Zelfstandigheden

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden:

Jaap Schot, 22 augustus 2002

Een meldende tekst is het vermenigvuldigingsproduct van wat ik opmerk en wat ik kan zeggen.
Wie iets meldt, kiest zijn woorden onder medeleiding van hetgeen hij opmerkt. Hij kiest uit de hém ter beschikking staande woorden, beperkt door zijn eigen woordenschat én die van de luisteraar.
Schoolvoorbeeld: de specialist (arts, jurist, ingenieur) die tot een leek spreekt over wat hem als specialist is voorgelegd.

Er is van vele dingen sprake. Sommige van die dingen gebeuren (= bestaan) ook echt, zelfstandig.
Van die resterende dingen waarvan sprake is en die niet zelf bestaan, zijn er waarmee sommige mensen gelovig over eigen en andermans gedrag spreken.

Die ‘dingen’ zijn hier ‘dingen’ genoemd omdat ze met een zelfstandig naamwoord benoemd zijn. Deze computer waarmee ik nu werk, de regenboog, Gods uitvoering van Zijn heilsplan met deze wereld, dat zijn van die voorbeelden, drie uit ontelbare. Van alle drie is sprake. Deze computer wordt ook door anderen gebruikt en het bestaan ervan is dus intersubjectief en zelfs als objectief te beschouwen. Het is een ding op en misschien zelfs al voor zichzelf. De regenboog is een vreemd geval, met die kleurenblinden en die lui die op de verkeerde plek staan en dus niks zien. En dat heil, nu ja.

Als ik een tekst lees, staat het vast dat er van de daarin gebruikte namen van ‘dingen’ sprake is. Ergens van spreken is ongelijk aan het geloven in (of zelfs maar denken aan) het hele verhaal, de hele theorie, het hele begrippenapparaat waaruit het ‘ding’ in kwestie afkomstig is en thuishoort.
Schoolvoorbeeld: wij spreken in het Nederlands van (verkeer)(s)slachtoffers. Het beeld van het verkeer (de automobiliteit) als een afgod is daarbij niet meer duidelijk aanwezig, zoals het dat was bij de oorspronkelijke invoerders van dit woord.

Er is van meer dingen sprake dan er dingen bestaan (= gebeuren, heel langzaam gebeuren, dat noemen de in hun korte tijd van leven langskomende levende mensen ‘bestaan’).
De alpen bestaan, maar eigenlijk gebeurt daar gewoon iets, heel langzaam: er komt wat materiaal omhoog en gaat weer naar beneden, er kwam een bobbel, een gebergte en dat plet ook weer. Maar omdat het zo groot en zo langzaam is noemen we dat gebeurende bestaand. En omdat we er tegen aan kunnen lopen, zonder erg en ons stoten weten wij, nee: WETEN wij, uit ervaring, dat het zelf staat, dat we het niet slechts denken, zoals ‘het koningschap’ en ‘ons recht’ bijvoorbeeld.
=========
Alles wat bestaat, gebeurt, dat is: verandert ononderbroken, hoe snel of langzaam dan ook.
Als wij de Alpen lang genoeg de Alpen blijven noemen, verandert het met dat woord in kwestie aangeduide tijdens het bestaan van die taal van ons zelfs, “het woord verandert nog van betekenis”, zonder dat wij dat doen of bedoelen. Een sprekender voorbeeld is de eigennaam die we aan een kind geven en ook voor de bejaarde die daaruit werd nog gebruiken. Zelfs Alzheimer houdt ons daar niet van af.
========
Kortom: lezen en schrijven, verstaan en bedoelen, dat ligt niet eenvoudig.

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *