niet opgeleid. Voor het leven en niet voor het beroep. Als vrije mensen heb ik hen behandeld, aangesproken, niet als slaven-in-zelfbezit.
Ik heb mezelf ook nooit ervaren als slaaf in zelfbezit. Ik ervoer en ervaar mij als en vrije buitenstaander, gevangen door buitensluiting. Niet de gevangen of het bezit van iemand anders, maar de door allen die bezitten buiten hun bezit gehouden. Bezitten, dat is juist dat: anderen buiten je bezit houden, je bezit buiten gebruik door anderen houden.
Zo raakt iedereen opgesloten binnen zijn eigen bezit, gezien de openbare ruimte ('de straat') gevaarlijk is, door misdadige energie van sommige buitengeslotenen.
Ik weet dat ik anders denk over de stand en gang van zaken in de wereld dan vele anderen. Ik weet dat de meeste mensen 'het zo niet aanvoelen, zo niet zien'. Het is hun wereld en zij laten zich gelden, ze laten hun aanwezigheid gevolgen hebben, ze laten zich niet wegdrukken, ze drukken terug, ze dragen bij aan het grote drukken, de enorme spanning. Dat is hun goed recht. Er is inderdaad geen enkele geldige reden om de wereld aan de anderen over te laten, die maken er een bende van. Al druk ik zo hard ik kan en al publiceer ik pleeg ik onoplosbare moorden op harde kwaadaardigen op gevaarlijke, invloedrijke posities, ik kan er niets meetbaars aan veranderen.
Op de een of andere manier kan ik geen afstand doen van het verhaal dat er gewoon onder wie het kwaad doen moordend moet worden huisgehouden door de welwillenden. Mijn politie zou recidive voorkomen. Het hele kwaad in de maatschappij heeft enkele daders per duizend ingezetenen. Waarom men die niet gewoon versneld tot reïncarneren aanzet, ten hemel opzendt voor recycling, is mij totaal onbegrijpelijk.
Fout: ik kan het uitstekend begrijpen, ik kan het alleen niet navoelen omdat ik geen speler ben (dus niet juridisch denk) maar een vrij mens (dus objectief denk). Het is het al eerder deze maand uitgeschreven verschil tussen de advocaat en de ingenieur/wetenschapper. De mensen die binnen zijn, de geciviliseerden zijn met elkaar aan het spelen, ze rangschikken zich en doen dat met de gezamenlijke vooronderstelling dat dat vanzelfsprekend en goed is. Ze scheidsrechteren en alle moorden zijn voor hen overdrijvingen, geen echt andere bezigheden dan het inzetten van andere middelen om het verzet tegen bijvoorbeeld roof of rechtstreekse rangverhoging te breken. Er is niets kwalitatief fout, binnen het spel, aan het doden van wie je in de weg staat, er is alleen sprake van verkeerde plaatsing, foute inschatting van de setting, bij wat ze ineens 'moorden' noemen.
Kijk, waar gedood wordt, daar is oorlog. Niet andersom. Wie doodt definieert zijn situatie als oorlog, als een oorlogssituatie. "Voetbal is oorlog", zo luidde de uitspraak van een gladiatoren-baas, een jaar of tien terug. "Handel en industrie zijn vormen van oorlog" liet de TELEAC ons via televisie weten.
Wat niet mag, dat is in een keer, met een slag DODEN, doden mogen er allen, maar alleen per ongeluk en zoals men salami-worsten toedient: schijfje voor schijfje, stukje voor stukje, zo goed mogelijk verborgen, onmerkbaar. Onmerkbaar doden, dat mag. 'Per ongeluk gebeuren' noemen wat men van tevoren zeker weet dat komen zal.
Wie een mitrailleur in een volle bioscoop leegschiet, in het donker, zonder te richten, en zich daarvoor laat betalen, die kan vrijwel zeker niet gestraft worden. Hem te straffen zou een precedent scheppen voor sigarettenfabrikanten, wapenfabrikanten, asbest verwerkende industrieën, mijnen, 'het verkeer', onveilige gereedschappen en medicijnen, enz. enz.
De mensengebruikers onder de met elkaar om rang spelende geciviliseerden nemen risico's: ingecalculeerde risico's:
De berekende risico's, de zeker komende, vooruit geziene schade aan andermans tijd van leven, zijn verstand, zijn energie, enz., vernietiging van ook ongebruikte txaenz van anderen, van ook de 'vrije tijd, aandacht, energie en vaardigheden van niet van tevoren aanwijsbare anderen.
Ze zijn volkomen op elkaar betrokken en 'binnen en daardoor blind voor wat ze aan het spelen zijn oftewel voor dat ze aan het spelen zijn' [let wel: ze zijn niet blind voor wat er in het spel gebeurt en hen raakt, allesbehalve.].
Wat er binnen het spel gebeurt, dat is het enige wat ze willen zien. alleen als iets van buiten het spel [schade door natuurramp, ziekte of dood] hen raakt, worden ze even wakker, en dan gaan ze 'bewuster leven', zeggen sommigen soms van zichzelf. Maar dat is al zo dikwijls op televisie gebracht, dat het nu een verplichte uitspraak is bij zulke ziekteprogramma's. Ziekteprogramma's, natuurfilms en spiritualiteit, dat zijn kijkjes op wat buiten spel is. Ze zijn vooral voor lieden die niet meer aan een opleiding kunnen deelnemen. Kijken wij naar de TELEAC, dan zien we iets heel anders. Dan zien wij PROPAGANDA. We zien de geleerden bezig hun opdrachtgevers te dienen. De 'zuivere wetenschap' wordt gepopulariseerd gebracht: het vermaakspark met archeologische vondsten en leefwijzen, bemand met vrijwilligers die primitief doen. Dat is mooi voor de belastingbetaler. De staat, in handen van de kleinst maakbare geest, de grootste gemene deler der bezitters, Koning Klant, De Belastingbetaler (zie De Telegraaf, een dagblad), dwingt de geleerden tot het verkopen van hun vak aan Jan Publiek. Koning Klant wil zijn koopkracht terug ten koste van de belastingen: lastenverlichting.
Wetenschap beoefenen is gewoon werken in een tak van de amusementsindustrie. Alle natuurfilms zijn voorspelbaar, maar ook alle wetenschap populariserende programma's zijn dat. De beeldvullende dieren en planten zijn bedreigd, als soort of ze vormen een ons, mensen, als plaag, begeleidende plaag, een bijplaag of volgplaag.
Ook televisiekijken levert alleen maar een verder jarenlang eenderblijvend beeld. Alleen Sonja wordt ouder en verandert zichtbaar, haar programma niet. De Rolling Stones zijn allemaal al boven de vijftig jaar oud en doen nog dezelfde kunstjes als toen, zegt men op televisie, dus het zal wel zo zijn.
Ze leven niet, de geciviliseerden: ze spelen tot hun dood er op volgt. Als ze door een schrik (ziekte of ongeluk) buiten spel komen, weten ze net zo min iets te verzinnen als voordat ze gingen spelen. Ze krijgen veel gevoelens bij andere mensen en soms gaan ze spiritualiteit beleven. Dat ligt klaar, net als natuurfilms zijn er van die programma's met echte religies (preken overal en 'mag ik eens met je praten' van de EO en niet te vergeten islamieten, boeddhisten en hindoes op radio 5 en zo) en programma's als "Het Zwarte Gat". Ook een geweldige vondst. Op Duitsland is er een geweldige golf kwakzalverij. En als amusement komen er dan ook weer mannetjes die kwakzalvers ontmaskeren.
Niets waar emoties mee te wekken zijn bij luisteraars en kijkers, wordt uiteindelijk in onbruik gelaten. Er staan nog een heleboel perverten te wachten tot zij aan de beurt zijn om op te treden. Het is een kwestie van enkele tientallen jaren en
films met sexueel prikkelende kindermoorden worden (zeker op betaal-tv) voor iedereen toegankelijke koopwaar. Eerst alleen gespeeld, later echt, in beslag genomen materiaal, gebruikt bij strafprocessen. Later: theoretisch daarbij bruikbaar.
Zoals het gaat met alles wat aanvankelijk nog onder het resterend afwijzen vanuit het christendom viel. De gladiatorengevechten zijn terug. Alle perversies zijn tot ziekte verklaard, dan erfelijk verklaard, dan als keuze ten tonele gebracht, nu toch via ziekte en erfelijkheid de schuld er af gewassen was. Het gokken is in volle omvang terug. Het verbieden van enkele drugs naast het toestaan van alcohol is waanzin en heeft geen enkel verband met het onderwerp volksgezondheid, het gaat alleen om enorm veel werkgelegenheid.
Na enkele tientallen jaren televisiekijken ben ik nu wel op de hoogte. Het is van geen enkel belang of er ooit iemand op de maan geweest is, 'men' gelooft het. Het is van geen enkel belang wat er waar of verzonnen is van wat men gelooft. Op wat men gelooft baseert men zijn doen en nalaten. Niemand heeft uit eigen waarneming dat er 15 of 16 miljoen Nederlanders zijn. Niemand kent het getal van de bewoners van zijn dorp anders dan abstract. Mensen zijn klein levende dieren met een 'vals bewustzijn', met onbruikbare informatie, waarmee hun gedachtenfabriek invallen voor hun bewustzijn zou maken, als zij al niet lang de gewoonte hadden niet op invallen te wachten, maar het voor de hand liggende drukwerk te gaan zitten lezen, de radio aan te zetten, met de afstandsbediening voor de televisie te gaan zitten spelen enz.. Als ze zonder dat soort niet aan hen geadresseerde informatie / tekst van anderen zitten, raken met elkaar aan de prietpraat. Een eventuele 'eigen' gedachte laten ze echt niet tot hun bewustzijn toe, laat staan dat ze er over zouden gaan zitten doordenken: 'hoe kom ik daar nou bij ?', 'hoe kom ik er toe daar naar te streven ?' en dat soort dingen. Hou toch op.
Wat voor gezelschapsspel is de civilisatie, dat rangschikken ? Wat moet ik daar nou in en mee ? Ben ik daarvoor bestemd ? Ben ik bestemd ? Moet ik dit, hier aan meedoen ? Moet ik iets ?
De antwoorden zijn ook niet zo boeiend, ze zijn bevrijdend, maar wat is vrij zijn in een kooi ( = in wat resteert nadat de anderen hun bezit namen). Vrij zijn heeft geen inhoud.
Alleen
1. - de nodige bezigheden en
2. - de afgedwongen bezigheden
[die voor jou voorwaardelijk worden gesteld door de anderen, die wat jij nodig hebt aan spullen en spul, hun eigendom vinden],
die (1. en 2.) kun je opsommen, want die zijn je gegeven.
Vrij zijn is geen bezigheid (geen verzameling bezigheden). Vrij ben je ook slechts nadat je in wat je nodig had voorzag en voordat je weer wat nodig hebt. In je vrije tijd, je natuurlijke vrije tijd in onderscheid van 'vrij na school', 'vrij na het werk' en 'even tijd voor mezelf'.
Helder opmerken, begrijpen en verwoorden wat er met en om je aan het gebeuren is, dat is mooi hoor, en bevrijdend. Maar verlost, vrij, verlicht, zijn is verder ook zonder inhoud. Positieve inhoud ontbreekt er aan, opsombare bezigheden. Er ontbreken ook alle vormen van ellende, narigheid, verwarring en lijden aan. En dat laatste is wel prettig. Het is ermee als met het kwijtraken van luizen, geen jeuk meer, heel prettig, maar ik heb al in geen tientallen jaren luizen en dan went dat ook weer.
DAGBOEK JUNI 1995. DEEL 4
VANAVOND HEB IK HE TOCH WEL ERG DUIDELIJK GEZEGD EN GEKREGEN:
het berust op het zich identificeren met de software.
In dit geval: met de waarden en normen, de gedragskeuzedeterminanten.
De moeder kan haar kind niet laten gaan en lijden, ook al is de jongen 28 jaar oud en is er dus geen sprake meer van natuurlijke moederzorg-behoefte: niet bij haar en niet bij de zoon. Die zoon is ziek, schizofrenie, achtervolgingswanen, die betrekkingswanen zijn.
Die wanen zijn duidelijk als zodanig te herkennen: de CIA zit echt niet achter willekeurige werkloze, functieloze mannen aan.
Haar betrekkingswanen, die ten onrechte nog steeds moederliefde, broedzorg of zo iets natuurlijks geacht worden, door haar zelf, is niet als zodanig te herkennen. Toch is ook haar waan een waan.
Ze doet een beroep op de gemeenschap om voor die jongen te zorgen, het is immers een (psychisch) gewonde strijder van de stam. Wij leven hier nu echter in de dictatuur van de liberalistische en democratistische massa rangschikkers en die hebben vooral belangstelling voor het aan de belastingbetaler teruggeven van zoveel mogelijk koopkracht, zodat deze (de belastingbetaler dus) als Koning Klant zich statussymbolen kan aanschaffen opdat hij ingeschat worde als zo hoog mogelijk geplaatst en als zodanig aanzien en voorkeursbehandelingen kan genieten.
De betrokkenheid bij de ander (bij ouder of kind, bij broer of zuster, bij gezinslid of familielid, zelfs bij vriend, vriendin of buren, die betrokkenheid is binnen het liberalistisch democratisme een waan.
Plaatselijk-situatief is het een waan. De omstandigheden maken de waarde tot een functionerend middel tot gedragskeuze en andere omstandigheden maken die functionaliteit tot ongepastheid.
Deugden passen niet in de rangschikkersmassa, in hun spel, in de civilisatie. Denken dat men moet deugen is daar een waan.
Geen enkel software programma is absoluut. Voor de computer is het absoluut, een reeks bevelen en bevelen moeten worden opgevolgd. Het menselijk brein is hoger, beter, dan de computer en heeft geen programma dat een verzameling niet te negeren bevelen is, maar een programma dat geen exact bij de bevelen passende omstandigheden nodig heeft, de mensen die waarden "hebben" kunnen op niet-precies-passende omstandigheden ook reageren als op precies de trekker overhalende omstandigheden, zoals de computer die nodig heeft.
De omstandigheden van mensen in de civilisatie lijken soms op omstandigheden in de natuur en/of in de traditionele culturen, waaruit hun waarden en 'instincten' afkomstig zijn. Ze zijn echter in de civilisatie en de natuurlijkheid en cultuurlijkheid (= familiale samenhang, gerichtheid op aller leven en welzijn) zijn schijn. Beoogde, bedoelde schijn, bedrog van de zijde van de spelers in de civilisatie die van kinderen en goedaardigen sukkels proberen te maken, bruikbaren, waarvan te leven, waarop te parasiteren is.
De moeder die een beroep doet op de civilisatie (dat is dus: op de beroeps, op de mensen die het helpen om den brode, dienend voor geld doen) verkeert in de waan dat die gericht zijn op dat wat in hun opdracht staat, namelijk in dit geval: de zorg voor de gewonde strijder op zich nemen: cultuurtje spelen, de oude dorpse en familiale zorg leveren, die in dit soort gevallen moet volgen op de moederzorg.
Haar waandenkbeeld is dat de civilisatie een samenleving is, een uitgegroeide, groot geworden, cultuur. Dat is de civilisatie niet. De civilisatie is een gevecht om voorrechten van allen tegen allen omdat we democratisch zijn, met zo weinig mogelijk hinder voor wie een mindere, een zwakkere, een aardige manier van oplichten of bedreigen heeft gevonden, omdat we liberalistisch zijn.
Haar waan bestaat er uit dat ze 'denkt' dat de waarden en normen die haar werden aangeleerd ook die van de beslissende anderen zijn. Dat zeggen die anderen ook hoor, als ze politici zijn. Alleen Thatcher heeft duidelijk gezegd: "Er is niet zoiets als een samenleving (waarop je een beroep kunt doen (c.q. zou moeten kunnen doen)."
