Zij, mijn taalgenoten, en ‘ik-als-exemplaar-dier’

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief | Correspondentie met Jan (2001-2006)

Trefwoorden: slechte interviewers

Jaap Schot, 14 juni 2003

Er is geen andere dan de gezamenlijke taal. Niemand kan een private taal of private woorden zelfs maar hebben. Een uitspreekbaarheid, zoals txaenz, zelfs als het voor de enkeling-gebruiker de naam van een duidelijk, helder en goed onderscheiden begrip is, is pas een WOORD als het door anderen als zodanig wordt aanvaard en dat is: minstens passief, gebruikt, passief gebruiken is: als wegwijzer nemen naar het begrip en het begrip is niet het onderwerp, maar de vertegenwoordigende doos bouwtekeningen en foto’s en routebeschrijvingen erheen, in de werkende hersenen (de breinen resp. het brein).
===========
Het onderwerp is het onderwerp, niet het begrip van het onderwerp, die ‘aflegger’, bewaardoos, met die kaarten en dat beeldmateriaal en die ‘geschiedenis’ / aantekeningen / notities.
==========
Er is niet zoiets als ‘een collectief geheugen’, er zijn slechts bibliotheken, kadasters, archieven, musea, maar de geheugens zijn los en wat er uit die archieven gehaald wordt door mensen, hun geheugen in, dat zijn waarnemingen, er gaat dan ook niks van de musea verloren door het passend gebruiken ervan, dat waarnemen is.
===========
De woorden zijn gezamenlijk en de herinnerbare, opgeslagen sporen van waarnemingen niet, die zijn los en gaan met de stervende weg. Elk geheugen eindigt op de huid en met de dood van dat losse exemplaar (genencombinatie) dat elk van ons is.
========
Elke hersenschim is er een teveel. Vele hersenschimmen hebben een naam gekregen en vertellers hebben van die naam een woord gemaakt. Nu leren en bespreken mensen al eeuwen lang hersenschimmen. Dat gespreek gaat over niets. Maar het is erg gezellig en boeiend en bedreigend en één groot bedrog, ja, ook 100% zelfbedrog.

=============
We zijn te bedriegen omdat we ‘te waarschuwen zijn en kúnnen waarschuwen’, zoals ook de stokstaartjes dat kunnen.
We zijn te bedreigen omdat we samen kunnen jagen, zoals ook de chimpansees en de wolven. Het zich houden aan afspraken spreekt pas na oefening en opvoeding vanzelf. Er zijn er die niet betrouwbaar worden, en of dat aan de genencombinatie of aan niet uit te doven conditioneringen à la Skinner ligt, is niet duidelijk c.q. niet na te gaan. Bij een soort van 6 miljard exemplaren is het ook niet doeltreffend daar enorm naar te zoeken, deze als medemensen mislukten kunnen, bij dit aantal exemplaren, als genencombinatie, want als genendragers, gemist worden. Ter beschikking van Eurotransplant stellen dus.
Deze opmerking brengt ons regelrecht bij de tegenwoordig hier centrale woekering van bedrieglijke verzinsels (hersenspinsels): het juridische. De jurist heeft geen onderwerp, hij werkt alleen met woorden en verzinsels. Op de theologen en filosofen, voor wie dat evenzeer geldt, wordt passend gescholden. Achter de juristen of naast hen, staan om aan hun gewauwel kracht bij te zetten de bewapenden van de staat (één van hun vele verzinsels). Die wapens en de bereidheid van de dragers om ze ook te gebruiken zijn ECHT, wat het gevaarlijk maakt om openlijk ‘verachting van het gerechtshof’ te tonen, hoe passend die ook is.
De besten onder ons mensen weigeren te erkennen dat de sterkste, de winnaar, gelijk heeft, recht spreekt, wat hij ook zegt. Macht = recht = waarheid. Nee, dus. Maar die overtuiging is een idealisme, is een ontkenning van een feitelijke stand en gang van zaken.
Het is met die gewapende macht een rare zaak: de instructie aan iedereen is dubbel:
1. zie deze heel goed en vrees er voor
2. zie deze in alle denken en spreken over ‘economie’, ‘werken voor de kost’, ‘wetgeving’, ‘rechtspraak’, enz. enz. over het hoofd.
De bij zo’n dubbel bevel, zo’n ja en nee antwoord op dezelfde vraag passende verwarde waanzin is dan ook ons aller deel.
=========
Zelfs zo’n werkelijk goede denker als Sir Karl Popper komt er niet toe deze geweren waar de macht uit komt ook maar aan te wijzen, ook niet terwijl hij het in zijn ‘De vrije samenleving en haar vijanden’ over het onderwerp in kwestie heeft en heel degelijk.
==========
De tamme mens, die als gebruiksvee gehouden wordt door zijn tijdgenoten die het geërfde systeem bemannen en in stand en gaande houden, het laten functioneren -, moet de dreiging met geweld, ja, zie Canetti in “Massa en Macht”, met doodmaken, vol in zijn brein werkend hebben bij zijn gedragsdeterminatie en tegelijk volkomen buiten zijn bewustzijn en vooral: buiten publieke bespreking met anderen houden.
==========
DAT LUKT HET VEE.
=========
Over het hoe hebben Freud c.s. veel gevonden en getoond: de mechanismen waarmee de tamme mensen zich tegen de angst die hen drijft en stuurt en bepaalt en beperkt verdedigen. Tegen de angst, tegen dat gevoel dat hen bewust kan worden, hun bewustzijn kan vullen, niet tegen de dwang, het dwingende bevel, daaraan moeten ze blijven gehoorzamen.

Die vele, vele stuks vee, die gehoorzamen en binnen de perken blijven en zich laten inzetten, brengen geen positieve waardering op voor die onaangepaste stuks vee tussen hen, in hun buurt, die niet gehoorzamen en doen alsof het zonder gehoorzamen ook kan: met zo velen bijeen leven zonder onderling handgemeen en zonder geweldpleging vanwege de systeembemanning om ‘de orde’ te herstellen.
===========
Het is vreemd om te zien dat de hoog geplaatste politiemensen hier te lande heden ten dage doen alsof ze van het bovenstaande zelfs niet het vaagste vermoeden hebben. Ze doen alsof en dat heel doortrapt, geholpen door interviewers die hun zogenaamde beroep (interviewen) niet geleerd hebben, of: ze zijn wérkelijk dat spoor, dat zicht op wat ‘civilisatie’ is, geheel kwijt. Wij zullen het nooit weten. Elk ander is onkenbaar: communicatie en telepathie (gedachten lezen) zijn schoolvoorbeelden van hersenschimmen buíten ‘het juridische’.
========

‘Bestaan’ bestaat niet, doet zich niet voor. Van oerknal tot en met de laatste slurp van de laatste twee zwarte gaten die zich verénigen, vindt alles procesmatig (= veranderend zonder terug) plaats. Alleen God staat daar buiten en bestaat dus als enige (Gedachte).
Elk geheugen is ononderbroken aan het veranderen en dat is ook haar functie: bij de omgeving gegeven blijven als bijgehouden archief / museum / kadaster voor wegwijzend en onderscheidingen en manipulatiemogelijkheden conserverend materiaal.
Die tijdsaanduidingen in mijn opstellen zijn wezenlijk, ongedateerd noteren kan leiden tot ongedateerd citeren en oude tekst tegenspreken en dat is een voorbeeld van het in gedachten stellen van een starre, bestaande zaak in de plaats van een waargenomen moment van een proces.
Van een foto is het proces niet ‘af te lezen’ alle herinneringen, ook als dat ‘films’ zijn, zijn als foto’s van dingen die gebeurden en voorbij zijn. Alleen moeten we niet zo naïef zijn als die politieman of burgemeester die voor televisie de gemoederen probeerde te sussen door te zeggen dat de zich misdragende jongeren (voortbrengsels van deze manier van het systeem ‘handhaven’, voor hen, deze soort sprekers: hun rol daarin spelen) vanzelf ouder werden en dan zich veranderden in brave huisvaders. Dat is de troost voor die boer wiens potentiële oogst door rupsen wordt opgevreten: het worden later allemaal vlinders. Die krijgen nieuwe rupsjes als ‘kinderen’!, weet je nog?
=========
Terug naar het onderwerp en het begin van dit opstel:
Ons verbindt slechts de woordenschat en de aanmaaks- en gebruiksregels daarvoor: “de taal” heet dat.
===========
Voordat de culturen er kwamen, leefden de mensen zozeer bijeen en in ook non-verbale interactie, dat er veel verbondenheid was qua feit en qua gevoel / ervaring. Er waren toen al woorden, het uitwerken van de taal echter gebeurde tijdens het samen verdoen van de vele ‘vrije tijd’ (= overgeschoten txaenz) in veilig gemaakte omstandigheden.
Tussen de culturen is de interactie minder intensief en daarvoor voldoen de lingua franca’s.
Als de civilisatie toeslaat verandert alle taal over cultuurinhouden van betekenis doordat het onderwerp [het economische, wederzijdse hulp, waarschuwing, samen zijn (in tegenstelling tot ‘als enkeling moeten dienen’ / c.q. geld verdienen) er aan wordt onttrokken, geroofd.
De taal raakt ‘verrijkt’ met ontelbare verzinsels in verhalen en in vals alarm en voorstellingen die de ingevoerde rangschikking / ongelijkheid onder de mensen moeten onderbouwen.
=========
Ons, de lezer en mij is het overkomen dat wij een klein deel van de in het WNT opgesomde woorden / uitdrukkingen hebben geleerd. Een klein deel daarvan, maar een verwarrende hoeveelheid voor onszelf, omdat er weinig tot geen onderwijs bij werd gegeven omtrent de herkomst, de klonters waarin ze horen, en de onderscheidende kwaliteiten der ons geleerde woorden.
Grammatica en logica helpen ons niet bij het kwijtraken van die verwarring, integendeel, die maken geen onderscheid, werken met vormen.
============
Wij moeten om aan die verwarring te ontkomen elk woord kritisch beschouwen, terwijl wij om überhaupt onze taal te spreken, gedoemd zijn deze door en voor onszelf ‘ontmaskerde’ ‘woorden die verwarren’ te blijven gebruiken in ons praten en spreken en ‘communiceren’ met anderen.
==========
Dit opstel gaat grootstendeels over slechts introspectief waar te nemen ‘dingen die gebeuren’ en over verzinsels uit verhalen (bijvoorbeeld ‘natuur’ / ‘culturen’ en ‘civilisaties’) en over ‘dingen die voorbij zijn gegaan’.
========
Toch is het doel dat ik ermee heb hetzelfde als wat de natuurwetenschappers van het eerste uur hadden met hun proeven en proefjes en waarnemingen aan tastbare en objectief (= ook met apparaten die registreren) waarneembare spullen en verschijnselen.
==========
Dat doel gaat boven het gebruiken van taal uit, het gaat er om te bereiken dat er ‘iets’ in ieder van ons komt, is en blijft en groeit en zich handhaaft, dat maakt dat wij sommige dingen niet alleen niet zeggen, maar dat die ons niet eens invallen.
Aan andermans ‘gewone mensenteksten’ hoeven we niet meer te lijden. Het gaat er niet om de perfecte tegenspraak op tijd te hebben en in te brengen, het gaat er om die überhaupt, voor onszelf, te vinden en eventueel te noteren.
===========
Bijdragen aan een collectief ‘beter denken’ zie ik al vele jaren niet meer als mogelijk. Ik stel me tevreden met het op peil brengen en houden van mijn eigen ‘gedachten’.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *