Jaap Schot, 4 augustus 2002
Het is zondagmorgen en mooi tijd voor het zelf houden van een preek.
=======
Onderwijzen is: aan een ander iets geven zonder dat iets zelfs kwijt te raken als die ander het neemt, aanneemt. Wat je van een onderwijzer aangenomen hebt, heb je geleerd en wat je geleerd hebt kan een ander je ook niet meer afnemen.
=========
Ga heen en onderwijs aan alle volken wat jullie, naar mij luisterend, geleerd hebben. Zilver of goud heb ik niet, maar wát ik heb, dat geef ik U, om niet.
========
Ga heen, verkoop alles wat je hebt, en geef de opbrengst aan de armen. De opbrengst, niet spullen, die onnodige onbruikbare nutteloze spullen, die je aan andere rijken moest verkopen, rijken wier hart bij die rommel is. Met die spullen kunnen armen en dieren niets doen.
En mijn voorraden, mijn appels voor de dorst, mijn spaartegoeden op de banken, mijn pensioenaanspraken? Dwaas, die je bent: je kunt sterven terwijl je schuren vol liggen.
=======
4-8-02 10:45|:
=========
Lijdt de rijke? Ik weet het niet en het laat me koud. Zo koud als mij het lijden van wie (welke andere) dan ook laat. Totaal koud. Ik beleef er geen sadistisch genoegen aan. Ik kan het lijden gelukkig ook niet meevoelen. Zomin als ik mij de pijn van toen kan herinneren, kan herbeleven. Wat daar is en/of toen was is niet hier. Wat bij, van, aan die ander is, is niet aan mij. Soms raakt een en hetzelfde twee of meer mensen, ook dan hebben ze geen gezelschap aan elkaar. Denk aan de dialoog tussen de twee mensen die naast Jezus gekruisigd waren: zegt de een tegen de ander: ‘snap nou dat je in dezelfde situatie bent als deze man tussen ons in’. Het is wel iets dat je moet bedenken, dus. Maar je kunt er niks mee. Het wereldgebeuren overkomt ons allen, ja, ook de machtigen, de Hitlers, Churchills, Stalins en Roosevelts, zozeer als dat joodse jongetje, op die foto, dat het getto uitgevoerd wordt. Iedereen wenst het verloop van vele ‘dingen die gebeuren’ in zijn leven, uitdrukkelijk anders.
========
Dat ze (we) wat anders willen dan wat er daar dan gebeurt, is ongelijk aan dat ze (we) wensen het Rijk Gods binnen te gaan, de wereld (nee, niet: het leven, dat is wat anders !) uit willen, van de aarde af willen. Wat wij anders willen, anders wensen, dat noemen wij kwaad. Daar lijden wij aan. We werken er al of niet aan om die verandering te veroorzaken en wij lijden dan aan het ‘daarin niet slagen’.
========
Lokt ons het koninkrijk der hemelen, het vaderhuis met de vele woningen, de stad van God? Nee, dat is niet: een betere wereld. Een betere wereld. Dat kan niet, ‘het betere kwaad’ zou dat zijn en het betere kwaad is kwader, niet minder kwaad. De wereld is namelijk het veld waarop het spel ‘kwaad doen’ gespeeld wordt. Het wereldgebeuren is: het kwaad dat gebeurt, samen met het aanklevend glijmiddel ‘het goed dat gedaan wordt’, de goede werken, de leedverzachterij, het goede ‘recht’.
========
Ben ik gelukkig? Ja. Komt dat mede doordat ik alles volstrekt veracht, wat de rijken (inclusief hun na-apers op minder geld kostend niveau) interesseert en bezig houdt? Dat staat er nog niet goed, dat zeg ik hier nog niet goed: ik veracht het niet, want verachten is nog een bezigheid, is nog een vorm van txaenz besteden. Het kost mij geen txaenz. Het dure niet, het mooie niet, het begeerde niet, al die cultuur niet, al die kul niet. Ik ben er zo ‘blind’ voor als iedereen is voor alles waar hij geen begrippen voor in gebruik aantreft bij zijn brein. Anschauung ohne Begriffe ist blind.
======
Het is hún (misschien moet er voor de lezer staan: jullie) wereld, niet de mijne. Voor mij is het ‘mijn milieu’ en daar met ik als dier aangepast in doen en nalaten. Ik heb er geen onderhoudsplicht voor, maar ik hoef het ook niet te vernietigen. Ik hoef alleen maar het nodige te nemen, wat ik daar ook voor moet doen, in een boom klimmen of een beroep uitoefenen, dat maakt niet uit. Ik hoef dat, omdat het nodig is, niet in gehoorzaamheid te doen, wat mijn ‘baas’ ook denkt. De soevereine koopkrachtige bevelen van de werkgever zijn van dezelfde aard als de eis van de kokospalm dat men op zijn noten wacht of ze gaat halen. Nee, omhakken is bij die palm onwijs, bij die werkgever misschien soms ook. Misschien soms. Soms niet, dat is zeker. Die palm produceert aanwijsbaar iets, iets aanwijsbaars. Die werkgever inspireert, zo zeggen we het, anderen tot het begeren van wat dan ook en dat doet die ander dan meer txaenz besteden aan werk, dan wanneer hij niet begeerde, zich tot het voor hem nodige beperkte. Op die begeerte parasiteert die baas van hem en ook wij, die niet begeren, pikken een graantje van die stand en gang van zaken in de wereld mee, wij treffen een massa producten aan die echt artificieel, maar erg comfortabel zijn. Die wereld, daar leven wij buiten. Wij leven echter ván die wereld, want in die wereld bevindt zich alles wat wij nodig hebben en wel: als bezeten en met wapens verdedigd bezit (eigendom) van deze of gene.