Dat is een voordeel van wie winnen, ze zeggen duidelijk wat ze bedoelen. Dat is ook wat de Nazi's zo sympathiek maakt: ze hebben alle civilisatie-doelen openlijk en ondubbelzinnig uitgezegd en toen nagestreefd. Toen werd er ineens op ze gescholden, alsof zij de civilisatie hadden uitgevonden. Het tegendeel is waar: zij waren, net als Thatcher overigens: kleinburgerlijke mensen, niet afkomstig uit kringen met macht, die opgelet, opgemerkt en doorgekregen hadden hoe de machthebbers aan hun macht waren gekomen. Nou, dat was geen moeilijk kunstje en toen hebben zij het ook gedaan. Alleen het zwijgen, dat konden ze nog niet, want dat is het voorrecht van de gevestigde macht.
De civilisatie is niet wat men voorgeeft: een in competitie constructief bezige grote hoeveelheid in steden bijeen levende vrije mensen, die zich ontplooien en wier uitingen van vrije ontplooiing zich spontaan verenigen tot licht (tot luxe, tot ruimte, tot vrijheid).
De civilisatie is niet iets moois dat af en toe ontspoort of ontaardt in oorlog, de civilisatie is de oorlog. Aanvankelijk van hoog-laag georganiseerde groepen op rooftocht, in gevecht gaand met gevestigde bezitters van voorraden, later bij onderworpenen / overwonnenen wonende uitbuiters / slavenhouders, later na het emanciperen en democratiseren het gevecht van alle bezitters tegen alle andere bezitters, elkaar dwingend tot het doen van kunstjes om den brode. Alles wat om den brode, onder dwang, als kunstje, als gespecialiseerde arbeid, als baan, als functionaris wordt gedaan, wordt met tegenzin en zonder dat het het doel van de dader is, gedaan.
Dat breekt die moeder van die schizofreen op. Weet zij veel, zij ziet niet verder dan haar situatie en begrijpt niet dat het verhaal dat iedereen moet kiezen voor het leren voor (en later uitoefenen van) het beroep dat hem inspireert. Misschien vertelde zij dat zelf ook wel aan haar kinderen. Zo'n mens is een gewoon mens.
Dat is nou precies de ellende, dat die mensen met die confectiewanen gewoon zijn, de meest voorkomende. ze zijn ook helemaal niet van nature minder goed toegerust, ze hebben alleen die ene knop niet omgedraaid, dat ze de civilisatie hebben herkend als wat ze is. Ze hebben noch naar de Nazi's noch naar Thatcher (de liberalisten) geluisterd; als ze zoiets horen, dan keuren ze het af en zijn blij tot de afkeurders te behoren. Verder kan er dan geklaagd worden.
En als dat mens dan tot inzien kwam, wat dan ?
Functioneerde het RIAGG dan ineens zoals het zou moeten, volgens de beweerde, voorgelogen bedoelingen van de politici van vroeger, toen de RIAGGs werden ingesteld ?
Nee, natuurlijk.
Inzien veroorzaakt niets buiten je.
Niet-inzien veroorzaakt ook niets buiten je.
Beide, onbegrip en inzicht zitten binnen in je en beïnvloeden je omgeving niet anders dan via jouw, op basis van waan of inzicht gekozen en uitgevoerd gedrag (doen en nalaten).
Inzien helpt dus geen donder voor wie een manier zoekt om te toveren of zich behelpt met streven om aan invloed of macht te komen. Dat daar buiten, het gedoe van die daar buiten, dat blijft eender.
Wat zou ik een mens dan aan zijn hoofd zeuren met op inzien veroorzaken gerichte tekst. Het probleem van de onverzorgde zoon blijft bestaan en het aanvoelen ervan bij de moeder verandert niet als ze doorkrijgt in een civilisatie te zitten, zonder kans daar iets tegen te doen.
Het socialisme, anarchisme, communisme, oer-christendom, ze zijn geprobeerd, ze zijn mislukt: net als met de veertig jaar met de joden in de woestenij, bewees men ermee dat een eenmaal geciviliseerde groep nooit meer gezond wordt, tot de natuur terugkeert, nooit terug het paradijs binnengaat, al staan de poorten wagenwijd open.
Er is geen basis voor hoop.
Wat is het nut van inzien van wat geen hoop geeft?
Ik weet het niet.
Ik maak altijd dat grapje daarover dat de toestand onverwacht positief is, of dat mijn kijk op de stand en gang van zaken deugt, blijkt te deugen. Ik merk dus altijd iets positiefs op. Maar dat is een flauw grapje.
Het gaat alleen op omdat ik het steeds heb over dingen die me niet raken. Ik eindig op mijn vel. Ik eindig op hier en nu, ik ben nergens anders en heb geen enkele onvervulde wens.
Ik kan me de luxe van het inzien veroorloven doordat ik zo'n wens niet heb (aangemaakt)(of: aangetroffen in mezelf, zoals ik deze tekst aantref in mezelf en met grote snelheid op papier gooi, nu ja, op schijf).
Nee hoor, er is nooit een bezigheid 'het opgeven van mijn wensen' geweest. Ik herinner me niet een offer, dat offer, te hebben gebracht, die prijs te hebben betaald. Het is me allemaal overkomen. Ik ben echt al zeker tien jaar geleden (dat was jegens Louis) heel erg expliciet opgehouden met:
- ooit "je moet" te zeggen,
- voorschriften te geven,
- werkwijzen te suggereren, in plaats van ze alleen maar niet geheim te houden.
Ik zeg geen 'je moet', zelfs niet als 'technisch moeten', omdat ik niet weet of het kan worden gedaan en omdat ik niet weet of de anderen niet even snel langs een andere weg gelukkig kunnen worden. Ik weet helemaal niet wat inzichtverwoordingen (informatie dus, kennis is onoverdraagbaar) veroorzaken, zo al iets.
