A>b:
B>dir
B: VANHS9 TXT : AFSPREGL TXT : GHMIN8 TXT : BESCHAV TXT
B: CURSINH TXT : AANMAAK TXT
B>type aanmaak.txt
.pl68
.mb2
.mt2
.he file aanmaak.txt / schijf groen 4 / blz. #
.hm2
Het is niet nodig dat het navolgende historisch juist is, waar
als ware het een verslag van wat er in de loop van de tijd
gebeurd is. Het enige doel met deze tekst is het de lezer een
aantal onderscheidingen c.q. begrippen in gebruik te laten
aantreffen.
In de beginne maakte iedereen die dingen die hij nodig had zelf
voor zichzelf. Het leek voor de altijd in groepen samenlevenden
slim, verstandig, intelligent, om de daarin vaardigeren meer van
het een af ander aan te laten maken dan de daarin minder of niet
vaardigen. Zo kreeg op een, de uitstekende, enkeling na, iedereen
de beste prestaties van de stam in plaats van zijn eigen
prestaties.
Dat was verstandig. De beste hakker werkte met de beste bijl.
Iedereen had zo'n beste bijl van de beste bijlenmaker, die geen
beste hakker meer hoefde te zijn.
Wij leven in een wereld, een mensenopeenhoping, waarin niemand
meer voor zichzelf zorgt. Iedereen gebruikt practisch uitsluitend
alleen andermans producten.
In feite produceert practisch iedereen die iets aanmaakt voor de
markt, dat wil zeggen: niet op bestelling, maar voor een
onbekende, misschien wel uitblijvende koper.
Of het aangemaakte zal worden gekocht is een gok. Wel probeert
men met reclame en propaganda de koopkrachtigen tot kopen te
brengen wanneer ze daar niet spontaan of uit noodzaak,
noodgedwongen, toe komen, maar voor het onnodige blijft het een
gok. Wie niet door de nood tot kopen gedwongen wordt moet tot
kopen worden verleid of geprest. Dat gebeurt dan ook en wie
verleid of geprest meer wenst te kopen dan hij kan betalen is
ingeschakeld in het spel van produceren/consumeren en van arm
zijn, van altijd met schaarste, met een tekort, een verlangen
leven (dat is in dit geval: voelen, denken, streven).
Er wordt tijd geschoven tussen wens en het voldoen daaraan: of
men verschuldigt zich (door consumptief crediet op te nemen).
De ondernemer die iets op de markt brengt is een gokker, meer
niet, iets anders is hij niet. Zijn doel is winst maken. Het
voorzien in iets nodigs, als hij dat ook nog doet, is vermomming.
De kledingfabrikant maakt modekleding, als die kleding nog een
nut heeft, als bescherming tegen kou of nat of mechanische
beschadiging, is dat 'economisch' niet ter zake.
De mensen die produceren/consumeren zijn niet bezig met dat nut,
ze zijn puur en uitsluitend en met het totaal buiten hun verstand
en denken en voelen en wensen houden van al dat nut bezig met
elkaar als minderen en meerderen, als hogeren en lageren in rang,
in aanzien, in status.
Het produceren/consumeren is toevallig ten aanzien van het spel
'rangschikken' waaraan practisch iedereen met of zonder erg
meedoet, gebruikt en gebruikend.
Dit spel wordt vermomd als het voorzien in nodigs, in behoeften.
Iedereen heeft die vermomming al lang doorzien, zoals ook
iedereen weet dat Sinterklaas, de Kerstman en God niet bestaan.
Net zo min als de mensen in deze kluwen als 'subject' bestaan.
Iedereen weet dat hij niet zou weten wat hij wilde, dat hij niets
zou willen, dat zijn zogenaamd vrije wil hem door de anderen werd
opgedrongen en toegedicht teneinde hem in hun spel van
producent/consument te kunnen gebruiken als koopmachine waar
degene die iets op de markt brengt mee gokt, zoals een
cafebezoeker gokt met de fruitautomaat in de hoek. Wie koopt moet
"zelf, UIT EIGEN VRIJE WIL, zo stom geweest zijn in te gaan op
het aanbod van de gokker, dat is: het reclame makende
"bedrijfsleven". Die vrije wil wordt je toegedicht om jou als
enige verantwoordelijk te stellen voor, schuldig te verklaren
aan, het feit dat je gebruikt wordt, met andere woorden dat jouw
txaenz, jouw leven, wordt opgenomen in de draaikolk van de
draaiende economie. ==/100291/==
0 Reacties