Die wereld is voor ons wat en zoals het bos is voor het eekhoorntje. Voor ons, die er buiten leven, maar ervan, ervan omdat er niets anders, buiten, door de wereldlingen overgelaten is. Alles is in bezit genomen, alles dat te verdedigen is. Het drinkwater ook al, de lucht nog net niet. Dat is een kwestie van tijd, want van techniek.
Het is het in het systeem ‘wereld’ ingebouwde doel, dat alles wat nodig is in privaat bezit komt en dan is er nergens meer iemand op enig punt voor zichzelf aan het zorgen. Zo afhankelijk als een cel in mijn lichaam, moet iedereen worden in de geciviliseerde mensheid. En met verlangen kijkt de economische mens uit naar het afstoten van de werkloze, ongespecialiseerde, onnodige, overtollige, losse ‘cellen’, nu ja, potentiële cellen. En ook alle mislukte cellen moeten er uit, moeten weg.
======
Oh, U hoort Nazipropaganda? Goed opgemerkt: de Nazi’s hebben de plannen van de civilisatie weer eens op een rijtje gezet en onverbloemd als plan uitgesproken en aangepakt. Dat ze de oorlog militair verloren hebben, doet daar niets aan af. Het was niet hún leer, maar de leer van alle civilisaties. En als er iets die oorlogen allemaal niet verliest, dan is het wel het civiliseren.
=========
Verwarring, ik zie het al: civilisatie is toch beschaving? Civiliseren is toch beschaven? In den beginne was er toch het recht van de sterkste en nu is dat toch over? Nu is er toch recht?
Deze verwarring komt voort uit de woorden en begrippen, niet uit de waarnemingen. Op naar de waarnemingen dus. We nemen twee aparte ‘dingen’ waar:
1. de verschijnselen en
2. de stem van de propaganda en die OOK binnen onszelf.
========
4-8-02 11:46||5-8-02 19:31:
=========
Menig rijke lijdt, maar met zijn rijk zijn heeft dat niets te maken. Of wel? Ik ken geen voorbeelden. Gezondheid, txaenz dus, is niet te koop, er is wel onderhoud nodig en de rijke heeft daar het geld (de koopkracht) voor. Meer dan wat daarvoor nodig is, kan hij niet zinvol gebruiken. Dat, die rest, moet worden uitgegeven aan onzinnigs en daar is de wereld boordevol van.
Als al dat onnodigs mij niets interesseert, wordt ik daar dan gelukkig van? Nee, niet óngelukkig ben ik, nu er geen streven naar iets van dat onnodige door mij is en dus geen frustratie.
Helpt dat zo zorgeloos en ongefrustreerd zijn tegen ziekte en dood? Nee. Helpt het tegen verdrukking (gebruikt worden, op de vlucht gejaagd, beroofd en mishandeld) in de wereld? Nee. Alle ruimte, alle nodigs op aarde is door de mensen van de wereld in bezit genomen. Is de wereld dan overwonnen? Nee, blijkbaar niet. Wat hebben we er dan aan dat we ‘wereld’ en ‘aarde’, ‘civilisatie’ en ‘schepping’ netjes onderscheiden?
Het is de taak van de hersenafdeling ‘taalgebruik’ om heldere en duidelijk onderscheiden begrippen te gebruiken en zich daarvan bewust te zijn, zodat de mens die tekst in zich hoort (en/of deze tekst uitspreekt) die tekst weet te herkennen als het vermenigvuldigingsproduct van zijn waarnemen maal zijn begrippenapparatuur. De tekst is informatie, de waarneming is kennis, kennis op basis waarvan de kat zijn sprong neemt en de muis vangt en leeft door die muis op te eten. De kreet van het stokstaartje is informatie voor zijn soortgenoten en voor de andersoortige dieren die geleerd hebben de ‘taal’ van de stokstaartjes te verstaan. De waarneming van het stokstaartje dat de kreet slaakt is kennis en op basis van die kennis vlucht het diertje. En die anderen, die vluchten op basis van informatie, van waarschuwing, van een taaluiting.
5-8-02 19:48||5-8-02 19:51:
Kennis verwerken is denken. Denken doet de kat ook. Reageren op informatie, dat is: te waarschuwen zijn. Aangeleerde reflexen: Pavlov, Skinner. Dat hebben wij mensen niet als enigen, dat hebben de exemplaren van de andere diersoorten ook. Bij ons, bij de geschoolden, zoals de lezer en ik zijn, is dat enorm aan het woekeren geslagen. Bij tig duizend woorden hebben wij associaties (nee, niet zomaar eentje). Al die associaties werken als waarschuwingen, zijn verbonden met neigingen tot gevoel, gedoe, gedenk. Onze omgeving is boordevol tekst, geluid en beeld, alles heel schreeuwerig en met elkaar in concurrentie om onze txaenz.
Vrijwel alle tekst heeft tegenwoordig bij ons de vorm van melding, maar de spreker is pas tevreden juicht ons pas toe als we de tekst opvatten en behandelen als een voorbeeld van een waarschuwing, een aanmoediging of een bevel. Wat hij toejuicht noemt hij zijn bedoeling, of noemt een ander zijn schuld. De sprekende geciviliseerden zijn niet met hun waarnemingen en hun begrippenapparatuur bezig om die bij elkaar te laten passen en ‘ware’ uitspraken te doen. Welnee: ze zijn hun tijdgenoten / soortgenoten aan het manipuleren, die anderen wil hij van buitenaf besturen.
==//5-8-02 20:04\\==||
0 Reacties