De zaken gaan zoals ze gaan en staan zoals ze staan, of ik ze (qua bewegingsmechanisme) nu inzie of niet. Dan kan ik me het best maar glashelder bewust maken van wat is, en daar geen plaat naast houden. Alles is zoals het is en als ik doe alsof alles bedoeld en voorbestemd en onveranderlijk en onbeïnvloedbaar en uiteindelijk ten goede is, dan is dat troostend en evenzeer zonder invloed op wat er is en gebeurt als wanneer ik ga denken dat het fout, onbedoeld, chaotisch, het product van crimineel gedrag van sommigen en uiteindelijk ten kwade, op de ondergang van al wat leeft uit is. Ook dat laatste beïnvloedt niets.
Alle denken (en overigens; voor de enkeling en de groepen, hoe groot ook, zelfs de gezamenlijke chinezen en goedwillenden vallen onder dit oordeel) ook elk doen, is zonder merkbare gevolgen. Wie niets doet kan even goed hopen door zijn inertie bij te dragen aan de uiteindelijke overwinning van het goede als de held die zich geheel inzet voor en offert aan het grote streven.
Het hele gevecht is alleen maar een gevecht, wat er als resultante (let op het onderscheid van resultante met resultaat !!!) uit komt, is toevallig, grillig, door niemand bedoeld, voor geen zinnig mens heilig of zelfs maar de moeite waard, zeker is het geen moeite waard het te handhaven. Het is evenmin het bewaren waard als het spoor van de een of andere, willekeurige olifant of bosmuis.
De stand en gang van zaken in de civilisatie is niks, is poeha, is gebakken lucht. Het is echt geen enkele gedachte of zelfs maar emotie waard.
Ook de moleculig kleine avonturen van de enkelingen zijn oninteressant. Niet oninteressanter, maar even oninteressant. Noch mijn levensloop, overkomsels en meemaaksels zijn de moeite van het bestuderen, onthouden, analyseren, doorvertellen, mededelen, waarderen, keuren of wat ook waard. Ze zijn de (ja zelfs mijn eigen aandacht) niet waard, als ik ze aankan zijn ze dat zelfs tijdens het verloop niet, laat staan na afloop.
Gewicht wordt aan gebeurtenissen en bedoelingen (bijvoorbeeld) gehecht, het zit er niet van nature aan.
Het elkaar opschepen met een verleden en een toekomst en met onderlinge rechten en plichten is in natuur en in civilisatie een lullig rotspelletje. Hier nu is het dus een lullig rotspelletje. Want we zijn en blijven gevangen in de civilisatie. Geen denken of vasthouden aan waardevols van elders kan ons verlossen.
Dit in te zien verlost ons niet, dit niet in te zien ook niet.
Het is niet zonder belang zich dit te realiseren.
Maar het verlost misschien ook wel niet.
Ik weet dat gewoon niet.
Ik heb niets anders te bieden.
Mij valt niets anders in dan dit.
Voor mij hoeft niemand iets. Ik weet me machteloos. Ik zie mensen lijden en kan alleen maar zeggen dat ik geen psychiater of klinisch psycholoog ben, ik pretendeer niet dat ik kan helpen. Ik geloof in deze niets. Ook in deze geloof ik niets. Ik vind dat de bezigheid geloven fout is, los van de inhoud.
Het centrale is de onverschilligheid. Zodra en zolang er nog iets is dat je iets kan schelen, verlies je energie. Niet slechts al die vechtapen om je heen zullen iedere beweging die je maakt tegengaan, zelfs de niet mee spelende werkelijkheid laat het afweten, de kans dat je de wind mee hebt, als je je voorneemt een eind te gaan fietsen is gering.
Alles en iedereen om je heen is op zijn minst ongeïnteresseerd in wat je wilt en de anderen (de mensen, de vechtapen) zijn tegen alles wat een van hen (in dit geval: jij) wil.
Je moet wel blij zijn dat ze je voor een van hen aanzien, want anders zijn ze niet slechts tegen wat je nastreeft, maar zelfs tegen je bestaan, minstens tegen je van hen onafhankelijke bestaan: je bent, als je niet een van hen bent, volgens hen, een wild dier en alleen als je huisdier, gebruiksvee of knuffel wordt, val je binnen de bescherming. [Ja, er zijn beschermde diersoorten, maar het zich houden aan die verboden wordt nauwelijks tot niet afgedwongen. Wetten zijn gebaren, geen ingrepen. Maar dat is een afdwaling.
Ieder streven is gelijk aan het veroorzaken van gefrustreerd worden. De omgeving is van stromende stroop, daarin moet je niet gaan zwemmen, je kunt er niet uit komen, je moet je gewoon laten meedrijven en kijken of er bewegende dingen in je buurt komen, waar je je aan vast kunt pakken en je laten meenemen.
Het is totaal van onbelang wat er naast en om mij, -mij niet rakend -, gebeurt (inclusief gedaan wordt). Het is nu eenmaal zo, - en dat is voor mij een gegeven en niet van mij een gestelde daad -, dat ik los van alles en alles ben. Mijn conceptie en mijn verdwijnen bij mijn dood zijn mijn en van niemand anders. Wat andere mensen van en over mij denken, - zonder doeltreffend jegens mij daaruit te handelen (c.q. mij hulp te weigeren) - doet mij niets. Het doet mij feitelijk niets en het is niet verstandig voor mij om bij wat mij feitelijk niets doet iets te gaan denken of voelen, laat staan: doen.
Elk groter geheel waarvan ik een verantwoordelijk deel zou zijn, is een verzinsel. De organismen die een ecosysteem vormen, doen dat 'in-elkaar-grijpen-als-elementen' zonder enige opzet en inzet hunnerzijds jegens dat geheel. Dat zo werken als een ecosysteem van losse naast elkaar zo goed mogelijk zelf volledig functionerende enkelingen is ook het 'Leitbild' van de heersende 'isten, de democratistisch - liberalisten, dat is de huidige vorm van geciviliseerden. Iedereen vecht om zoveel bezitbaars voor zich in te nemen als hij maar kan. Dat is totaal anders dan in de natuur, daar komt voorraadvorming voor, maar in volstrekt andere mate en context, niet als doel in zichzelf en niet in combinatie met 'mode'. [Maar wat er in de natuur voorkomt is niet van belang, in deze.]
Waar het over gaat is: dat de enkeling noch van nature, noch vanuit het leidinggevende denken, het heersende denkkader: het democratistisch liberalisme, anders dan alleen is. Solidair een gevechtseenheid bouwen /vormen / handhaven (door lidmaatschap) per onderwerp, is volstrekt ongelijk aan zich binden aan anderen. Elke emotie, elk gevoel, elk menen ("geloven") dat die gevechtseenheid 'bestaat', is waan-zinnig. Zo'n groep-idee is een stuk denkgereedschap, het is ooit gemaakt, niet aangetroffen en het kan niet zonder dat levende mensen er txaenz (<---- geld, dat loon voor werkkrachten is) doorheen laten stromen een kanaal zijn. Het groep-idee is een kanaal, geen rivier.
De enkeling is alleen, dat is een gegeven en er wordt niets tegen ondernomen, anders dan door de enkeling zelf in de vorm van het geloven in het bestaan van waandenkbeelden, verzinsels (groepen bijvoorbeeld). Die waandenkbeelden variëren van 'het paar' tot 'het volk' en 'de mensheid' en 'al wat leeft'. Dat zijn allemaal stukken denkgereedschap, verder niets, er is niets in de aantrefbare werkelijkheid dat eraan beantwoordt.
Het doen en nalaten van de enkelingen kan ook zonder die bedenksels begrepen worden. Er is echter geen enkele reden om moeitevol andere bedenksels aan te maken, je moet alleen ophouden met geloven. Tegen geloven helpt het aanmaken van ander denkgereedschap helemaal niet.
Wat is de reden van geloven ? Wat brengt mensen ertoe te geloven in het bestaan van verzinsels (onstoffelijks, niet te tasten dingen of spul) die met een zelfstandig naamwoord benoemd worden ? Wat brengt mensen ertoe met zelfstandige naamwoorden verzinsels aan te duiden ?
Nou ja, zo gebeurt dat in het Nederlands (en vele andere talen). Als ik Nederlands wil spreken of schrijven moet ik het ook doen.
En toch is het de moeite waard deze onbeantwoordbare vraag te stellen.
Het gaat er niet om een antwoord te zoeken, maar met behulp van die vraag het verschijnsel [ZELFBEDROG in dit geval] te zien.
Wie iets gelooft, is een prooi voor wie met geloof als leidsel voor anderen werken [een leidsel is zoiets waarmee je een paard dwingt]. Een leidsel voor een paard is van leer, en de leidbaarheid, het gebroken-zijn van het dier, is 'van psyche', van ziel, van afstelling, van dressuur, van angst, van misleidheid, gemaakt. Bij mensen die geloven kan de gebruiker zonder leren leidsel zijn slaaf [ = gelovige ] laten doen wat hij wil. Wat hij wil moet hij verpakken in geloof, hij moet spreken in de taal van het geloof. Hij moet "God wil het " zeggen. Het is in het belang van het land. Onze vereniging moet voortbestaan. Ons huwelijk moet gered. Onze vriendschap is het waard dat .... Dat soort kreten.
De bezigheid die 'geloven' wordt genoemd is fout.
Alles waarin geloofd wordt, blijkt een waan(denkbeeld).
In wat is, kan niet geloofd worden.
Geloven vooronderstelt het waan-karakter van zijn onderwerp.
Wat zintuiglijk waargenomen wordt, kan niet worden geloofd.
Ik kan nu niet geloven dat ik zit te schrijven, ik ken dat feit, wat gekend wordt, kan niet worden geloofd. Gissingen op basis van onvoldoende gegevens, gissingen die de gegevens overschrijden, die kunnen weer geloofd worden.
Nou ja, dat is verder duidelijk. Daar hoef ik niet op door te gaan.
Een paar dagen mooi weer verbruikt met fietsen en met het beginnen aan het schilderen van het huis. Ook ben ik nu bezig met het met NaOH verwijderen van dikke lagen aanslag in de stankafsluiter van de wc-pot. In de hoop dat dat lukt en dat de septische tank septisch blijft, ondanks de (geringe hoeveelheid) vuil (base) die er in belandt (van terecht komen kan geen sprake zijn). Hoe dan ook, al werkend vallen mij geen gedachten in, na enige tijd ben ik totaal uitgeblust en is er alleen nog sprake van schuren, vegen en scheppen en gieten. Erg onaangenaam.
Het is heel bewerkelijk, - dat blijkt onder andere bij Maria -, om je van je programmering te bevrijden. Vooral doordat die programmering een bevel tegen het wissen ervan inhoudt.
"Blijf wat wij van je maakten", heb ik dat bevel genoemd. Het gaat daarbij om de bruikbaarheid, via wat ik eerder, bij M. al, of misschien nog wel vroeger: "de ingebouwde slavendrijver" noemde. Ijveren is als zelfstandige 'waarde' 'geïnternaliseerd'.
IJVEREN is de naam, onverschillig wat je dot, als je maar vlijtig bezig bent en je best doet. Er is wel voorkeur:
- betaald of religieus / traditioneel goedgekeurd, geprezen,
- zeldzaam, moeilijk te doen, eenmalig, kunstzinnig, een topprestatie.
Een gebruik dat van vrouwen werd gemaakt was (zie daarover Veblen): ze niets van dat voor ijverigen verplichte laten doen, om te bewijzen dat men zich zo'n verspilling van (in dit geval andermans) txaenz kan veroorloven. De chinese prinsessen moesten lange nagels hebben om te laten zien dat zij zelf nooit iets deden.
TxAenz verspillen, dat is openlijk vertoon, van macht.
Macht hebben = beschikken over meer dan de eigen txaenz.
Meer macht hebben is beschikken over meer txaenz dan waarvoor je constructief jou dienend gebruik kunt (laten) verzinnen.
Ook het gazon, het door geen vee of mensen benutte stuk bewezen-vruchtbare grond is zo'n verspillend vertoon.
Vooral heel opvallend is dat de betrokkenen van wat ze doen geen weet hebben, ze kennen alleen het voorschrift, ze weten wat hoort.
Ze ontkennen dan ook deze verklaringen, ook al lezen ze over die chinezen en over de Franse vorsten, de Lodewijken.
Ik heb ook pas enkele jaren geleden toevallig in een flard van een boekje van een socioloog [Norbert Elias] gelezen dat roddelen geen 'kwaadspreken van de foute ander' is, maar: het loven van de regels (door die foute overtreden) die de spreker met de toegesprokene gemeenschappelijk hoog houdt, voor goed houdt. Het prijzen van de regels gaat via het misprijzen van de overtredingen. als er geen overtreders zijn, dienen die te worden uitgevonden, verzonnen, onbewezen aangewezen: heksenprocessen.
Wat is het afkeuren van het anders dan zoveel mogelijk volgens de mode gekleed gaan van klasgenootjes anders dan die roddel. Het jongvee dat in "onze" scholen gehouden wordt, teneinde te voorkomen dat het de werkwereld en consumptiewereld der volwassenen verkent en leert kennen, dat jongvee gedraagt zich precies volgens de gewoonten uit de tijd waarin de volwassenen zo gevangen gehouden werden buiten de wereld der rijken en machtigen.
Het schoonmaken van zo'n wc-pot is overigens een heel karwei. Ik heb niet de indruk dat NaOH hiervoor het juiste wondermiddel is. Misschien moet ik het toch met een zuur proberen. De neerslag is centimeters dik en de waterstroom is er dan ook naar, neem ik aan. Maar ik kan het helaas niet goed onderzoeken. Die dingen zouden mij nou interesseren. Waarom zijn ze eigenlijk niet van doorzichtig glas, dat is heel erg verhelderend. Nou ja, zulke dingen doet men niet, om de simpele reden dat men niet met de gedachten bij het alledaagse en gewone is. Het leven zou veel interessanter kunnen zijn, als men er met zijn aandacht bij kon zijn, zonder afgeleid te worden.
Dat afleiden is een hoofddoel van wat ze met kinderen doen en "opvoeden, onderwijzen, opleiden, instrueren enz. " noemen. Ook het keuren van gedrag is niet ter zake.
Vanavond waren er weer ettelijke verhalen over moord en verkrachting op televisie. De betrokkenen hebben niets te doen gehad wat hen meer boeide. Dat is net zo'n goede manier van zoeken als naar de vooronderstelde reden voor zulk gedrag: hoe komt het dat die lui zo zonder betere, boeiendere, constructievere, bezigheid waren ?
Een ander programma gisteravond of zo, ging er over dat een middel tegen malaria dat maar in een op de drie gevallen hielp niet goed genoeg zou zijn om toe te passen, bij afwezigheid van enig concurrerend middel.
Gegeven is dat 'dienen voor geld en dan wat je wenst kopen' niet voldoet.
1 juli 1995 :
Weliswaar is alles te koop, maar velen kunnen hun txaenz niet verkopen, kunnen daardoor niet 'legaal', niet binnen het spel, aan geld komen. Dat wil zeggen dat ze niet alles kunnen kopen wat ze begeren. Het gaat er namelijk om dat men de kinderen leert te begeren in plaats van in en voor zich het nodige waar te nemen en dat zich te nemen, het zich te laten geven. Het is het speldoel, het (om een speler te zijn voorwaardelijke) speeldoel van alle spelers, dat iedere speler meer zal begeren dan hij voor 'zijn' geld kan kopen. Het nodige speelt daarbij geen rol, het is zelfs zo dat impliciet wordt voorondersteld dat voor iedereen in het nodige voor leven en welzijn is voorzien. Zoals in het speldeel dat [in de afdeling van het spel die] 'democratie' heet voorondersteld is dat er geen slavernij is in die betekenis dat niemand het bezit van enig ander is. Schulden hebben bij iemand komt echter erg dicht in de buurt, als die schulden groot geld betreffen.
In de verhalen waarin men de spel-afdelingen beschrijft (economie en staatsinrichting) is geen plaats voor misstanden. Arbeid (zo heet txaenz in het spelverhaal dat 'de wetenschap der economie' genoemd wordt, wat een maskerade is) kan wel een zeer lage prijs krijgen, maar onverkoopbaar kan ze niet zijn. Wat onverkoopbaar is wordt vernietigd en dat is voor goederen heel gewoon: de vernietiging van voedsel waar eerst dieren voor verjaagd en 'onkruid' voor gedood is, wordt niet beschreven, het is slechts het vernietigen van onverkoopbare goederen. Een 'Sonderbehandlung', net als het vergassen, doodschieten of levend verbranden van 'Untermenschen'.
Het goede van WOII is dat dat wat 'civilisatie' is en doorgaans 'beschaving' genoemd werd en wordt, ontmaskerd is: geen mens die iets over WOII las, zag, hoorde, kan nog lovend over 'civilisatie' of 'beschaving' denken. Ach kom, natuurlijk kunnen en doen ze dat wel, behalve al het slecht ('evil') handelen kunnen ze ook fout denken, verdringen enz. enz..
Het vernietigen van overtollig, onbruikbaar mensenmateriaal wordt nagelaten overal waar er een industrie is, die bestaat van (oftewel uit of in) het in leven houden van dit materiaal. Dat teveel-zijnde mensenmateriaal is soms jong, soms oud, soms nog bruikbaar, zo dat nodig mocht worden, soms gegarandeerd onbruikbaar, voorgoed. De industrie die deze mensen 'houdt', beperkt zich ertoe ze in leven te houden. Hun levenskwaliteit is voor die industrieën van geen belang. Daarnaast zijn er de ordehandhavende industrieën, die houden de onbruikbaren bezig, teneinde ze niet in toom te hoeven laten houden door middel van politie, die dreigt met geweld te werken.
Het zou lonen (= kosten voor geweld en schadeherstel besparen) dat deel van deze overtolligen dat kan en wil leren, het geeft niet wat, met dat leren bezig te laten houden, door een industrie met onbeperkt vele concurrerende onderneminkjes. Vooral die voorwaarde het geeft niet wat er geleerd wordt, het gaat er alleen om dat er geleerd wordt, is belangrijk. Het is de centrale voorwaarde. Betaal ze voor het onschadelijk besteden van hun TxAenz.
Niemand zal ooit weten wat ermee voorkomen (in dit geval: nagelaten) wordt aan wangedrag. Af en toe zal men iets vinden waarvan men met zekerheid kan zeggen dat het erzonder niet was ontdekt, gemaakt, gedaan, bedacht. Maar het invoeren van een nieuw kanaal voor bestede txaenz naast 'diensten (inclusief: het voor anderen aanmaken of nemen / 'roven' van goederen)' zal diep ingrijpende veranderingen teweeg brengen in het menselijk bijeenleven als plaag. Als plaag, want de mens, dat dier, die diersoort, houdt hierdoor alleen niet op een plaag te zijn.
Als deze regeling wet is, zijn de mensen die kunnen leren niet langer indirect het bezit (de slaven in zelfbeheer) van wie de levensmiddelen bezitten.
Levensmiddelen in de ruimste betekenis:
wat nodig is aan buitenlichamelijks om (lichamelijk, hoe anders, als spook soms ?) te functioneren (en wel volledig en optimaal, dus onder andere harmonieus).
Bezitten in de betekenis van: met (laten)(dreigen met) geweld, lijfelijk zowel als psychisch, aan benut worden door anderen onttrekken en onthouden.
Nu de aarde vol mensen is zijn oorlogen en emigratie (kolonisatie) niet langer beschikbaar als manieren om de overtolligheid te laten klonteren in jonge mannen (en wat di.o.v.ouwen) en deze elkaar dood te laten maken of samen naar verre landen de mensen daar te gaan verdringen (komt neer op de meeste doden).
Oorlog voeren is te gevaarlijk voor allen, ook vele bezitters, die niet allemaal door super-rijkdom mobiel zijn en weg kunnen van het oorlogstoneel.
Van dit gevaar zijn nog onvoldoende veel mensen overtuigd en dat is een reden waarom men nog steeds niet inziet dat er een alternatief kanaal voor txaenz. moet worden gegraven naast 'dienen', kunstjes doen voor de bezitters, die die kunstjes voorwaardelijk stellen om de levensmiddelen aan de dienaren te geven.
1 Wat ik nodig heb is mij objectief gegeven. Keur ik ten opzichte van wat ik nodig heb, dan keur ik objectief. Wanneer ik dit eten (gezouten varkensoren) de voorkeur geef boven dat andere (schape-ogen) dan is dat een cultuurgebonden, tweedehands, aangeleerde, persoonlijke voorkeur, subjectief dus. Er is in het subjectieve niet terecht te spreken van het verdienen van de voorkeur, in het objectieve zijn de middelen doeltreffender, 'voedzamer' bijvoorbeeld.
2 Functioneren als een geheel, niet binnen een geheel. Je bent een mens, geen mier. De gezamenlijkheid is voor mensen altijd een middel en wel ter verdediging, nooit een doel. Om aan het nodige te komen is er samen werken. Pas de vijand, die hen als een geheel opvat en aanvalt, maakt die gezamenlijkheid. Was het anders geweest, dan had het vermoorden van de zes miljoen Joden veel meer moeite gekost. Ook het in krijgsgevangenschap gaan berust op zo'n dwaling van gezamenlijkheid, miljoenen krijgsgevangenen zijn vermoord. Hadden ze doorgevochten, dan waren er meer ontkomen dan nu. De gezamenlijkheid 'mensheid' zal pas ontstaan als de Marsbewoners aanvallen. Het verminderen van wat er te gebruiken is om in het nodige te voorzien, zal alleen groter vechten veroorzaken.
0 Reacties